In ‘Toch’ van Armando ligt het geweld op de loer. Bars, strak en streng staan de woorden in het gelid. Ongenaakbaar en onontkoombaar, zoals ook Armando’s beeldende werk. Hijzelf omschreef zijn universum als ‘geweld, gedempt door regels, gekluisterd geweld’.Op 1 juli 2018 overleed Armando. Tot vlak voor zijn dood was deze achtentachtigjarige schilder, schrijver en dichter actief. Hij liet niet alleen een collectie schilderijen en tekeningen na, sommige van zeer recente datum, maar ook een map met gedichten en een achttal ultrakorte verhalen. De titel was er ‘Toch’.Armando was internationaal erkend als een belangrijk beeldend kunstenaar, schrijver en dichter. Zijn veelzijdige literaire oeuvre kent verschillende hoogtepunten en is veelvuldig bekroond – meest recentelijk met de VSB Poëzieprijs voor ‘Gedichten 2009’. De ultrakorte verhalen zijn bijeengebracht in ‘Ter plekke’.
Ik ben vooral verrast door zijn (extreem) korte verhaaltjes op het eind. Stuk voor stuk prikkelend, grappig vaak.
Twee voorbeelden:
Smeken
Hij lag op zijn knieën, hij greep mijn benen beet, hij smeekte om z'n leven. Dat verbaasde mij, dat had ik nog nooit meegemaakt, iemand die om zijn leven smeekte. Was het leven dan zo belangrijk? Ik had de opdracht deze gevangene apart te nemen dood te schieten, maar hij smeekte dus om zijn leven. Ja, wat moest ik doen. Als het leven zo'n grote rol speelt, dan is het behoorlijk sneu om gedood te worden. Blijkbaar Ik begreep er niks van, dus heb ik 'm maar laten gaan.
Een aanloop
Ja, nu is het te laat, je staat al met je voeten in het water, ik heb je nog zo gewaarschuwd. Waar je nu staat daar begint namelijk de zee, en de zee ligt op de loer, want de zee wil gebiedsuitbreiding, de zee wil de kust veroveren. Ik denk dat de zee een aanloop neemt.