Ik kon niet neutraler tegenover deze dialoog staan. Plato weergeeft heel veel ideeën in deze dialoog. Die ideeën zijn noch absoluut slecht, noch absoluut goed.
Maar dat betekent niet dat ik het niet over die ideeën kan hebben want ik heb meerdere malen zo mijn twijfels gehad bij wat Socrates – die irritante fucking bebaarde botterik, kijk eens hoe spontaan ik daar een alliteratie uit mijn hoed toverde, wat wonderlijk – allemaal zei.
Deel 1 (ja we doen delen): Kritiek op de democratie
Eerst en vooral zit dit boek vol met soms subtiele en soms minder subtiele kritiek op de democratie waarin Socrates en Alcibiades leefden. Tussen mijn notities vind ik bijvoorbeeld Socrates die zijn mening dat beslissingen gemaakt door mensen die denken dat ze iets weten terwijl dat niet zo is (hetgeen kind of te verzoenen met Descartes’ theorie dat fouten voortkomen uit een wil om een handeling uit te voeren die groter is dan begrip over de handeling, tevens implicerend een fundamenteel gebrek aan kennis aan de basis van fouten, valt) koppelt aan de hedendaagse politiek door te zeggen dat politici helemaal geen verstand hebben over de zaken waar ze over beslissen of althans advies geven, waardoor er fouten worden gemaakt in de politiek.
Het is de idee dat als je iedereen politieke inspraak geeft (u weet wel, het basisprincipe van de democratie), dat ervoor zorgt dat ook zij die eigenlijk geen verstand hebben van de zaken vereist om tot optimale politieke beslissingen te komen (recht en onrecht worden aangehaald) politieke inspraak krijgen en er zo fouten komen.
Daarnaast had Alcibiades ook het idee dat een goede staat een staat is waar er enkel vriendschap is – ik weet het, klinkt heel belachelijk, maar bon – hij zegt, als we het cooler willen doen klinken, dat eendracht leidt tot een goeie staat. Concordia res parvae crescunt, discordia maximae dilabuntur, zoals Sallustius volgens Wikipedia schreef in zijn “Bellum Iugurthinum”. Het probleem is dat het functioneren van de democratie, voor zover ik weet en dat is niet ver aangezien ik bijlange geen verstand heb van politieke systemen dus als er hier mensen zijn die toevallig politicologie hebben gestudeerd mogen die mij altijd verbeteren, afhankelijk is van de mogelijkheid tot discussie over onderwerpen, met dan altijd het sluiten van één of ander compromis. Je kan dan aanhalen dat die compromissen nooit iedereen blij maken, in de democratie sluit het compromis meestal het nauwst aan bij de mening van ruwweg 51% van de bevolking, maar dat gaan we niet doen, dat is een heel andere discussie.
Wat ik probeer te opperen is dat er nooit vriendschap in een samenleving zal zijn, mensen gaan altijd wel verschillen van mening.
Klein intermezzo waar ik mijn mening over een mening van Tom Van Grieken over holebirechten op het vlak van adoptie uit
Ik ben het bijvoorbeeld niet eens met Tom Van Griekens plan om als hij met VB aan de macht komt het traditionele gezin te promoten. Hij zei, en ik heb opzettelijk mijn muzieknummer van Pierre De Maere gepauzeerd om terug te gaan kijken naar het interview met Riadh Bahri in kwestie opdat ik geen misinformatie zou verspreiden, het volgende:
“Wij vinden niet dat er zoiets bestaat als het recht hebben op kinderen, maar een kind heeft wel recht op een mama en een papa. Dus wij vinden dat [men] voor adoptie pri-, pri-, primmer-, primair moet gaan naar een man en een vrouw. (…) Dat heeft niks te maken of een homokoppel of een lesbisch koppel goeie ouders zouden zijn. Ik denk zelfs, Riadh, dat holebikoppels betere koppels zijn omdat ze bewuste ouders zijn. Maar, wa- ge hebt dat aspect, het kantpunt (ik denk dat hij hier standpunt wou zeggen) van de holebiouders en wij benaderen het aspect van het kind.”
Ik ben het niet eens met die mening. Hij zegt dat holebirechten verworven rechten zijn, ook het recht op adoptie, maar gaat dat recht wel massief inperken door holebikoppels praktisch te discrimineren. Want dat is wat het is, discriminatie. Als je zegt dat men “voor adoptie pri-, pri-, primmer-, primair moet gaan naar een man en een vrouw”, dan zeg je gewoon dat je holebikoppels zal discrimineren op het vlak van adoptie ten koste van heterokoppels. All animals are equal, but some more than others. Alle rechten van koppels op adoptie zijn gelijk, maar die van hetero’s meer dan anderen. Het is homofobie verpakt in een eloquent jasje dat toch constant argumenten voor gelijk recht op adoptie van kinderen aanhaalt gewoon om ze tegen te spreken door te zeggen dat men “het aspect van het kind” benadert en het kind “recht op een mama en een papa” heeft.
Zo lijkt het alsof zijn discriminatie van holebikoppels op vlak van adoptie er enkel en alleen is opdat de kinderrechten niet worden geschonden. Het probleem is dat de officiële kinderrechten nooit iets zeggen over een recht op een mama en een papa, en ik kan het weten want ik heb zonet alle 42 van de 54 kinderrechten in het kinderrechtenverdrag die niet gaan over wat organisaties doen om kinderrechten te respecteren gelezen en het enige wat ik kon vinden was “ART 18. Kinderen hebben het recht opgevoed te worden door hun ouder(s)”, een recht op heteroseksuele ouders wordt niet aangehaald, enkel een recht opgevoed te worden door hun ouder(s). De effectieve kinderrechten worden gerespecteerd in een systeem waar holebikoppels evenveel recht hebben op adoptie als een koppel dat bestaat uit een mama en een papa, Van Griekens uitspraak dat een kind recht heeft op een mama en een papa wordt voorgesteld als feit om zijn keuze te onderbouwen, maar is dat niet, want hij staat niet in het kinderrechtenverdrag.
Ik vind dat we iedereen gelijke rechten op adoptie zouden moeten geven en dat het heel debiel is om heterokoppels voorrang te geven bij adoptie, maar kijk, dat is maar mijn mening.
Einde van het intermezzo, terug naar de review
Soms bestaat er geen eendracht, maar tweedracht over iets, zoals in mijn voorbeeldje hier net. De democratie zorgt ervoor dat die tweedracht kan bestaan én dat men kan discussiëren over bepaalde zaken zelfs als ze van mening verschillen in de context van een politiek systeem. Een systeem waarin er geen tweedracht, enkel eendracht is in de politiek, Alcibiades’ droomsysteem, kan enkel bereikt worden als je de mensen die tweedracht veroorzaken door hun verschillende mening te uiten, verbiedt om hun mening te uiten door ze gewoon uit de politiek te verwijderen. Zo zullen nooit alle meningen uit een samenleving vertegenwoordigd worden in de politieke besluitvorming en is er niet langer sprake van een democratie, het is maar wederom een voorbeeld van een stelling uit dit boek die direct ingaat tegen de democratie. Zoals ik al zei, dit boek zit vol met soms subtiele en soms minder subtiele kritiek op de democratie. Ik zou het nog even kunnen hebben over de voor-en nadelen van de democratie, het is zeker iets waarover men kan beginnen denken na het lezen van deze dialoog, maar nu niet, nu echt niet want dan ben ik weer vertrokken richting een onnodige hoop gebazel.
Ik ga het gewoon kort houden door te zeggen dat Socrates’ kritiek dat de democratie mensen die geen verstand hebben van zaken aan het woord laat wat leidt tot fouten een verantwoorde kritiek is, maar dat we die ook moeten zien in de context van zijn periode: een periode waarin de democratie nog gigantisch veel verschilde van de hedendaagse democratie en we moeten ook onthouden dat het altijd belangrijk is dat we in een politiek systeem zitten waar alle meningen vertegenwoordigd worden, zelfs als dat leidt tot onenigheid, de onenigheid moet gezien worden als een voordeel in plaats van een nadeel omdat dan op zijn minst alle meningen vertegenwoordigd kunnen worden bij de politieke besluitvorming.
Deel 2: Over de kwaliteit van een advies en een handeling
Alcibiades heeft veel ambitie. Hij wil politiek advies geven aan de Atheners. Socrates moet al die ambitie natuurlijk kapotmaken. Hij vraagt Alcibiades wat het beste advies is, Alcibiades zegt al snel dat het ‘rechtvaardig advies’ is, advies dat gaat om zaken als recht en onrecht. Hij zegt dan dat Alcibiades daar geen verstand van heeft, omdat zijn kennis niet komt van iemand die verstand heeft van zaken als recht en onrecht, maar van de massa. De massa heeft geen concrete, vaste, eenduidige definitie van recht en onrecht, ze zijn daarom dan ook geen juiste leermeesters als je kennis over recht en onrecht wilt krijgen. Als we van ‘de massa’ leren wat steen of hout is, krijgen we de juiste kennis daarover mee, want iedereen is het eens over wat steen of hout is, zegt Socrates. De massa is enkel een goede leermeester over een onderwerp als de massa het eens is over wat het onderwerp inhoudt.
En hier is er een probleem, meer nog, er zijn twee problemen.
Ten eerste hebben we Socrates’ argument dat de massa geen eenduidige definitie heeft van zaken als recht en onrecht om zijn stelling dat de massa een slechte leermeester is te ondersteunen. De massa heeft inderdaad geen eenduidige definitie van zaken als recht en onrecht, wel bijvoorbeeld op het vlak van iets als hout of steen. Het verschil tussen iets als hout en het concept van recht, hetgeen de massa in staat stelt wel of niet een goede leermeester te zijn, is echter dat hout vaststaat, het is concreet, duidelijk, tastbaar, men kan hout zien en het hout noemen. Hout is hout omdat men vroeger hout heeft gezien en dat hout heeft genoemd, net zoals groen groen is omdat iemand vroeger groen heeft gezien en dat groen genoemd heeft. Een eenduidige definitie van een ding is afhankelijk van de mogelijkheid om dat ding te benoemen wanneer men het ziet in een concrete vorm.
Concepten als recht en onrecht zijn echter exact het tegenovergestelde van concreet, duidelijk, of vast, ze zijn abstract, conceptueel, niet echt en daarom ook ambivalent as fuck. Men kan een concept interpreteren op verschillende manieren net omdat er niets concreet is om de interpretatie van het concept, dat abstract is, tegen te spreken. De definitie van een concept kan evolueren, net omdat men nooit effectief concrete zaken heeft gevonden om ze te benoemen. De definitie van iets concreets kan niet evolueren, kan niet op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, omdat het in het verleden benoemd werd omdat het concreet is en effectief benoemd kan worden is dit logisch?
Daaruit volgt dus dat als iets niet benoemd kan worden omdat het niet concreet is, dat er enkel dan discussie kan bestaan over de definitie daarvan en dat de massa er geen leermeester over kan zijn. En net dat, het feit dat Socrates’ idee van waar de massa een goede leermeester kan zijn, letterlijk elk abstract concept (eigenlijk is het trouwens een pleonasme wanneer ik abstract concept zeg, maar bon) weg doet vallen uit de gebieden waar de massa een goede leermeester kan zijn.
Het tweede probleem is dan de vraag die men kan stellen als de massa geen goede leermeester is bij abstracte concepten, namelijk: ‘Wie is dan wel de goede leermeester?’ Wie heeft er wel verstand van concepten. En het antwoord op die vraag is, volgens mij, niemand. Socrates zou mij waarschijnlijk doen zeggen dat het filosofen zijn, maar dan doe je alsof alle kennis over abstracte zaken uitsluitend bij filosofen zit, het past bij het narratief dat we allemaal moeten luisteren naar de filosofen en bij de overtuiging die Socrates sowieso had dat filosofen boven de rest van de bevolking staan en dat is een heel debiel narratief want de nuance nodig om een definitie te vormen van een concept wordt hier geëlimineerd als we gewoon één individu uit één groep mensen geloven.
Men kan dan zeggen dat de filosofen de nuance al hebben overwogen, maar toch voelt het niet juist om al ons vertrouwen bij één groep mensen die toevallig veel nadenken te leggen wanneer het gaat om de definitie van concepten.
Ikzelf, zoals ik al zei, denk dat niemand het antwoord op die vraag heeft, omdat iets dat niet echt is geen volledige definitie kan krijgen, dat is mijn overtuiging. We kunnen nadenken over de definitie en een soort halve definitie vormen, maar een vaste zal er nooit komen net omdat het een concept is en mensen altijd andere manieren zullen vinden om het te interpreteren, net als andere concepten met duidelijkere definities om het afhankelijk van te maken trouwens. Ons concept van wat goed en slecht is, is niet voor niets hevig verweven met de christelijke ethiek, we wisten het gewoon niet honderd percent zeker en gingen gewoon naar de Kerk zodat zij ons konden zeggen wat goed en slecht is en zelfs dan kunnen er mensen zijn met andere visie op goed en slecht, of grijze gebieden die noch goed noch slecht zijn net omdat er zoveel nuance kan zijn. Ik weet dat dit een gigantische oversimplificatie is, maar tja, het is veel te laat om alles in zijn volledigheid uit te leggen. Socrates doet alsof die definities van concepten vaststaan en ze bij de filosofen (want de massa valt niet te vertrouwen) liggen, maar ik vind van niet.
Ergens in die discussie over goed en slecht advies switcht Alcibiades plots van mening wanneer hij merkt dat hij niets weet over recht en onrecht en zegt hij dat het niet gaat om rechtvaardigheid, maar voordeligheid, “beetje ethisch onverantwoord ma bon” schrijf ik erbij en ik vind dat ik gelijk heb, daarom vermeld ik het nog eens. Men zou kunnen stellen vandaag de dag dat het voordelig is om migratie volledig te blokkeren in België omdat dat zorgt voor minder discriminatie naar allochtonen. Je kan geen allochtonen discrimeneren als er geen allochtonen zijn om te discrimineren. Dat is ethisch niet echt heel cool en de logica ervoor komt recht uit mijn anus, maar technisch gezien is het voordelig (kind of, zelfs dat kan hevig betwist worden), dus volgens Alcibiades zou dit dan goed advies zijn.
Ten minste, als we geen deftige definitie van voordeligheid hanteren, Socrates zoekt die en zegt dan ook meteen dat een voordelige handeling een mooie handeling is en een mooie handeling een goede handeling is en iets goeds is iets nuttigs en iets nuttigs is rechtvaardig. Wat Socrates hier gedaan heeft is heel even Alcibiades’ poging om de definitie van goed advies van ‘voordelig’ naar ‘rechtvaardig’ te veranderen, kapot te maken door de twee gelijk aan elkaar te stellen. Maar dat is niet zo gelukt.
Als we willen zeggen dat het voordelige en het rechtvaardige altijd aan elkaar gelijk zijn, dan moet de vergelijking “voordelig is altijd mooi is altijd goed is altijd nuttig is altijd rechtvaardig” ook in de omgekeerde richting werken, men krijgt dan “rechtvaardig is altijd nuttig is altijd goed is altijd mooi is altijd voordelig”. En daar hebben we een probleem, want ok, misschien is het rechtvaardige altijd nuttig, dat zou men nog kunnen zeggen, het rechtvaardige is altijd nuttig, maar het probleem doet zich voort bij de stelling dat het nuttige altijd goed is. Want dat is niet waar. Slavernij was nuttig voor de economie. Slavernij was niet goed. Slavernij baseert zich op het uitbuiten en beperken van de vrijheden van een menselijk individu, dat is niet goed. Het was – en is ook vandaag de dag, we gaan niet doen alsof dwangarbeid niet bestaat – nuttig, maar het is niet goed. Wederom! Socrates’ argument valt in mekaar.
Door de vergelijking in één richting op te laten gaan lijkt het alsof hij gelijk heeft maar a (voordelig) = b (mooi) = c (goed) = d (nuttig) = e (rechtvaardig) als en slechts als e = d = c = b = a en dat was hier niet het geval, want d =/= c. Het is een simpele redeneerfout bij Socrates. Hij dacht hier dat hij kennis had over een onderwerp (redeneren), maar die had hij niet volledig. Het is zo dat men fouten maakt, dat heeft Socrates zelf ook gezegd.
Deel 3: Hoe verbeter je jezelf, hierna stop ik ermee, ik beloof het
Socrates zegt dat Alcibiades zorg moet dragen voor zichzelf en dat je enkel zorg kan dragen voor jezelf door jezelf te verbeteren en dat dat enkel kan door zelfkennis.
Je kan iets niet verbeteren als je niet volledig weet wat het is, anders maak je fouten, daar heeft Socrates gelijk.
Een individu van het menselijke ras moet dan te weten komen wat hij/zij is. Socrates stelt dan dat de mens niet gedefinieerd kan worden door zijn lichaam, het lichaam is namelijk slechts iets dat de mens gebruikt en de gebruiker (de mens) kan men nooit gelijkstellen aan hetgeen gebruikt wordt (het lichaam). En dan zoek je naar de niet-lichamelijke essentie van de mens.
En telkens als het gaat over de niet-lichamelijke essentie van de mens komt de ziel aan bod. Je kan enkel uzelf leren kennen als je uw ziel kan leren kennen. Ik heb al een probleem met deze stelling, maar dat houd ik voor later, want Socrates, via een heel vreemd redeneerproces, stelt ook nog eens dat god een spiegel voor de ziel vormt en enkel door naar god te kijken kan je naar je ziel kijken en jezelf verbeteren.
Klein probleem, voor mij althans, met die twee zaken: ik geloof niet dat een ziel en een god bestaan. Je kan de ziel misschien nog opvatten als de poging onze conceptuele essentie van het menselijk bestaan te weergeven als iets concreets en god, god is een heel ander ding.
Snel einde want er is blijkbaar een gelimiteerd aantal tekens voor een review
Maar goed, ik heb nog maar 1000 tekens over, het eind is nabij. Ik wens u nog een fijne dag en ga een beetje ‘To Paradise’ lezen.