Indische duinen vertelt het indringende verhaal van een Indische familie die na de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederlands-Indië naar Nederland komt. Na jaren van oorlog, interneringskampen en verlies proberen zij in de Hollandse duinen een nieuw bestaan op te bouwen — met het verleden altijd op de achtergrond aanwezig.
Het verhaal wordt verteld door de zoon, die terugkijkt op zijn jeugd. Zijn moeder arriveert per schip in Amsterdam met haar drie dochters, die de Japanse kampen hebben overleefd. Hun aankomst is hoopvol, maar ook onzeker. Voor het eerst zien zij de Nederlandse kust en de duinen, die zowel symbool staan voor een nieuw begin als voor een landschap vol herinneringen.
De vader is een oud-KNIL-militair die zwaar getraumatiseerd is. Hij is streng, verbitterd en onvoorspelbaar. In het gezin heersen angst en spanning. Over de oorlog wordt nauwelijks gesproken, maar de gevolgen zijn overal voelbaar. De moeder probeert haar kinderen te beschermen en het gezin bij elkaar te houden, terwijl zij zelf ook gebukt gaat onder haar herinneringen.
De duinen vormen het decor van het verhaal: een speelplek voor de kinderen, maar ook een plek waar angsten en trauma’s blijven rondspoken. De verteller groeit op met het gevoel nergens echt thuis te horen. Hij probeert te begrijpen wie hij is en waar hij bij hoort — bij Nederland, bij Indië, of bij geen van beide.
Jaren later staat hij aan het sterfbed van zijn halfzus Ada. Haar dood confronteert hem opnieuw met alles wat in het gezin nooit is uitgesproken:
“Ada stierf met open ogen. Ze zag iets wat wij niet zagen.”
Thema’s
Oorlogstrauma
Migratie en ontworteling
Familieverhoudingen
Identiteit
Zwijgen over het verleden
Personages
De verteller (de zoon) – groeit op in een getraumatiseerd gezin
De moeder – sterk en zorgzaam, probeert het gezin te beschermen
De vader – oud-militair, gewelddadig en verbitterd
De zussen – kampoverlevenden
Van Dis schrijft helder, beeldend en met veel ironie, zelfs in de zwaarste scènes. Zijn stijl is emotioneel geladen, maar ook vaak humoristisch. De kracht van het boek zit in de combinatie van een bijna kinderlijke verteltoon met de harde werkelijkheid van oorlog en geweld binnen het gezin.
Literair criticus Tomas Vanheste schreef:
“Wat het boek zijn kracht geeft is de spanning tussen dreiging en spel, tussen betovering en onttovering.”
NRC-recensent Arnold Heumakers noemt het:
“Precies en beeldend verteld, het juiste midden tussen naïef en lucide.”
Het boek laat zien hoe oorlog generaties lang kan doorwerken en hoe moeilijk het is om los te komen van een verleden vol pijn en zwijgen.
Een indrukwekkende klassieker uit de Nederlandse literatuur.