In Knielen op een bed violen vertelde de jonge Ruben Sievez het verhaal over de ondergang van het familiebedrijf. In die grote beroemde roman is het geloof van de vader de oorzaak van de teloorgang. Een recente gebeurtenis werpt echter een ander licht op de geschiedenis. Uit een nagelaten briefje van de vroeg gestorven huurbaas van destijds blijkt nu pas dat de huisvesting van de bewoners van de kwekerij altijd gegarandeerd zou moeten blijven. Hoe anders is het verlopen. Brengschuld vertelt het verhaal van hoe geldgebrek de kwekersfamilie noopte een deel van hun grond te verkopen. Door de bouw van een grote tennishal aan de rand van hun overgebleven terrein komt de wereld binnen. Het paradijs raakt verstoord en de ondergang van de kwekerij is aanstaande. In het oeuvre van Jan Siebelink is er een constant decor, maar steeds worden de gebeurtenissen anders beschreven, met een andere bestemming van de personages, vanuit een ander perspectief. Het ritueel van de terugkerende elementen openbaart niet alleen de kern van zijn familie, maar brengt tegelijk het schrijverschap van Jan Siebelink vol aan het licht.
Jan Siebelink beschrijft de prikkeling van alle menselijke zintuigen m.b.t. natuur. Het seizoen met al haar geuren en kleuren wordt rijkelijk verhalend verteld op een niet storende, maar juist unieke manier. Hier moet wel bij gezegd worden dat de personages en tijdssprongen niet altijd juist naar voren komen, wat het verhaal warrig kan maken.
Brengschuld is naar Siebelinks eigen zeggen een noodzakelijke reactie op het gevonden briefje dat na 70 jaar teruggevonden werd. Helaas is dat geen voldoende basis voor een echt goed boek. De relaties worden te warrig uitgewerkt. Het constante heen en weer in de tijd draagt ook niet bij aan de diepgang. Het onuitgesprokene in anticipatie van een verwachte reactie tussen familieleden drijft dit werk samen met de eigen normen en waarden van vermogenden in hun relatie met minder vermogenden. Ik vrees dat Siebelink als schrijver als een nachtkaars uitgaat.
Na het vinden van een briefje met een inhoud dat een ander licht werpt op de gebeurtenissen rond de tuinderij van zijn ouders, besluit Jan Siebelink aan zijn roman ‘Knielen op een bed violen’ een andere draai te geven. Ik weet niet in hoeverre het verhaal volledig autobiografisch is, maar geloofwaardig is het wel. Siebelink voelde blijkbaar de noodzaak om het boek te ‘herschrijven’.
Omdat ik in mijn tienertijd hevig getraumatiseerd ben door Knielen op een bed violen leek het me een strak plan om vrijwillig nog een keer een boek van Jan Siebelink op te pakken. Nachtmerries kreeg ik er deze keer niet van, al belandde ik wel in dromenland door de ongelofelijke saaiheid van dit boek. Ik neem mezelf voor om nooit meer een boek van Jan Siebelink te lezen.
Het is een interessant boekje met nieuwe inzichten over knielen op een bed violen maar die onchronologische tijdsvolgorde in het verhaal maakt het lastig om te volgen. Sommige stukken begreep ik niet. Wel is het knap hoe de schrijver de verhalen verteld met de emoties die erbij horen.
Zijn mensen te vertrouwen als ze er zelf voordeel uit kunnen halen. Nee, als je dit verhaal leest. Een jongen vraagt zijn buurman om hulp en die maakt misbruik van de situatie.
Het is een prachtig boek mits je ‘Knielen op een bed violen’ hebt gelezen, want naar de gebeurtenissen in dat boek wordt vaak verwezen. Verwarrend is soms het heen en weer springen in de tijd, maar dit heeft ook zo zijn charme.
Met deze korte roman voegt Siebelink een stukje verhaal toe aan zijn autobiografische oeuvre over de kwekerij waar hij opgroeide. Het zwaar christelijke milieu en de armoede in het gezin Sievez benauwen net zo als in die eerdere boeken. Het is tevens een kleine ode aan de flora en dat maakt dit werk tegelijk een fijne plek om in te vertoeven.