‘Als je kunt doden op commando, dan kun je ook liefhebben op commando.’ De meeste mensen hebben overtuigingen, zolang die maar niets kosten. Majoor Anthony is bereid een prijs te betalen voor zijn idealen. Als hij op een dag, tijdens een uit de hand gelopen operatie, het meisje Lina in de woonkamer van twee ‘verdachte individuen’ aantreft, besluit hij haar zonder aarzeling mee naar huis te nemen als teder geschenk voor zijn vrouw.
Onze oom is het verhaal van een meisje dat als een dode onder de levenden verkeert, van een majoor die zijn schaamte alleen kan overwinnen door heldendom na te streven en van een opstandelingenleider voor wie de revolutie een door hem te regisseren opera is. Welke prijs moet er worden betaald voor het gebod om lief te hebben, wat kost de wens tot voortplanting, en wat de plicht om vrij te zijn?
Arnon Yasha Yves (Arnon) Grunberg is a Dutch writer. Some of his books were written using the heteronym Marek van der Jagt.
In 1989 Grunberg made his acting debut in Maria's Cunt (de Kut van Maria); a short film by Dutch enfant terrible filmmaker Cyrus Frisch.
Grunberg made his literary debut in 1994 with the novel Blauwe maandagen (Blue Mondays), which won the Dutch prize for the best debut novel that year. In 2000, under the heteronym Marek van der Jagt, he won the best debut prize again for his novel De geschiedenis van mijn kaalheid (The History of My Baldness).
Grunberg publishes novels about once a year but also writes columns and essays in a wide variety of Dutch and international newspapers and magazines. He does not restrict himself only to the written media, but also reads a story for the radio every week and for some time he was host of a cultural television program. He also writes a blog for the literary Internet magazine Words Without Borders and his own site ArnonGrunberg.com.
His novel Tirza won the Dutch Golden Owl Prize for Literature and the Libris Prize.[1] His books have been translated into many languages, including English, German, Japanese and Georgian.
From 2006 Grunberg wrote various journalistic reports, for example about working undercover in a Bavarian hotel and his visit to Guantánamo Bay. Also he visited the Dutch troops in Afghanistan and the US Army in Iraq. In 2009 these reports were collected in the book Chambermaids and Soldiers.
A mi bácsikánk szigorú, de igazságos. Egyesek szerint mondjuk szimplán kegyetlen, de ők ne nagyon kerüljenek a mi bácsikánk szeme elé. Az mondjuk fix, hogy a mi bácsikánk falánk fickó – jól kell tartani, áldozni kell rá (vagy neki), hogy elégedett legyen. És ha jól tartjuk, a mi bácsikánk elégedett lesz. És ha elégedett, talán nem esik bántódásunk. Mert a mi bácsikánk a hatalom.
Már az első mondat ad egy tockost az olvasónak: „Lina Sinani Huanca szülei gyilkosának nem lehetett gyereke, ezért döntött úgy, hogy örökbe fogadja a kislányt.” Többször el is kellett olvasnom, hogy vajon jól értem-e. Jól értettem. Grunberg könyve egy fiktív dél-amerikai diktatúrába visz el minket, ahol a hatalom szorgalmas pitbulljai minden éjjel feltételezett lázadók tucatjait gyűjtik be, hogy aztán azok eltűnjenek az (és ezt most idézőjelben kell mondani) „igazságszolgáltatás” labirintusában. A pitbullok közül is a legszorgalmasabb az őrnagy, aki azonban egy balul elsült letartóztatás során megkattan, és úgy dönt, hogy a szerencsétlenül elhalálozott célszemélyek életben maradt gyermekét nem eltünteti, hanem magához veszi, mert a felesége úgyis állandóan panaszkodik, amiért nem tud teherbe esni. Ez a felütés jól illusztrálja Grunberg zavarba ejtő írói módszerét: adott ugye egy morális szörny*, a rendszer verőlegénye, aki azonban érthetetlen okokból jótettet hajt végre – az olvasó meg bogozza ki ezt az etikai gordiuszi csomót. Innentől kezdve aztán megjárjuk az író vezetésével ennek a képzelt országnak valamennyi pöcegödrét a nyomortanyáktól kezdve a hegyvidéki puttó falvakig… és ne számítsunk sétagaloppra.
A baj csak annyi, hogy a Tirza magasra tette nálam a lécet, és sajnos azt nem sikerült megugrani. Végig az volt az érzésem, hogy amikor Grunberg kilépett a nyugati jóléti társadalom világából, és átruccantott minket a harmadik világba, egyúttal olyan közegbe lépett, ahol nem annyira magabiztos. Vannak ebben a könyvben bőven fantasztikus jelenetek és fantasztikus figurák (az őrnagy mellett még az altábornagyot, ezt a tenyérbemászó ordas ripőköt is ki kell emelni), de összességében éreztem valami disszonanciát – talán a fiktív helyszín miatt az egész könyvben túltengett a karikatúra-jelleg, ami rombolta a hitelességét, és hitelesség híján fájni sem fájt annyira, mint ahogy azt a téma megkívánta. Azért olvassátok el, mert Grunberg az egyik legnagyobb, legeredetibb, legcinikusabb európai kortárs író, csak éppen ha valaki egy igazi gyomorlövést vágyik kapni az irodalomtól, az inkább a Tirzával kezdje az ismerkedést.
* Két idézet az őrnagytól, csak hogy lássuk, kivel állunk szemben: 1.) „- Ha nem tudsz parancsszóra szeretni valakit, akkor senkit sem tudsz szeretni – suttogta [az őrnagy]. – Ha parancsra lehet ölni, akkor szeretni is lehet. Ennek semmi köze az érzésekhez.” (134. oldal) 2.) "Az őrnagy elhelyezte a lomtárolóban a feleségét. – Ne csinálj őrültséget! – mondta. – Tudod, ki vagyok? – kérdezte a felesége. – Tudod, mi vagyok? Az őrnagy nem moccant. Ott ült a felesége mellett, akit úgy tett le, mint egy csomagot a megőrzőbe. – El vagyok hanyagolva – mondta a felesége. Az őrnagy a lábát, a bokáját simogatta. – Az elhanyagolás jót tesz neked. – mondta halkan. – Erősebbé tesz minket." (135. oldal) Mellesleg kiérezni belőle azt a hűvös, távolságtartóan abszurd tónust is, ami Grunberg jellegzetes hangja.
Verschrikkelijk boek, herhaalt zichzelf de hele tijd en de karakters zijn irritant. Toch las ik het uit omdat ik hoopte dat het einde goed zou zijn maar helaas. Ik heb het boek gelijk weggedaan.
Snap overigens nog steeds niet wat "de emmer accentueerde haar borsten" betekent bij een kind.
Zolang het boek zich focust op de Majoor en zijn missie om zijn ‘dochter’ op te voeden is Onze Oom een fascinerend verhaal over loyaliteit, ambitie en de plaats van moraal hierbinnen. Af en toe zijn de thema’s misschien een beetje te obvious – de seksscène die wordt beschreven in militaire termen (inclusief een penis als ‘dienstwapen’) had achterwege gelaten mogen worden, en de manische verwijzingen naar het zwembad werden een beetje vermoeiend – maar het blijft een intrigerend verhaal, dat met zijn obsessieve, bijna onmenselijke hoofdpersonage perfect binnen Grunbergs oeuvre past.
Als de Majoor op de helft van het boek uit beeld verdwijnt, en de kleine Lina de nieuwe hoofdpersoon wordt, verdwijnt ook een groot deel van de fascinatie. Door de vele personages en tijdssprongen wordt het moeilijker om echt om het verhaal te geven. Als tegen het einde van het boek de Dirigent wordt geïntroduceerd – ook hij lijkt bedoeld als hoofdpersonage – is alle interesse al verdwenen. Het laatste hoofdstuk brengt nog wat thematische closure, maar slaagt er niet echt in om het bestaan van de 300 voorgaande pagina's te verantwoorden. En dat is jammer, want er zat toch wel echt een goed verhaal in.
nach "Muttermale" hab ich beschlossen, dass ich ihn gerne mag und mit diesem Buch hat er auch wieder bewiesen, dass jede Begeisterung gerechtfertigt ist Arnon Grünberg schreibt in einer Mischung aus innerer Beschreibung der Figuren und äußerlicher Betrachtung immer mit einer Prise Humor und ironischer Satire aber unglaublicher Beobachtungsgabe und Liebe zum Detail
De eerste twee derden zijn niet zo slecht voor een nederlandse boek. Ik vind de absurde vulgariteiten en het onbenoemde zuidamerikaanse land leuk. Maar het einde werkt niet. Wat eigenlijk gebeurt er en waarom?
Onze Oom is een stijloefening. Grunberg gaat Latijns-Amerikaans en raast enkele honderden bladzijden weg. Onderweg laat hij enkele hoofdpersonages zonder boe of ba achter in een diepe spelonk of op de bodem van een zwembad. Maar het spektakel mist diepgang.
Jammer, want in de marge maakt Grunberg wel enkele boeiende opmerkingen. De opmerking over 'de pornografie van geweld', bijvoorbeeld. Ik weet niet of die term van Grunberg zelf komt, maar het is wel raak in tijden van IS. Helaas is dit maar een ideetje en wordt het niet echt uitgewerkt.
Niet slecht, maar zeker geen Grunberg grand cru. Dit dik boek weegt te licht.
Majoor Anthony is belast met het arresteren van verdachte individuen. Tijdens een van deze operaties gaat het helemaal mis: twee verdachte individuen worden neergeschoten. Als majoor Anthony in de woonkamer van deze individuen het meisje Lina aantreft, besluit hij haar mee naar huis te nemen. Om zijn vrouw een kind te geven. Want hij en zijn vrouw Paloma kunnen zelf geen kinderen krijgen.
Als de majoor, die door niemand serieus wordt genomen, op missie gestuurd wordt, blijft Lina bij Paloma achter. Dat gaat aanvankelijk goed, maar als Palome weer eens een van haar hysterische buien heeft, vertrekt Lina. Om haar ouders te gaan zoeken. Daardoor belandt ze in allerlei extreme situaties die ze gelaten over zich heen laat komen.
Hoewel Onze oom een boek is van maar liefst 639 pagina's leest het niet als zodanig. Het is, geheel in de stijl van Grunberg, gemakkelijk en vlot leesbaar. Het verhaal bevat humoristische momenten, maar ook wel aangrijpende. Vooral die waar het Lina betreft.
Het boek bestaat uit vijf delen en in het vierde komt 'De Dirigent' opeens naar voren. Dat komt toch enigszins uit de lucht vallen en is, samen met het vijfde deel waarin Lina inmiddels volwassen is, het minst interessante deel van het boek. Vanaf het vierde deel wordt de indruk gewekt dat het geschreven is om toch maar een keer eind aan het boek te breien. Dat is jammer, want buiten dat is het een prima boek waarin de verteller in Grunberg volledig tot zijn recht komt.
In Onze Oom van Arnon Grunberg bevinden we ons in een fictief, waarschijnlijk Zuid Amerikaans land. Zonder dat het gezegd of geschreven wordt, is er sprake van een militaire dictatuur. Beschrijven waar het verhaal overgaat is niet zo moeilijk. Eigenlijk is het hele verhaal opgehangen aan een gestolen kind en haar weg naar volwassenheid die rauw en uitzonderlijk is. Maar waar gaat het boek nu eigenlijk echt over. Dat is best moeilijk te duiden. Volgens de flap gaat het over toewijding aan idealen en gedreven ambitie. Toch las ik iets anders, een veel verontrustender boodschap. Elk personage is in principe 'aardig' en toegewijd aan zijn of haar idealen. In allen kan de lezer zich tot op zekere hoogte herkennen. Toch zijn ze allemaal op hun eigen manier ook monsterlijk. In Onze Oom worden slachtoffers daders en daders worden slachtoffers. Gedreven door fanatisme, jagen ze allemaal hun idealen na. Alleen de protagonist Lina, drijft bijna als vanzelfsprekend mee in die chaos. Zij is een slachtoffer maar wordt een dader als een vanzelfsprekend gevolg van overlevingsdrang. En dat is eigenlijk een gitzwarte boodschap. Ik vond het fascinerend om te lezen. Vier sterren
Sommige boeken van Grunberg kan ik niet inkomen maar dit boek greep me direct. Het speelt in een fictief land in Zuid-Amerika wat onder een militaire dictatuur leeft. Het begint met majoor Anthony die alles doet volgens de regels. Hij is verantwoordelijk voor het ophalen van verdachte figuren. Hij levert ze af en daarmee houdt zijn verantwoording op vindt hij. Als er bij zo'n actie iets fout gaat blijft er een kind achter wat hij meeneemt naar huis en aan zijn vrouw geeft. Hij kan haar niet zwanger maken en ze smacht naar een kind maar natuurlijk niet naar dit kind. Als hij na een actie niet meer thuis komt wordt Lina (het kind) de hoofdpersoon. Ze komt uiteindelijk terecht in een dorp op de hoogvlaktes en wordt aan een familie toegewezen waarvan de vader haar meeneemt naar de mijnen. Daar maakt ze kennis met "onze oom".
De moordenaar van Lina Siñana Hunaca's ouders kon zelf geen kinderen krijgen, daarom besloot hij Lina Siñana Huanca te adopteren.
Met deze intrigerende zin begint Grunbergs "grote Zuid-Amerikaroman". In een interview vindt hij het zelf een van zijn meest geslaagde romans, daarom begon ik met veel interesse aan dit boek. En het is inderdaad een goed boek, al vind ik vooral het tweede deel 'Het konvooi' bijzonder langgerekt. Jammer, want dat neemt de vaart nogal uit het boek. Daarna volgen we gelukkig andere personages en dat brengt altijd wel een verrassing. Knap en best grappig hoe 'onze oom' diverse gedaantes aanneemt in het boek, metaforisch voor 'de staat' over een afgod in een goudmijn tot een personage als de Dirigent.
It is not the best book I’ve ever read, not even the best of Grunbergs books, however i disagree with other commentary saying the second half was worse than the first half. I was near giving up reading further in the Part being described by the idiotic Major Anthony, since the repetition and the dulness were overwhelming. The parts written from perspectives other than his, I actually really got into it and could read the book for longer than half an hour a sitting. Grunberg seems to always write his protagonists with a sociopathic detached point of view, which I do from time to time find a really interesting angle, in this book however all the (especially male) characters were fairly alike, lost in their own >Engstirnigkeit<.
Officieel is er geen oorlog. 'Dat zou buitenlandse investeerders onnodig afschrikken.' Onze oom. Een ambitieus boek. Niet alleen omdat het niet over de veel beschreven oorlog gaat. Een oorlog binnen een relatie. Het gaat over een oorlog in een niet bij naam genoemd Afrikaans land. Het verhaal kenmerkt zich als een Grunberg roman. In het begin van het boek hebben de personages weinig te verliezen. Tot ze aan het einde nog meer blijken te verliezen. Als Lina helemaal nergens meer terecht kan krijgt ze advies. Zing en kijk de mensen recht in de ogen. Eis het geld op. Alsof er niets aan de hand is.
Ik had zo 1000 pagina's over de majoor, Paloma en Lina willen lezen. Ik vond de wending vooral jammer, niet eens zo slecht. Voor Grunberg is het tweede deel wat tam. Zoals altijd goed geschreven. Ook hier het lijden als een grote ironische bezigheid beschreven. Alle interacties tussen Paloma en anderen zijn hilarisch. Het karakter van de majoor is wederom prachtig neergezet. Lina iets minder.
In Grunbergs oeuvre zou ik hem boven Figuranten en De Dood in Taormina zetten. Goede Mannen, Huid en Haar en Bezette Gebieden zijn een stuk beter als dikke pil. En ook romans als Fantoompijn, Moedervlekken, Tirza en De Asielzoeker zijn ook een stuk beter (Gstaad en Mareks werken nog niet gelezen).
a magnum opus of sorts? cant really tell yet. this might be grunbergs best after Blauwe maandagen. managing to disturb deeply, obviously. the baby scene was out there. but keeping his usual playthings in the drawer; very refreshing, because his tricks got boring back in Fantoompijn. also very cool that he writes very honestly and accurately about a revolution (although he does balance an odd trotskyist-maoist line). funny grunny … …
Een boek dat je vast houdt zonder dat goed duidelijk is waarom. Het verhaal kent geen plaats en tijd maar het beeld dat opgeroepen wordt is helder: zuid-Amerika in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Een trieste revoluties met vele slachtoffers waar voor geluk geen plaats was. Boeiend geschreven met een grote gelaagdheid.
Telkens weer probeer ik iets van Grunberg om er keer op keer achter te komen dat het t niet is. Ook deze roman: te verheven? Te zwaar aangezette karakters? Tenenkrommend gelezen... Een extra ster voor de invalshoek.
uit plichtsbesef heb ik dit saaie en pretentieuse boek uitgelezen: een boek van 1 van de bejubeldste schrijvers schuif je niet half uitgelezen aan de kant. Ach, was ik maar zo moedig geweest het wel te doen.
De schrijfstijl van Arnon Grunberg zal mij nooit vervelen, maar de logica in de verhaallijn was ver te zoeken. Er was niet een concreet einde en de 4 verschillende vertelperspectieven maakte het verwarrend.
Niet mijn favoriete Grunberg. Het boek miste spankracht, en het heeft niet veel gescheeld of ik had het meerdere keren definitief aan de kant gelegd. Uiteindelijk toch uitgelezen, maar niet van harte.
"De dood is niet vies, de dood is niet smerig. Het is alleen maar omdat we hem niet kennen dat we de dood smerig vinden. Omdat we de mythes zijn gaan geloven die over hem de ronde doen." (p. 271)
Onze oom was the first time I read Grunberg in a long time, but I immediately felt familiar with his language. And it fits the book, the persons in it. "The price of following one's moral", one review said. I don't know. That certainly applies to the major, and it resonated in me. If one lives ones life doing the right thing, following what is expected of one, where does that lead you? The major is described fantastically. He may seem like a farce, but I think it is a true portrait of a not so uncommon kind of personality. But the price of moral for Lina? Does she have one? She is used by people in another way than the major, who was at least convinced he served the right purpose. Lina doesn't seem to know better, but I think after one is done with the book it is interesting to see her development. I just don't think we get to see much of that in the end, but it is certainly there. And also why she developed as she did. But what does that say about people, about women? That she is dead is indeed a perfect metaphore. There is plenty of interesting people in the book. I love the erotic scenes, which are not erotic at all. Grotesk maybe? It's the power of Grunberg humor. I'm not sure it's his best but it's certainly worth a read and it was entertaining enough to get me quickly through its length.
2009? Tirza is widely recommended as better. Perhaps some time I will take a look at that.
The book is way too long, 600 pages. I felt insulted by the author's unwillingness to choose his words more carefully, to write more compactly, or at least without innumerable repetitions. At some point I just skimmed.
His style doesn't bother me, I even maybe like the short sort of machine-gun-like sentences. I was not distracted by the WAY he said things.
Sometimes the self-reflection of the major seemed implausible. At one point Grunberg has the major thinking that 'something was missing - he himself was missing'. A person like this major, I believe, could not possibly have that level of self-awareness, psychological insight, whatever.
If it were reduced to 200 pages, and only about the major, not about his 'adopted' daughter, would I then admire the book?
Een echte, verontrustende Grunberg, die net iets minder blijft hangen dan zijn vorige boeken. Misschien ligt dat aan het ontbreken van de groteske humor uit Tirza en De Joodse Messias? Desalniettemin is Grunberg een Groot Schrijver.
Prachtig boek, met schitterende beschouwingen over recht en plicht, moraliteit en gezag, grotendeels gezien vanuit de ogen van een onschuldig meisje. Enkel spijtig dat het boek in het midden even een dipje heeft en zich m.i. opnieuw op gang moet trekken.
Even meekijken onder de schedel van de majoor die voor zijn vrouw een kind meeneemt, omdat ze kinderloos zijn gebleven in een Zuid-Amerikaans land waar het leger het onderspit delft tegen de rebellen. Waarna later ook de vrouw en het kind hoe zij dit allemaal ervaren met de lezer delen.
Eén van Grunbergs meest 'ernstige' boeken. Het is heel aangenaam om eens niet overdonderd te worden met geschifte en absurde personages. Anderzijds blijft het wel duidelijk een boek van Arnon Grunberg, met alle typische stijlkenmerken van dien.
Weer een typische Arnon Grunberg. Mysterieus met plottwists en een kijkje in het brein van iemand die je normaal als 'knettergek' zou bestempelen. Geen vijf sterren omdat ik het einde enigszins onbevredigend vond.
This book is not a book you can read while laying on the beach with some cocktails. It's pretty tough stuff, and you will have to read some sentences two or three times. It is definetely worth the read. One of the books I believe they should translate into a movie.