Ivan Gontsjarov (1812-1891) is wereldberoemd geworden door slechts één boek, 'Oblomov', het onvergetelijke portret van de luiaard die om wereldbeschouwelijke redenen weigert zijn bed te verlaten. 'De Petersburgse pest' is een jeugdwerk van de auteur. Daarin drijft hij op milde wijze de spot met de onschuldige liefhebberijen van zijn vrienden en van vele andere Petersburgers die, zodra de lange, donkere winter voorbij was, een onweerstaanbare drang kregen de stad te ontvluchten en de natuur te beleven. Die natuurbelevingsdrang is sterk uitvergroot terug te vinden in deze novelle, die tevens een parodie is op een literair genre dat in die jaren nog heel populair was: dat van het romantische verhaal waarin wordt gedweept met de natuur. Om deze en andere redenen toont Gontsjarov zich hier een Russische broer van De Genestet en van de Nic. Beets (Hildebrand) van de 'Camera Obscura'.
In deze familie Stastok op zijn Russisch beleven de Zoerovs en hun vadsige vriend Tjazjelenko (een voorloper van Oblomov, niet alleen door zijn luiheid maar ook vanwege zijn welsprekendheid en goedhartigheid) de natuur als prachtig, idyllisch, pittoresk, ongerept. Maar de verteller laat nooit na de lezer met de werkelijkheid te confronteren: de door anderen niet opgemerkte maar o zo nabije stank van een vetsmelterij, het zeepschuim op een petieterig meertje, mest op de reling van een brug of de schutting van een steenfabriek. De Petersburgse pest is een vergeten kleinood.
------------
De negentiende-eeuwse Russische schrijver Ivan Gontsjarov (1812-1891) is vooral bekend geworden door zijn roman 'Oblomov', die het onvergetelijke portret schetst van een aartsluiaard. 'De Petersburgse pest' (1838) is een jeugdwerk van Gontsjarov en geruime tijd vóór 'Oblomov' geschreven. In deze novelle geeft de auteur een vermakelijke, parodistische beschrijving van de onrust die een deel van de Petersburgse adel bekruipt als de winter is afgelopen en het tijd wordt de stad voor het platteland te verruilen en de natuur in te gaan. Gontsjarov drijft de spot met het dwepen met de (romantische en idyllische) natuur en laat zien hoe dit alleen maar tot nodeloze ontberingen leidt. Interessant is dat we in een van de personages reeds het prototype van Oblomov tegenkomen. Deze levendige, satirische novelle is een meesterwerkje van een van de grote Russische realisten.
--------------
Iwan Aleksandrowitsj Gontsjarow (1812–1891) studeerde letteren aan de universiteit van Moskou, waar hij met zijn medestudenten Lermontow, Herzen en Belinksi geen enkel contact had, noch met enige politiek-literaire studentengroepering. In 1834 kreeg hij een betrekking als vertaler aan het ministerie van financiën. In tegenstelling tot veel andere Russische schrijvers maakte hij wél carrière als ambtenaar. Hij publiceerde inmiddels enkele verhalen en in 1847 de roman Een alledaagse geschiedenis. In 1852 maakte hij een reis naar Japan en bij zijn terugkeer werd hij benoemd tot Hofraad. In 1858 verscheen een reisverslag van zijn hand. Intussen was hij benoemd tot censor. Deze functie, die hij van 1855 tot 1860 bekleedde, oefende hij met grote nauwgezetheid, fatsoen en redelijkheid uit. In 1859 verscheen zijn grote roman Oblomow, waaraan hij zijn wereldroem en zijn plaats temidden van de klassieke negentiende eeuwse Russische schrijvers dank
----------