Eenvoudig taalgebruik, kinderlijk zelfs, in een zeer minimalistische stijl geschreven. Gevoelens en gedachten zijn onbenoemd gelaten, maar toch wist hij juist hierdoor bij zijn lezers iets in beweging te zetten. Hij wist heel goed wat hij daarmee bereiken zou, daar ga ik tenminste vanuit, en dat eenieder die dit boek zou lezen letterlijk hetzelfde zou lezen, maar tegelijkertijd van binnen andere paden in zou slaan. De menselijke geest creëert zijn eigen blik op elke situatie, zoals broers en zussen ook elk hun eigen verhalen creëren over hun jeugd, waarbij dezelfde gebeurtenis niet automatisch ook dezelfde herinnering oplevert. Knap wel.
Mijn pad in deze novelle was er eentje van mooie beelden met iets van melancholie over de kindertijd en hoe we de wereld om ons heen dan waarnemen naar een steeds groter groeiende ergernis over de holle conversaties in families, drank, de elite en bereikte zijn dieptepunt bij de studentenvereniging. Mijn ergernis kreeg de overhand.
Geen mooi citaat dit keer, die zijn niet te vinden in dit boek, maar een voorbeeld van hoe de conversaties zijn geschreven:
"Ha, Aardenburg, zei de jongen en hij stapte af.
Hui Chris, zei Aart.
Hoe gaat het ermee? vroeg de jongen.
Met mij best, zei Aart.
Je zit op de HBS, niet? vroeg de jongen.
Ja, zei Aart.
Welke klas? vroeg de jongen.
Vierde, zei Aart. Jij zit op de MULO, niet?
Ja, zei de jongen."