Zoals voor velen geldt, is dit, nu ik dit in 2022 schrijf, een verre herinnering aan de tijd op de middelbare school, toen wij tijdens de lessen Nederlands in de literatuurgeschiedenis in de Middeleeuwen waren beland. Daar troffen we mysteriespelen, ridderromans en stukken waarin de hoofse liefde werd beschreven. Een voorbeeld van het laatste genre is ‘Floris ende Blancefloer’. Het is een ingekleurde vertaling van de Franse tekst ‘Floire et Blancheflor’ uit ongeveer 1160, over een christin en een moslim – en dat in de tijd van de kruistochten. Genoeg conflictstof, maar de liefderijke gevoelens van genoemde hoofdpersonen staan centraal. Uit de aard der periode is hun liefde hoofs, dus per definitie deugdzaam en geïdealiseerd. Deze achtergrond beseffende vind ik het met deze tekst aangenaam verpozen, bij gelegenheid aan een knapperend haard- of kampvuur gezeteld. JM