ANTÓNIO AGOSTINHO NETO, nasceu a 17 de Setembro de 1922. Desde cedo um opositor do domínio colonial português, foi por várias vezes detido em Lisboa, onde se licenciou em Medicina, e em Cabo Verde. Em 1962, fugiu para Marrocos, onde se juntou ao movimento de libertação no exílio. No mesmo ano foi eleito presidente do Movimento Popular para a Libertação de Angola (MPLA). Nessa qualidade, proclamou, a 11 de Novembro de 1975, a independência do país, tornando-se no primeiro presidente angolano.
Colaborou em várias revistas, jornais e publicações culturais e publicou diversos livros, dos quais se destacam o seu primeiro livro, Náusea (1952), Quatro Poemas de Agostinho Neto (1957), Com os Olhos Secos (1963) e Sagrada Esperança (1974). Recebeu o Prémio Lótus (1970) e o Prémio Nacional de Literatura (1975).
(Eigenlijk heb ik Horizon van Bevrijding gelezen, maar omdat Goodreads mijn uiterst antiquarische dichtbundels niet kent, heb ik hem maar zo gecatalogiseerd.)
Agostinho Neto was naast dichter ook politiek activist in tijden van Portugese overheersing, en uiteindelijk de eerste president van Angola. Hij is in die zin dus vergelijkbaar met Leopold Senghor (dichter in de Négritudebeweging en eerste president van Senegal) en. En het is een romantisch idee, de verzetsdichter, een mens wiens eenzame woorden massa's hebben verzet, met zijn vrijheidskreet die meer is dan woord alleen.
En Neto's poëzie is verre van subtiel. Hij gebruikt grote woorden (mystiek is zijn favoriete bijvoeglijk naamwoord, maar het veelvuldig gebruik neemt de kracht van het woord wat af), en is overduidelijk politiek. Het verzet is doorvoeld gepijnigd en tot alles in staat (zie Haastig). Daarnaast is de bundel actueel; een voorbeeld hiervan is een loflied op Bamako, waar staten samenkwamen voor een Panafrikaanse conferentie. Romantiek speelt ook een rol in de bundel, maar grijpt altijd terug op een etnisch-politieke achtergrond, naar mijn gevoel. Liefde staat altijd in de context van de onderdrukking door de koloniale macht, en de broederschap van andere Angolezen.
Wat me verder opviel is het dubbelzinnige gebruik van het woord zwart. Aan de ene kant is er de algemenere associatie van duisternis en nacht, van verlangen naar een zon die misschien niet komt, maar aan de andere kant natuurlijk ook het etnische aspect van de onderdrukking. Neto is Panafrikaans, en strijdt voor een volledige bevrijding van een onder zware lasten gebukt Afrika.
Esthetisch gezien sta ik een beetje in het midden. Sommige zinnen zijn prachtig en brengen geweldig het verlangen naar vrijheid over. Weinig gedichten zijn helemaal trefzeker en de herhaling is soms wat overdadig. Ritmisch was het wel fijn om te lezen.