Dit boek bevat jeugdherinneringen van J.J. Voskuil (1926–2008): dikwijls hilarisch opgeschreven en altijd helder en doeltreffend geformuleerd. Het verhaal 'Mijn socialistische jeugd', dat de hoofdmoot van dit boek vormt, is echter in de eerste plaats een even scherp als ontroerend portret van Voskuils vader. In de oorlogsjaren, Voskuil was 15 of 16 jaar oud, registreerde hij voor het eerst diens kwetsbaarheid: 'Hij verloor zijn gezag niet, maar hij kwam dichterbij en het gevoel dat hij mij beschermde, maakte geleidelijk plaats voor het gevoel dat hijzelf evengoed beschermd moet worden.' Er is een passage waarin zijn vader, met hulp van de buren, de meidoorn uit de voortuin omzaagt. Die passage vergeet je niet meer, zo mooi beschrijft Voskuil een vader die buiten de huiskamer niet zo sterk blijkt als zijn zoon zich hem voorstelt. Jeugdherinneringen bevat prachtige beschrijvingen van een jeugd in Den Haag. Niet eerder gepubliceerde foto's maken dit boek een must voor liefhebbers van J.J. Voskuil.
Voor mensen die de grote werken Het Bureau en Bij nader inzien eerder niet aandurfden, is dit boekje een betrouwbare kennismaking. Want: succes verzekerd. Naast het verhaal 'Mijn socialistische jeugd' bevat het boek ook het niet eerder in boekvorm verschenen verhaal 'Alleen op de wereld'.
J.J. (Johan Jacob / Han) Voskuil (1926–2008) publiceerde in 1963 de 1207 pagina's tellende roman Bij nader inzien. Het boek, dat zowel een roman van een generatie als een psychologische roman is, gaat over een groep vrienden, studenten Nederlands in de periode 1946–1953, die een aantal jaren samen optrekken en in de traditie van Du Perron en Ter Braak discussiëren over leven, literatuur en politiek. Aan het eind van de roman moet de hoofdpersoon Maarten Koning, Voskuils alter ego, erkennen dat de vriendschap die er leek te zijn, niet meer dan een illusie was. Bij nader inzien werd in 1991 door Frans Weisz verfilmd voor de VPRO. De serie werd met drie gouden kalveren bekroond.
In 1996 keerden Voskuil en Maarten Koning terug in de kolossale roman Het Bureau die in totaal zeven delen telt: Meneer Beerta, Vuile handen, Plankton, Het A.P. Beerta-Instituut, En ook weemoedigheid, Afgang, De dood van Maarten Koning. De roman beschrijft het leven van Maarten Koning als medewerker van het Bureau: het Amsterdamse Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde. Kern van de roman is de vraag hoe mensen die dag in dag uit met elkaar moeten samenwerken zich tot elkaar verhouden.
In 2002 verscheen Requiem voor een vriend, waarin Voskuil voor het eerst zijn alter ego Maarten Koning loslaat. De hoofdpersoon van het boek is niet de schrijver zelf, maar Jan Breugelman. Het boek is een geschiedenis van een vriendschap, die haar oorsprong vindt op de middelbare school, vorm krijgt op de universiteit en in de jaren daarna steeds hechter wordt. In februari 2004 verscheen het eerste deel van de Voettochten: Terloops. Het bevat tien verslagen in dagboekvorm van wandelingen door Frankrijk. Het tweede deel, Buiten schot verscheen in 2005, en het derde en laatste deel, Gaandeweg, is in de zomer van 2006 verschenen. In maart 2007 verscheen Onder andere, een verzameling portretten en herinneringen. Voskuil overleed op 1 mei 2008 na een kort ziekbed. Postuum verschenen zijn romans Binnen de huid en De buurman en de essaybundel Ik ben ik niet, ingeleid door Detlev van Heest.
From first childhood memory to coming of age at 18 during the war years when this meant the threat of forced labour. The book ends with the poem Klaas Voskuil wrote for his son's eighteenth birthday: "Geen kaarsen branden morgen bij zijn bord. / Je moet, wanneer de Duitscher je verrast, / Niet demonstreren dat er iemand achttien wordt.". It also prompted me to re-read, with greater insight, Simon Carmiggelt's 'Schrijf nooit een massaspel' published in the collection "Onzin".