Dido en Aeneas, Daedalus en Icarus, Nero en Agrippina: je hoeft niet uitzonderlijk geletterd te zijn om deze personages uit de Latijnse literatuur te kennen. Al eeuwenlang behoren schoolauteurs als Cicero, Vergilius, Livius en Tacitus tot de standaardbagage van de West-Europese intellectueel; Ovidius is een van de invloedrijkste dichters aller tijden, Catullus en Horatius gelden als grondleggers van de lyriek zoals die nog iedere dag geschreven wordt.
Maar hoe zit het met Lucilius en Varro, Persius en Gellius, Symmachus en Macrobius? Om wat voor reden dan ook worden zij nog zelden gelezen, terwijl hun werk buitengewoon de moeite waard is. In Het feest van Saturnus wordt een overzicht geboden van de Latijnse literatuur van de heidense Oudheid, een ongebroken traditie die een kleine duizend jaar omspant, van de derde eeuw v.Chr. tot aan de Middeleeuwen. Alle auteurs worden in hun literaire verband geplaatst en vele fragmenten in vertaling staan er borg voor dat de werken echt tot leven komen. Het boek laat zien dat de Romeinse literatoren een onwrikbaar geloof koesterden in de macht van het woord, dat zij virtuoos gebruikten om geliefden te verleiden, rechters te overreden, vijanden zwart te maken en veldslagen te boekstaven.
Piet Gerbrandy (1958) studeerde van 1976 tot 1984 klassieke talen en vergelijkende indo-europese taalwetenschap in Leiden. Tijdens en na zijn studie gaf hij ruim twintig jaar les in het voortgezet onderwijs. Hij werkte mee aan enkele schoolboeken ten behoeve van het eindexamen Grieks. Voorts publiceerde hij enkele dichtbundels en drie bundelingen met essays over met name Nederlandstalige poëzie en Griekse en Latijnse literatuur. Hij vertaalde Quintilianus’ De opleiding tot redenaar uit het Latijn. Gerbrandy is poëziecriticus bij de Volkskrant en schijft voor De Groene Amsterdammer.
Aan de UVA doceert hij sinds 2006 Klassiek en Middeleeuws Latijn, zowel taalverwerving als letterkunde. In het collegejaar 2010-2011 is hij als gastprofessor verbonden aan de Universiteit van Gent.