`Ik wil niet meer staan roepen in het gezelschap van anderen dat de geografie ons heeft misdeeld, sorry dat ik op de verkeerde plaats geboren ben, sorry dat mijn zuster voor iemand zijn kogel liep, sorry. Ik wil vooral de nieuwkomers nog een paar weken het geloof in een toekomst gunnen.
Ik lieg. Eigenlijk wil ik niets meer.'
Sommige boeken zijn goed, sommige tragikomisch, sommige cynisch en dan zijn er nog hele belangrijke boeken. ´Problemski Hotel´ is het allemaal.
Door het tijdschrift ´Deus Ex Machina´ is Verhulst gevraagd een stuk over asielzoekers te schrijven, waarvoor hij een aantal dagen verbleef in een asielzoekerscentrum. Verhulst voelt zich 'genoopt de melden dat zowat de helft van deze verhalen verzonnen is, en dat geen enkel verhaal een leugen bevat.' Duidelijk.
Het boek is geschreven vanuit het oogpunt van een politiek vluchteling, via wie wij de rest van de vluchtelingen leren kennen.
De romanvorm die voor het boek gekozen is, werkt erg goed.
Verhulst schrijft, zoals vaker, met een zeer cynische toon, prachtige oneliners en sterke zwarte humor. Het boek leest als een trein en is erg goed geschreven.
Bovenal is het boek belangrijk omdat het, hopelijk, wat begrip kan scheppen ten opzichte van de onzichtbare mensen die wij alleen als groep 'asielzoekers' erkennen. Asielzoekers die, naar het schijnt, onze banen willen stelen, leven van ons belastinggeld enz enz. Maar intussen zijn het mensen die geen bestaan hebben.
De verhalen van de verschillende mensen die aan bod komen in dit korte boekje, zijn allemaal schrijnende gevallen, waarvan er helaas heel veel in het echt bestaan. In een paar pagina's weet Verhulst de karakters sterk neer te zetten en je als lezer compleet mee te laten leven met hun tragiek. Als er literatuur gelezen moet worden op de middelbare school, behoort 'Problemski Hotel' op de verplichte lijst te staan.
'Het zoontje van de familie Prosinecki is vandaag met een stralende glimlach terug van school gekomen. (...) het is jammer dat hij in een bombardement een stuk van zijn gezicht verloren heeft, anders was het voor de duur van die glimlach een prachtig kind geweest. Stipe heet de bengel, hij is zo oud als zijn verdriet, en als ik ooit zelf per ongeluk een zoon zou hebben zou ik mij kunnen troosten indien hij leek op Stipe. Uiteraard liefst in de versie met een volledig gezicht.
(...) Op school had zijn klas de finale mogen spelen en daarin had hij het winnende doelpunt gemaakt (...) daarna hadden ze zijn verjaardag volgens de Belgische tradities gevierd (...) iedereen mag met een dikke, vette stift een verjaardagswens op je lichaam schrijven. (...) Zijn hele buik en rug stond vol met wensen, of ik het eens moest zien?
Stipe tilde trots zijn truitje op en ik las: 'smerige makkak, keer terug naar je eigen land.' 'en, en, wat staat er?' vroeg hij. 'Wil je het even voor me vertalen?'
'Stipe voetbalkampioen' zei ik, en zijn lach werd nog breder dan hij al was. Hij had nog nooit zo'n mooie verjaardag gehad. Lang zal hij leven.'