What do you think?
Rate this book


488 pages, Hardcover
First published January 1, 2000
Ik zit op het toilet en al moet ik nodig, het goud wil niet komen. Met gesperde cloaca en gonzend hoofd van het persen bevind ik me in uitputtende concentratie, als de deur van het privaat opeens wordt opengetrokken, geen slot of haakje op die deur. Daar staat met minachtende grijns iemand, niet altijd is dat Nico Sibelijn die de laatste maanden zo vaak in de krant staat, soms is het postbode Coolenbrander of nog een ander persoon of persoonachtig wezen, op mij neer te kijken. Wat ik, purper van het onmachtig drukken, nog het beschamendst vind van deze inbraak in mijn privacy, het vernederendst, het ergst van alles, is, dat de verschijning in de deurlijst ziet dat ik meisjeskniekousjes aanheb, witte met erdoorheen geweven traantjes van afwijkend wit, of dat ik een tot Napoleonsteek gevouwen krantenessay op mijn hoofd draag. Op datzelfde moment komt de lading los als een bombardement. Tussen mijn dijen door, kriebelend aan mijn testikels, stijgt een tyfoon van vliegen en andere insecten uit de zitdoos op. Als honderden partikeltjes stront verspreiden ze zich voordat ze op alles blijven vastplakken. Al vermoed ik dat ik droom, tegelijkertijd weet ik dat ik niet droom, want ik hoor de wekker klik! klik! klik! foto’s van mij maken.