Arno en Sonny Boy Williamson, Karel Bogaert en Robert Johnson, Roland Van Campenhout en Lightnin' Hopkins, Willy Donni en T-Bone Walker, Boogieboy en John Lee Hooker, Misj Daniëls en B.B. King...
De Blues is de hoeksteen van de Rock-'n-Roll en van de hedendaagse Rock. Ook in België en Nederland liggen de roots van heel wat befaamde artiesten in de bluesmuziek. Bekende Vlamingen zoals Arno, Roland, Boogieboy, Wigbert en Steven De Bruyn vertellen over hun helden uit Mississippi en Chicago, van B.B. King tot Muddy Waters en Lightnin' Hopkins. Heel wat grote namen uit de Blues, zoals Eddie Boyd en John Lee Hooker, hebben in de Lage Landen geleefd en gespeeld en kruisten het pad van hun blanke bloedbroeders. De confrontatie van die twee werelden levert fantastische verhalen op. Verhalen over kleurrijke en soms tragische maar ook ontroerende figuren, verhalen over hun muziek en hun mysteries, en over hun betekenis vandaag. Nooit eerder werd de band tussen de blanke musici uit eigen land en de grote Amerikaanse bluesnamen zo onthullend beschreven. (Overgenomen van www.epo.be/uitgeverij/boekinfo_boek.p...)
Johan Op de Beeck is a well-known TV face and has had a renowned career in media and journalism for 35 years. Previously, he was active as an anchor of the VRT news, documentary maker, director of Canvas, presenter and interviewer of various talk shows and editor-in-chief of various media at home and abroad. Today he is an independent communications consultant and author of a series of successful non-fiction books, which do very well in the bestseller lists and are always well received.
Dit boek biedt een boeiende inkijk in de rijke geschiedenis van de blues. Op de Beeck combineert persoonlijke verhalen van Belgische artiesten met anekdotische informatie over de moeder van de muziek. Ik heb dit werk met veel plezier en interesse gelezen!
In dit boek gaat journalist Johan Op De Beeck op zoek naar wat blues inhoudt. Hij gaat daarbij ten rade bij Belgische bluesmuzikanten of concertpromotoren maar ook bij de oude meesters zelf. Hij verbindt het hele boek door die roots van de muziek en haar vertolkers met de hedendaagse artiesten in ons land, met mensen van bij ons die gebeten zijn door eenzelfde bluesmicrobe als de auteur zelf. Daarin is het boek verhelderend, het beschrijft ook mooi de geschiedenis van het genre en van de voornaamste vertolkers. Toch leest het ook vooral als een ode door een fan, die bijna elke oude bluesgrootheid als "de grootste" bestempelt en in zijn aanbidding voor het genre hedendaagse genres en artiesten meen te moeten neerhalen, alsof authenticiteit enkel in de blues (en jazz) terug te vinden zou zijn. Bovendien gaapt in zijn relaas te vaak een gat tussen de oude helden en de nieuwe generatie, waarin bluesartiesten uit de jaren tachtig en negentig uit het buitenland (of hedendaagse buitenlandse artiesten tout court) amper of niet aan bod komen. R.L. Burnside wordt weggezet als een marketingidee, hoewel zijn verhaal vele gelijkenissen vertoont met dat van de oude blueshelden: onbekend tot een blanke artiest (Jon Spencer) hem bekend maakte en hij eindelijk de erkenning kreeg die hij verdient. Die idolatrie en die verafgoding van alles wat maar oud en "authentiek" is naar de maatstaven van de auteur zelf, stoort bij momenten en dat is jammer.