In brief- en dagboekvorm zet Winnen het meest in het oog springende deel van zijn wielercarrière uiteen. Maar wat echter begint als een enthousiaste vertelling van een jonge amateur die droomt prof te worden, eindigt in een klaagzang over hoe slecht hij wel niet is. Een ergerlijke klaagzang, omdat de logica ervoor lijkt te ontbreken.
Altijd maar weer scheelt er volgens Winnen iets waardoor het maar niet wil lukken, vaak slechte benen die dagen- en dagenlang aanhouden. En toch blijven zijn prestaties maar beter worden. Ongetwijfeld eisen de fysieke inspanningen hun tol, het aantal keer dat hij zich goed lijkt te voelen op de fiets is op een enkele hand te tellen. Hierdoor rijst de vraag hoe slecht de concurrentie dan wel niet geweest moet zijn, nu iemand die altijd pijn heeft toch consequent vooraan weet te eindigen. Opvallend genoeg weet hij het antwoord hierop ook niet. Steeds weer verbaast hij zich over de hoge klasseringen, terwijl hij zich volledig kapotgereden heeft. Vooral dit laatste maakt het bij tijd en wijle een saai verhaal, met name Winnens relaas over de Tour van ’82. Elke dag is de notitie hetzelfde: ‘Ik voelde me niet goed, de koers was ondoenlijk, Hinault wint alles en zonder het door te hebben sta ik bovenin het klassement.’ Een reflectie over hoe de topnoteringen dan toch tot stand kwamen, zou verfrissend geweest zijn.
Tevens jammerlijk is dat vanaf ’82 en het vertrek van zijn masseur Jomme de brieven steeds meer een verslag van de koers worden en steeds minder sfeerimpressies geven of zaken buiten het fietsen om behandelen, zoals opleiding, auto’s, vrouwen, familie en het zijn korte avontuur in het leger. Doordat hij in zijn berichten alsmaar in herhaling valt door alleen maar te schrijven hoe zwaar het is op de fiets, ontstaat de indruk dat hij eigenlijk geen zin meer heeft het verhaal af te schrijven, en ontneemt het boek je hierdoor de lust door te lezen tot het einde. Een metafoor voor de passie waarmee Winnen zijn loopbaan aanving, maar blij was toen het er na al het gestoempt eindelijk opzat.