Vermakelijke, maar ook goed gedocumenteerde informatie over eten en lichaamsgewicht, vol wetenswaardigheden en verhalen en anekdotes uit het eigen leven van de auteur.
Hoe komt het dat 't Hart zijn hele leven broodmager is gebleven, terwijl hij een weergaloze schrokop is? Hoe at hij vroeger en hoe eet hij nu? Het komt allemaal aan bod in dit autobiografisch getinte, ludieke en goed onderlegde boek.
Bestaat er behoefte aan het zoveelste boek over afslanken? Zeker, mits de onzin die er in deze materie gedebiteerd wordt, aan een grondig onderzoek wordt onderworpen. Onzin is de veronderstelling dat overgewicht een nieuw fenomeen is. Reeds in de negentiende eeuw besefte men dat vooral de overvloedige consumptie van koolhydraten verantwoordelijk was voor gewichtstoename.
Onzinnig is het idee dat de sportschool een oplossing biedt voor overgewicht. Of de gedachte dat je zes tot acht glazen water per dag moet drinken. Misleidend zijn de rooskleurige toekomstvisioenen in dieetboeken, van het Atkinsdieet tot het Zonedieet. Maar misleidend is ook de bewering dat diëten niet werken, dat er altijd sprake is van een jojo-effect.
En een zinnige benadering? Wat opvalt in boeken over voedselopname is de geringe aandacht voor de stoelgang. 'Overal mag ik in bijten, mits ik daarvan flink ga schijten,' hoort ons uitgangspunt te zijn.
Maarten ’t Hart made his debut under the name Martin Hart with the novel Stenen voor een ransuil (Stones for a Long-Eared Owl, 1971). He studied biology in Leiden and worked as an ethologist at Leiden University. One of the most important themes in his oeuvre is his childhood in a Calvinist community and his distancing himself from it. His passions for nature and music also constantly crop up in his work. ’t Hart broke through to a wide audience with his melancholy novel about meeting his teenage love: Een vlucht regenwulpen (A Flight of Curlews, 1978). Many novels, short-story and essay collections later, ’t Hart, with his authentic tone and work which often touches upon the tension between biography and fiction, has grown to be one of the most popular and most translated of Dutch authors. In an interview he said: ‘What I like about literature is that one can show a compressed piece of one’s most intimate self.’ Some of his other novels are Het woeden der gehele wereld (The Fury of the Whole World,1993), a Bildungsroman and a thriller in one, De zonnewijzer (The Sundial, 2002), Lotte Weeda (2004) and Het psalmenoproer (Psalms and Riots, 2006), a historical novel.
Dit is een vermakelijk boek. Maarten 't Hart zegt aan het begin van het boek dat hij bioloog is en geen voedingsdeskundige. Maar Maarten zou Maarten niet zijn als hij er geen stevige mening op nahoudt. Sommige daarvan snijden best hout, andere moet je met een korrel zout nemen, maar niet teveel, want zout is niet goed voor je. Hij is duidelijk gepassioneerd als het aankomt op onze voedselproductie. En hier heeft hij eigenlijk wel een punt. Verder is het toch de typische 't Hart schrijfstijl en, soms wat, vileine opmerkingen die het een heerlijk boekje maken om te lezen. 3,5 ster
Hoe minder lekker voedsel is, hoe minder je ervan eet, en hoe slanker je blijft. Dat gaat natuurlijk vooral op voor Maarten 't Hart's jeugd, waar schraalhans keukenprins was. Maar in dit boek draagt hij gezonde alternatieven aan voor alles wat er zoal gegeten wordt in onze huidige maatschappij. Het ene is nog verrukkelijker dan het andere, volgens 't Hart. Hij zegt erbij dat het daardoor niet echt in het dovemansorendieet past. Een term die we blijkbaar niet zo serieus moeten nemen. Ik heb het boek met plezier gelezen en ook nog wat nuttige tips opgedaan.
't Hart geeft vrijwel meteen aan dat hij weliswaar bioloog, maar geen deskundige op het gebied van voeding is. En dat is ook wat wringt. Want hoewel het boek zeker vermakelijk is door de schrijfstijl en de blik op het (eet)verleden van 't Hart, is de kwaliteit van de informatieve waarde beperkt. De ondertitel 'over de zin en onzin van gewichtsverlies' suggereert een wetenschappelijke insteek, maar die zoekt de lezer tevergeefs. Het boek is voornamelijk een mening ('Ik heb altijd gedacht dat...', 'Ik ben altijd van mening geweest dat...'). Hij verwijst naar eigen doorgevoerde literatuurstudies, waarin hij zegt nauwelijks literatuur te kunnen vinden over bepaalde zaken, maar gebruikt als zoektermen alleen woorden als 'corpulentie', en niet het hedendaagse 'obesitas'. Zinnen in de trant van 'Dit zou ongezond zijn, maar tante X is er oud mee geworden', en zelfbedachte theorieen over verschillende gewichtstoenamecurves doen mij als lezer verzuchten.
De clue van het boek is simpel: eet alleen wat onaantrekkelijk is (zodat je er niet teveel van eet), en waar je van gaat schijten. Dat zal vast werken, maar wie wil er nu een eeuwig dieet van onaantrekkelijke maaltijden? De titel is derhalve goed gekozen.
De nuchtere stem van Hanneke Groenteman past goed bij de schrijfstijl.
Een heerlijk boek over ons voedsel, en de (on-)zin van diëten. De korte hoofdstukken zitten vol met leuke wetenswaardigheden, anekdotes en voedseltips. In zijn typische stijl met venijnige humor en Maassluise jeugdherinneringen en gespeelde verbazing breekt 't Hart een lans voor het Dovemansorendieet en pleit hij ook tegen de bio-industrie, overbewerkt voedsel, overmatige consumptie en sportscholen. Leest heerlijk weg, en zijn simpele recepten ga ik eens proberen te maken. "Je mag in alles bijten als je er maar van gaat schijten"
Het dovemansorendieet: Niet te lekker, flink laxeren en piepjonge groenten.
Maarten 't Hart is romanschrijver, maar tevens voedingswetenschapper o.i.d. In dit geweldig leuk geschreven boek veegt hij de vloer aan met onze eetgewoonten en vooral met de tips en tricks van dieetgoeroe's. Leuk is dat hij allerlei onbekende voedingswaren aanprijst. Minpuntje is dat hij geregeld afgeeft op bepaalde extremen binnen het hem aangeleerde christelijk gedachtengoed dat weinig ter zake doet. Dat heeft dit boek helemaal niet nodig en zijn evolutiedenkbeelden zijn enigszins lachwekkend. Maar toch heb ik erg genoten van dit leuk geschreven boek.
- Hoezo veel water drinken? - Hoezo waren mensen vroeger slanker? - Hoezo groenten koken? - Hoezo moet eten lekker zijn? - Hoezo aardappels, rijst en pasta? - Hoezo naar de sportschool?
Het dovemansdieet is een heel vermakelijk boek. Maar het stelt ook een aantal vragen die waarschijnlijk heel relevant zijn: Hoe kan het dat de meeste mensen steeds een nieuw, vrij stabiel gewicht bereiken. Dat wil zeggen bij een steeds hoger gewicht. Het bezit van een auto leidt tot gewichtstoename, en het daarna weer gaan fietsen leidt niet tot een gewichtsafname.
Andere zaak waar 't Hart vraagtekens bij zet: Dat gemakkelijk aankomen een evolutionair voordeel oplevert. Dat voor de jager-verzamelaar honger de gangbare toestand was. Hij heeft ook gelijk dat we eigenlijk veel weinig weten over hoe aankomen precies gaat.
Maar vooral de beschrijvingen, gelardeerd met zijn jeugdherinneringen zijn ontzettend leuk.
Maakt korte metten met alle dieet zin en onzin. Ver voor de vlogs en blogs van de voedselmeisjes populair werden ( 2016 +). Zijn achtergrond als bioloog helpt daarbij om te overtuigen. De stijl van het boek is grappig, absoluut niet belerend en met het vingertje wijzend. Hij heeft een paar simpele stelregels die hij toepast in zijn eigen leven en die blijken zeer effectief te zijn. Echt een aanrader, ook voor mensen die zich niet bezighouden met (on)gezonde voeding.
Jaren geleden gelezen. Ik weet er niet zoveel meer van, maar wel dat ik er van heb genoten. Maarten 't Hart beschrijft in een droge humoristische toon de zin en onzin van diëten en sport. Maarten 't Hart doet me in dit boek een beetje aan Midas Dekkers denken, een van mijn favorieten.
Zeer lezenswaardig voor zover het etenswaren betreft. Soms beetje te lollig en oudbakken taalgebruik. Originele kijk op voedselgebruik en - verwerking.