Een klas schoolkinderen is meer dan een wettelijke (en te grote!) eenheid van leerlingen waaraan onderwijs gegeven wordt. Dat is een abmtelijke opvatting en dus onjuist. Een klas is een levend geheel waartoe elk kind zijn deel bijdraagt, en tenslotte de onderwijzer ook nog wel iets. Daarom heeft elke klas weer een eigen karakter, en moet ook de meest-geroutineerde onderwijsman (gelukkig!) elk jaar opnieuw de weg naar het hart van zijn klas vinden. Want zonder hart is er geen onderwijs mogelijk, dat is duidelijk. "Schoolland" vertelt van het leven van één klas. Welke klas? Er zijn zoveel klassen met schoolkinderen in Nederland. Misschien heeft u in deze klas gezeten, of uw eigen kleine Piet toen hij nog een kleine jongen was. Wat doet het er toe? U zult er in elk geval veel van herkennen: de kleine belevenissen, die een kinerleven bepalen, het vreemde gedoe van de grote mensen daarbuiten, de ruzietjes en de solidariteit, en de onderwijzer die nu eens tusssen en ddan weer boven al dat fel levende grut staat, en de klas rustig van de ene deelsom naar de andere loodst. Ieder van ons heeft in dit boek zijn herinneringen, en ieder die ooit een zoontje of een dochtertje naar een nieuwe klas heeft gebracht, vindt hier een antwoord op die altijd gestelde maar nooit beantwoorde vraag: Hoe was het vandaag op school? Een rechtgeaard kind klapt immers niet uit de school, het beseft dat het geheimzinnige leven van zijn klas voor botte buitenstaanders onbegrijpelijk is, en het zwijgt. Tot er een schoolman als Theo Thijssen komt om dat eens haarfijn uit de doeken te doen, en een boek schrijft van milde levenswarmte, dat u volkomen doet delen in het geheim van de klas.
Het liefst zou ik dit boek 3,5 ster geven, maar omdat dat niet kan heb ik het naar boven afgerond. Het is een gemoedelijk verhaal en over het algemeen kabbelt het verhaal wat voort. Toch is het een leuk verhaal om te lezen. Het gaat over de dagelijkse belevenissen van een schoolleraar en zijn klas. Het boek is uit 1925 en dat merk je aan het taalgebruik, de gewoontes van destijds en hoe men toen leefde. Dat het in een andere tijd afspeelt, maakt het juist leuk. Er is ook een vervolg op dit boek en die ga ik zeker lezen.
Ik had 'De Gelukkige Klas' (Nederland Leest) al een aantal jaar in de kast, maar toen ik het pakte, zag ik dat dat het vervolg op Schoolland was. Toen toch maar even Schoolland uit de bibliotheek gehaald.
Wat een genot! Wat een zaaaaalig boek! Zó heerlijk geschreven, zulke ontroerende beschrijvingen, prachtige sfeer. De lezers die niet van Kees de Jonge houden, zouden Theo Thijssen echt nog een tweede kans moeten geven met dit boek.
Positieve literatuur, waar je je aan kan warmen - dat mag ook wel eens. Het besef dat meer dan een eeuw geleden er toch al leerkrachten waren die uit liefde de kinderen van hun klas op een menselijke, ondersteunende manier opvoedden. Met alle twijfels en vergissingen die daar bij horen. Verhaalsgewijs gebeurt er weinig wereldschokkends, maar de eerlijkheid, de warmte die uit dit dagboek straalt houdt je bij de les.
Ik ben Theo Thijssen fan. Elke onderwijzer moet de boeken van Theo Thijssen hebben gelezen. Hoe hij schrijft over een schoolklas, over de leerlingen, over de bijzonder dynamiek tussen leraar en de klas. Het is een eeuw oud, maar zo herkenbaar.
Tip: lees de delen wel Ik heb ze niet in de juiste volgorde gelezen: ik las Gelukkige Klas voor Schoolland.
Een sterk (dag)boek over de mooie en minder mooie kanten van het lesgeven op een Amsterdamse school in 1925. Het schetst een helder beeld van die tijd en bevat waardevolle lessen.
Mooi boekje. Mooi om te lezen hoe het onderwijs was, heel anders dan nu....maar ergens ook hetzelfde is gebleven. In de kern is het onderwijs nog steeds net als vroeger.... kinderen blijven kinderen... Samen met je klas bouw je iets op, een mini maatschappijtje. Als leerkracht leid je, stuur je bij, volg je, geniet je, voed je op, laveer je en weet je dat niet alles maakbaar is.
Het kan soms best langdradig zijn, maar het heeft zeker ook leuke, schattige, soms treurige gebeurtenissen die we te lezen krijgen in de vorm van een dagboek dat een compleet schooljaar inhoudt.
42 leerlingen 4 jaar in dezelfde klas Woensdagmiddag vrij Ook op zaterdag school, behalve voor de 'Is-ra-éliten'. En ook meisjes die op zaterdagochtend hun moeders helpen, en dan stuurt de meester verzuimbriefjes. Zittenblijvers waren er al Meisjes en jongens zitten wel on dezelfde klas, maar niet door elkaar. Als de meisjes gymnastiek hadden (gegeven door de gymnastieker), dan moest Meester Staal tekenles aan de jongens geven. Je merkt ook dat de leerkracht helemaal vrij was in wat hij met de kinderen deed. Nog geen van hogerop gelegde voorschriften, doelen of methodes. Wel een rooster en die erft hij van de juf van de kleuterschool, denkt hij eerst, maar het blijkt toch van de meester te zijn die het jaar daarvoor in dat lokaal stond.
Politiek correctheid avant la lèttre: "Een echt gelovige jood heeft me eens verzekerd en uitgelegd dat hij zich volstrekt niet onaangenaam getroffen voelde als jood te worden betiteld; integendeel, dat nette woord Israëliet, dat jullie met zo'n kies gezicht menen te moeten gebruiken, heeft voor mij een beroerde klank, zei hij." p18
Hij klaagt over verouderde leesboeken met oude taalregels, in dit geval het gebruik van 'gij' en 'mijne'.
Opmerkelijk dat hij, ondanks de 52 kinderen in de klas, goed genoeg oplet om kinderen die iets extra's nodig hebben op te merken en plannen te maken om hun problemen op te lossen.
De kinderen gaan meteen over naar de nieuwe klas in Juni ipv na de zomervakantie.
Geweldig verhaal van Leentje Roos, een armietig meisje dat meestal veel fouten maakt maar de eerste keer in het nieuwe taalschrift helemáál geen fouten maakt, behalve één vergeten komma. En dat de meester dan zelf het komma invult zodat hij bij wijze van aanmoediging 0 fouten kan invullen.
Grappig dat de meester problemen heeft met de voorbereiding van het vertellen. Al leest hij boeken vol verhalen, er staat niets bij wat hem geschikt lijkt op het moment dat hij moet vertellen. "Ik vind nooit een verhaal geschikt als ik het de volgende dag vertellen moet..." (p56). Maar hij kan wel iets opduikelen wat hij maanden geleden gelezen heeft. Het lijkt heel veel op het proces waarbij ik allerlei verhaken kan opschrijven voor mijn blog, maar ze lijken allemaal net niet af als ik op 'publish' wil drukken en zodoende blijven ze liggen als concept blogpost.
Kaartjes sturen met nieuwjaar heeft hij al afgeschaft "Er bestaat in de opvoeding zeer verdedigbare huichelarij ..." p99
Nog geen rapporten waardoor ouders geen idee hebben of hun kinderen slim zijn of niet en ook niet of ze goed hun best doen ( met dat ouderwetse woord 'vlijtig'. En dan weten ze niet vantevoren of ze 'verhoogd' zijn, of ze doorgaan naar de volgende klas, dus de dag waarop het verteld wordt is erg spannend. Wat deden dan de zittenblijvers op zo'n dag? Ja, zittenblijven, natuurlijk! Nu snap ik de echte betekenis. En de anderen stapten allemaal naar een andere lokaal met hun eigen griffel, griffelkoker, en een sponsje in een sponzedoos. Waren die van zichzelf of kregen ze die van de school aan het begin van hun schoolcarrière, net zoals kinderen nu een kroontjespen ?? krijgen?
Verhogen naar de volgende klas on juni dan beginnen met het volgend schooljaar al in juli, voor de zomervakantie.
"Als... hij... maar... niet... zulke.... malle dictees geeft." P. 173
In deze roman in dagboekvorm, houdt meester Staal een dagboek bij van een derde klas in een Amsterdamse volkswijk. Het boek gaat vooraf aan ‘de gelukkige klas’, dat veel bekender is vanwege de campagne ‘Nederland leest’. Ik bezit een oud prismaboekje. Het boekje is ook te lezen via de digitale Nederlandse bibliotheek. Thijssen was zelf onderwijzer en hij was ook sociaal bewogen. Hij beschrijft de klas met liefde en hij laat ook de zwakheden en onzekerheden van de onderwijzer zien. Er was veel armoede en de school bood de weg naar kennis en mogelijk ook tot ontsnapping aan de armoede. Het boek is honderd jaar geleden geschreven, maar het oogt nog altijd fris. Je moet je als lezer wel verplaatsen in de omstandigheden van toen, maar als je dat doet, loont dat ook zeker de moeite. Het is een charmant boek en ook een ode aan het vak van onderwijzer, die een ‘relatie’ aangaat met zijn klas en ‘zijn’ kinderen.