In Alle dagen feest bewijst Campert zich als spottend doorlichter van eigentijdse artiestenmilieus, vrouwen, feesten en drinkgelagen, en wordt hij tegelijk gedreven door een heimwee naar 'het simpele gelukkige leven van vrede en goedheid'. Levenslust, een uniek oog voor absurde situaties, en een lichte weemoed geven Remco Campert zijn zo herkenbare plaats in de Nederlandse literatuur.
In 2014 werd Remco Campert 85 jaar en vierde zijn uitgever De Bezige Bij haar 70jarige jubileum. Zijn verhalenbundel Alle dagen feest met verhalen die hij als begin twintiger schreef, werd opnieuw uitgegeven met een nawoord van Sanneke van Hassel. Remco hoorde bij de dichtersgroep de Vijftigers. In de jaren vijftig was Nederland nog arm. De stad Parijs was een magneet die jonge artistieke mensen aantrok. In het eerste verhaal ‘Alle dagen feest’ treft een vriendengroep elkaar in Parijs. We herkennen in Snoekie Pantalon, Rudy Kousbroek en in Willem Ananas Karel Appel. Ook de jonge Simon Vinkenoog en uiteraard Campert zelf komen in het verhaal voor. Remco was de zoon van de dichter Jan Campert en de actrice Joekie Broedelet. Ook aan haar en zijn opa Johan Broedelet worden herinneringen opgehaald in het verhaal ‘Een zomeravond’.
Grappig dat ik een halve eeuw geleden deze verhalen verslond, en dat ik nu denk: wat een gewichtigdoenerij en wat een gekeutel. Het enige leuke eraan is dat ik weer even word teruggevoerd naar de tijd dat ik een late tiener was, in militaire dienst zat, en dat een goedwillende sergeant vroeg wat ik lag te lezen en dat hij daarop zei nog nooit van Campert te hebben gehoord. Ik kreeg een beetje hoogmoedig medelijden met hem en beschouwde die hoogmoed als Campertiaans. Nu denk ik: die man heeft minder gemist dan dat ik toen veronderstelde.
Eigenlijk lees ik niet graag kortverhalen, maar heb mezelf voorgenomen er elk jaar toch één door te nemen. Dit boekje bevat er 14. Daarvan zijn er 3 die ik zeer goed vond : Het meisje met de baard, De oude dame en De verdwijning van Bertje S. Campert moet je lezen voor zijn poetisch taalgebruik.
Het zijn ook de vroege verhalen van Remco toen hij begin twintig was. De lichtvoetige stijl is grotendeels aanwezig, maar inhoudelijk laat het niet altijd een indruk achter. Dat valt echter ook te zeggen voor zijn latere, beroemde novellen.
Al jaren stond dit boek op mijn plank, hoog op de stapel bovendien. Maar daarbij bleef het. Ik ben niet zo’n liefhebber van korte verhalen, maar de columns van Campert in de Volkskrant las ik altijd met veel plezier. Dat plezier was nu iets minder. De schrijfstijl, de ironische (sarcastische?) humor was er ook toen al, maar ik miste de actualiteit. Het boek was duidelijk verouderd. Toch zaten er nog stukken in, die het lezen de moeite waard maakten. En de titel? Ik vond dat feest nogal betrekkelijk.
Er bestaan mooiere werken van Campert. Drie verhalen op zijn hoogst wisten me ook maar enigszins te boeien, en dan was het nog steeds niet dat wow-effect dat sommige gedichten van Campert op me hadden, of bijvoorbeeld zijn 'Dagboek van een Poes'. Campert heeft nog steeds een belangrijk plekje in mijn hart, maar om dat duidelijk te maken moet ik zeker een ander werk van hem lezen.
Vermakelijke en soms absurde verhalen en situaties van Campert. Levenslust en onlust, humor en weemoed. vrouwen en drinkgelagen. Nog steeds leuk voor de liefhebbers, maar ik ben tegenwoordig Bril fan...