Matthijs Vermeulen (1888-1967) was een van de belangrijkste en eigenzinnigste twintigste-eeuwse Nederlandse componisten en een befaamd muziek- en literatuurcriticus. Hij publiceerde zeven boeken, en componeerde naast kamermuziek en liederen zeven symfonieën.
Hij is geboren en opgegroeid in Helmond, ging naar Amsterdam voor muzieklessen, werd medewerker van ‘De Tijd’ en ‘De Amsterdammer’ en later chef ‘Kunst en Letteren’ van De Telegraaf. Hij raakte bevriend met componist Alphons Diepenbrock en kwam in contact met schrijvers als Adriaan Roland Holst, Jan Greshoff en Martinus Nijhoff. Met zijn uitgesproken kritieken maakte hij zich bij velen niet geliefd, onder wie bij Willem Mengelberg. Hij had moeite zijn composities uitgevoerd te krijgen, zeker bij genoemde dirigent van het Concertgebouworkest.
In 1921 verhuisde hij naar Frankrijk. Daar had hij met zijn muziek evenmin succes; hij hield zich in leven met artikelen voor het Soerabaiasch Handelsblad. Na het overlijden van zijn vrouw Anny en zijn zoon Josquin keerde hij terug naar Amsterdam. Hij hervatte zijn werk als criticus voor De Amsterdammer. Hij raakte bevriend met Eduard van Beinum, opvolger van Mengelberg. In 1946 hertrouwde hij, met Thea Diepenbrock, dochter van Alphons Diepenbrock; later ging hij met haar in Laren wonen, waar hij nog enkele grote en kleinere composities voltooide.
Ton Braas bouwt in deze biografie een rijk gedocumenteerd beeld van Vermeulens leven. Hij plaatst hem in zijn tijd en beschrijft de culturele, politieke en maatschappelijke achtergronden, waartegen Vermeulen heeft geleefd en gewerkt. Daarom is dit boek niet alleen een mensbeeld, maar ook een tijdsbeeld van de eerste helft van de twintigste eeuw.
Ton Braas is musicoloog, gepromoveerd op het werk van Matthijs Vermeulen en hij was koordirigent. Hij is getrouwd met Odilia Vermeulen, dochter van Matthijs Vermeulen en Thea Diepenbrock.