Peter Jacob (Koos) van Zomeren (Velp, 5 maart 1946) is een Nederlands schrijver. Hij debuteerde als negentienjarige, is een tijdlang actief geweest in de links-radicale politiek en keerde vervolgens terug naar de 'republiek der letteren' met thrillers, romans, beschouwingen, interviews, columns. In zijn werk is de natuur een belangrijk thema. Hij is onder andere bekend van de roman Otto's oorlog (1983) en zijn columns in NRC Handelsblad.
Intrigerende roman, waarin levensverhalen van Richard en de minister-president (model Van Agt) met elkaar verknoopt raken - zij lijken op elkaar en kunnen voor elkaar doorgaan - en met dat van de journalist Fiege. In die drie levens wemelt het van verhalen en herinneringen, teleurstellingen ook. Slot is benauwend, geweldig goed gedoseerd. Stijl is superieur.
“De witte prins”, verschenen in 1985, is wat mij betreft een van de mindere boeken van Koos van Zomeren. De roman behelst een rommelig verhaal over de dubbelganger van een vooraanstaand politicus. De auteur haalt er van alles bij, plot en karakters zijn ongeloofwaardig, dialogen en monologen van een bedenkelijk niveau. Bovendien komt het allemaal behoorlijk gechargeerd over, zonder enige subtiliteit. Voorts is ook de logica soms ver te zoeken. “Het was hem gelukt een volstrekt onbegrepen gebeurtenis te creëren,” luidt de laatste zin van het boek (p. 187), maar ver voordat ik zover was kon het verhaal me eigenlijk al niet meer boeien. Desalniettemin heb ik toch nog twee sterren tevoorschijn weten te toveren uit de hoge hoed der ratings. Die tweede ster heeft Van Zomeren om te beginnen te danken aan zijn ook in “De witte prins” getoonde kwaliteiten op het punt van de beschrijving van natuur en landschap. Aardig is eveneens dat in bovenbedoelde politicus zich gemakkelijk Dries van Agt laat herkennen, die van 1971 tot 1977 minister van Justitie was en van 1977 tot 1982 minister-president. Zijn verdiensten als zodanig waren lang niet altijd om over naar huis te schrijven en in zijn manier van doen en taalgebruik streek hij menigeen tegen de haren in. In moreel opzicht echter steekt hij torenhoog uit boven de bewindslieden die het anno 2025 in ons land voor het zeggen hebben. In zijn laatste levensjaren –hij overleed in 2024– revancheerde hij zich voor zijn inspiratieloos politiek functioneren door voortvarend op te komen voor de Palestijnse zaak, en een kabinet onder zijn leiding zou heel wat meer hebben ondernomen dan het produceren van vaag gezwets over een ‘rode lijn’ om Israel te bewegen de genocide in Gaza te beëindigen. Ten slotte is nog vermeldenswaard dat in de onderhavige roman bij gelegenheid de geschiedenis aan de orde komt van het ultralinkse partijwezen in Nederland. Over het geheel bezien echter hoeft zelfs een liefhebber van het werk van Koos van Zomeren er niet van wakker te liggen als hij “De witte prins” ongelezen zou laten.