Het Westen heeft lang gedacht dat China een democratie zou worden, dat het Chinese economische model inferieur was aan het westerse en dat de Chinese samenleving langzaam zou verwestersen. Het heeft anders uitgepakt. In Verbijsterend China zet Jan van der Putten helder uiteen hoe China zich ontwikkelt tot een wereldmacht van een totaal andere soort. Het land laat zich leiden door zijn eigen waarden en tradities en niet door de onze. Het Rijk van het Midden heeft de rest van de wereld hard nodig om te groeien en te bloeien, en om zo de communistische partij aan de macht te houden. China zal desnoods gewapenderhand zijn economische belangen verdedigen, maar het zal zijn politieke systeem niet aan anderen opleggen.
Het boek leest lekker en goed door. Maar dat kan ook niet anders met een gedreven verhalenverteller als Jan van der Putten. De auteur leidt de lezer langs de yin en yang van de Chinese binnenlandse en buitenlandse politiek. Hij doet dat door steeds weer terug te keren naar China's grondbeginselen (zoals de confuciaanse hang naar harmonie, maatschappelijke stabiliteit en de alleenheerschappij van de communistische partij). Een eindconclusie (hoe ziet China's toekomst eruit) blijft hij ons schuldig, maar dat maakt dit wel een prima inleiding op China.