Editie van A.M. Stols uit 1931 gelezen. Fascinerend toneelstuk, waarin onze 'held' uit de VOC-tijd er genadeloos van langs krijgt. Onverminderd relevant, maar uiteraard wel in de taal uit de jaren dertig. Ik schreef hier over in de nieuwsbrief van het Rotterdamsch Leeskabinet van januari 2024:
In Hoorn staat hij nog fier op zijn voetstuk. Weliswaar met een disclaimer erbij: deze man heeft zeventiende-eeuws Holland veel rijkdom opgeleverd, maar wel ten koste van vele doden. Zijn bijnaam was niet voor niets ‘de slachter van Banda’. In het toneelstuk dat J.J. Slauerhoff in 1931 over hem schreef, wordt hij geportretteerd als een onverzoenlijke, keiharde despoot, die voor zijn naaste omgeving een tiran was. Het toneelstuk handelt in elf taferelen over de laatste dagen van Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) in zijn residentie te Batavia, toen hij al ernstig ziek was. Hij terroriseert zijn omgeving, met desastreuze gevolgen, voor zijn omgeving en voor hemzelf. Het toneelstuk was niet bedoeld als een historisch waarheidsgetrouwe weergave van Coens laatste dagen, maar als een klassiek drama, dat zich ontrolt in de verstikkende atmosfeer van de residentie. Zijn keiharde optreden tegen de bevolking van Indië, zoals de met ongekende wreedheid begane massamoord op het nootmuskaateiland Banda Lontor in 1621, komt slechts zijdelings aan de orde.
Het stuk van Slauerhoff was bij verschijnen omstreden. Toneelcritici achtten het door de vele setwisselingen en de lange monologen onspeelbaar (hedendaagse dramaturgen zouden er wel raad mee weten, lijkt mij). Het beeld dat van Coen wordt geschetst stuitte ook op bezwaren. Hoewel zijn imago sinds de late negentiende eeuw allerminst onomstreden was, genoot hij toch nog altijd een heldenstatus. Zozeer zelfs dat in 1948 en 1961 opvoeringen werden verboden. In 1948 waren de ‘politionele acties’ in Indië net van start gegaan, en was een kritische blik op ons koloniale verleden niet welkom. In 1961 zat Nederland midden in de Nieuw-Guinea-crisis. Pas in 1986 werd het stuk voor het eerst integraal opgevoerd. Het Leeskabinet heeft een exemplaar van de eerste druk uit 1931. Het fraaie portret van Coen door Jan Franken Pzn op het omslag weerspiegelt overigens niet direct de tragische gesteldheid van de hoofdpersoon in Slauerhoffs drama. Voor wie meer wil weten: Arie Pos schreef in 1986 een lezenswaardig artikel over het toneeldrama over deze ‘karaktervolle despoot’ in het tijdschrift Literatuur. https://rotterdamschleeskabinet.cmail...
You really notice it's a book from the 1930's, because of it's language, but it has some great scenes and characters that you wouldn't expect in a story about a colonial governor. Sara is a very interesting character, and the portrayal of Coen is very interesting, considering he's more of a gruesome anti-hero. The play has Slauerhoffs characteristic neo-romantic escapism which I love, but I cannot say this is one of his penultimate works.