Gelijkheid, tolerantie, rechtvaardigheid, solidariteit keer op keer worden mensen die deze abstracties hoog in het vaandel hebben staan, ontmaskerd als akelig hypocriet, als zogenaamd hoogstaande geesten die er een dubbele moraal op na houden. Daartegenover staan nu bij uitstek menselijke verwantschap, eigenheid, trots. Dat gaat gepaard met een verlangen naar een zuivere Restore America, Trots op Nederland, Mut zur Heimat! Wat onder vuur ligt is het naoorlogse humanisme zelf.Waar komt de even heftige als wijdverbreide reactie tegen de geloofsartikelen van de westerse democratie‘n vandaan? Waarom denken steeds meer mensen dat hun vrijheid alleen gewaarborgd kan worden door het inperken van de vrijheid van anderen? Waarom staat de taal van de rechtstaat machteloos tegenover de taal van het populisme? Moeten de idealen van de Verlichting opnieuw tegen het licht worden gehouden? Een persoonlijke analyse van wat misschien wel het grootste vraagstuk van deze tijd de verstoorde verhouding tussen inpidu en samenleving.
Bastiaan Johan (Bas) Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960) is een Nederlandse schrijver, vertaler en interviewer.
Heijne groeide op in Zwanenburg en ging naar de middelbare school in Badhoevedorp. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.
In 1983 debuteerde hij als schrijver met de roman Laatste woorden. Hij schreef tussen 1984 en 1992 reisverhalen voor het tijdschrift De Tijd. Een deel van deze verhalen werd later gebundeld in Vreemde reis.
Zijn tweede roman, Suez, verscheen in 1992. Heijne is sinds 1991 als essayist verbonden aan NRC Handelsblad, voor welke krant hij sinds 2001 ook iedere week een column verzorgt. Zijn essaybundel De wijde wereld werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.
Hij heeft werk vertaald van Evelyn Waugh, E.M. Forster en Joseph Conrad. In 2003 heeft hij het toneelstuk Van Gogh geschreven dat werd gespeeld door ZT Hollandia. In 2005 sprak Heijne de jaarlijkse Mosse-lezing uit en ontving hij de Henriette Roland Holst-prijs voor Hollandse toestanden, een verzameling columns die hij voor NRC Handelsblad schreef. In 2008 presenteerde Heijne het televisieprogramma Zomergasten van de VPRO.
In 2013 hield Heijne de Huizingalezing De betovering van de wereld over Louis Couperus. In datzelfde jaar verscheen ook een documentaire over Couperus naar een door Heijne geschreven scenario. Eerder had hij al het essay Het gezicht van Louis Couperus (1996) gepubliceerd. In 2014 werd zijn essay Angst en schoonheid. Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen bekroond met de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs.
In december 2016 werd Heijne de P.C. Hooft-prijs 2017 toegekend, voor zijn beschouwend proza. De prijs is hem uitgereikt op 18 mei 2017. De jury roemt hem als een "een schrijver met een bijzondere positie als columnist en essayist, die over een enorme verscheidenheid aan actuele onderwerpen en kwesties schrijft. [...] Zijn werk geeft een vernieuwende impuls aan wat literatuur in maatschappelijke zin betekenen kan. [...] Vooral de vorm waarin hij dat doet is bijzonder: hij schrijft als een denker én denkt als een lezer."
Duiding van topniveau. Smack bang in de zone van naaste ontwikkeling (thanks Docentenacademie). FIVE STARS. Gek (maar ook niet) dat dit in 2011 uitgegeven is.
Ergens aan het begin van dit boek, in een passage waarin Heijne vraagtekens zet bij de cultuurkritiek (op het omnipresente consumeren vandaag de dag) van de Italiaanse filosoof en linguist Raffaele Simone, schrijft Heijne op een enigszins uitdagende toon dat hij toch ook wel graag consumeert, en dat hij van plan is om van de opbrengsten van dit essay op vakantie te gaan. Nu is het misschien wat flauw om dit grapje van Heijne te serieus op te nemen, maar ik denk dat de kern van mijn bezwaren jegens deze tekst er wel in terug te vinden is. Heijne probeert hier namelijk het populisme te ontleden, maar gebruikt daarvoor in zekere zin een populistische toon. In zijn kritiek op Simone verwijst hij constant naar hem als “de Italiaanse professor” (“zo stelt de Italiaanse professor”), totdat het op den duur nogal honend begint te klinken. Wederom is dit wellicht “slechts” een stijlmiddel, maar het is tekenend. Hij is dan wel een professor, wil Heijne maar zeggen tegen ons, “het volk”, maar daarom hoeven we hem niet per se gelijk te geven. Met wij bedoelt de professor Heijne dan dus de niet-professoren. Met andere woorden: Heijne wil zich distantiëren van de elite waar hij feitelijk een deel van uitmaakt.
Op zich is dat prima, ware het niet dat Heijne zelf ook wel weet dat de “populisten” door de bank genomen waarschijnlijk minder maatschappijbeschouwende essays kopen dan de “progressieven”. Dus richt hij zich in toon toch maar tot de progressieven. Hij probeert ons uit te leggen waar zij precies boos over zijn, en bekritiseert in het voorbijgaan vele andere criticasters die een andere uitleg geven.
Nu gaat het mij niet zozeer om de uitleg van Heijne op zich, want die is bij tijd en wijle best interessant, maar bij mij knaagt de vraag wat voor zin het heeft om onder ons te gaan babbelen over hoe met hen om te gaan. Door zich impliciet te richten op de niet-populisten krijgt dit boek iets roddelachtigs en creëert het precies het soort wij-zij gevoel dat populisten (volgens professor Heijne dan toch) graag scheppen. Ik denk dat het nuttiger is om voorstellen zoals die van David van Reybrouck (wiens gedachtengoed terloops in twee zinnetjes wordt weggewoven door professor Heijne), waarin mensen uit verschillende lagen van de bevolking (de wij en de zij) met elkaar in conclaaf gaan, duizend maal nuttiger zijn dan dit soort intellectuele stijloefeningetjes die als enig doel hebben de professor's volgende vakantie te vergoeden.
'Het is een menselijk trekje om anderen de schuld te geven van je eigen onvermogen.' #DeZinVanHetBoek
Prima analyse van hoe extreemrechts populisme werkt, maar ook van het slappe, zo niet ontbrekende weerwoord op links. Hadden de progressieven dit maar gelezen en ter harte genomen voordat zich nóg extremer partijen zich in de Nederlandse politieke arena meldden.
Verder knap hoe Heijne schakelt tussen eigen ervaringen en algemene inzichten.
Het boek leest als een product van de kletsende klasse die kritiek uit op het populisme. Het is makkelijk om overal kritiek op te geven. Heijne mist de essentie en zal daarom nog jaren filosoferen over 'wat er mis is gegaan'. Voor een analyse van het populisme zijn er talloze andere boeken die beter zijn. Geen aanrader.