Mijn hele leven heb ik al een grote fascinatie voor misdaad, geen idee waarom. Als kleine jongen (1982) was ik diep onder de indruk van de posters van Digna, een meisje uit de provincie dat was ontvoerd. Iets later in 1987, ik was inmiddels tien, werd Gerrit-Jan Heijn ontvoerd. Ik volgde dit slopende proces op de voet en was gechoqueerd over het beruchte vingerkootje. Toen beide zaken een slechte afloop kenden, was ik erg ontdaan.
Gek eigenlijk dat ik dit soort gruwelijkheden al mee kreeg, hoe klein ik ook was. Dat mijn ouders me niet beter konden afschermen, want dat hebben ze ongetwijfeld geprobeerd. Tegenwoordig zal dat nog veel sterker spelen. Ieder mens staat immers voortdurend bloot aan allerlei media. Er is geen ontkomen aan het nieuws. Destijds was dat natuurlijk nog wel anders, maar je aandacht werd meer op andere manieren getrokken. Ik kon heel lang staren naar het portret van Digna van der Roest en in Duitsland speelde iets soortgelijks. Met ons gezin gingen we ieder jaar zo’n vier weken naar Simmern, naar vrienden van mijn ouders. Ook mijn broertje en ik gingen hier altijd erg graag naartoe, want die vrienden woonden op een prachtig afgelegen landgoed in een bosrijke omgeving waar volop te ontdekken was. Ik noem dit echter nu, omdat overal waar we kwamen, van bushokje tot postkantoor tot in de supermarkt, mostwantedposters hingen van hippie-achtige figuren. Allemaal zwart-wit, zeker de helft was vrouw. Dit waren gezochte terroristen. Van de één kon je je wel voorstellen dat het een boef was, maar er zaten er ook tussen die eigenlijk heel vriendelijk leken. Ik weet nog dat dit mijn beeld van boef (stoppelbaard, man, donkere, diepliggende ogen, een pokdalige huid) voorgoed heeft veranderd. In plaats hiervan begon ik een interesse te ontwikkelen voor hoe iemand die er niet als boef uitziet toch een boef kan worden. Op volwassen leeftijd werd dat tenslotte een interesse in de psyche en beweegredenen van misdadigers (of eigenlijk werd het breder een interesse in iedere bijzondere menselijke gedraging). Enfin, deze interesse werd volop gevoed door de derde generatie RAF-terroristen op de posters.
Op de middelbare school begon de fascinatie voor individuele misdrijven en misdadigers te verschuiven naar interesse in misdaadkartels en terroristische groeperingen als de RARA, ETA, IRA en last but not least de Rote Armee Fraktion. Toen in 2008 Der Baader Meinhof Komplex werd verfilmd heb ik ook het boek gelezen. Toen ik het vorig jaar weer in de kast zag staan kon ik me er echter weinig meer van herinneren, behalve dat ik het heel boeiend en zeer goed uitgewerkt vond. Daarom besloot ik het te gaan herlezen, mede geïnspireerd door berichtgeving over een aantal derde generatie RAF-leden die in Noord-Duitsland verschillende overvallen hadden gepleegd en op de vlucht waren. Wellicht zaten zij nu in Nederland, dus het was code rood. Of ze gepakt zijn weet ik eerlijk gezegd niet eens. Dat is vaak met nieuws: na dagenlange voorpagina’s en schreeuwerige berichten verliest iets zijn nieuwswaarde. De afloop verschijnt daarna ergens op pagina 13.
Na deze wat lange inleiding kom ik dan aan bij Der Baader Meinhof Komplex, mijn eerste Duitstalige boek dat ik lees sinds... Der Baader Meinhof Komplex. Mijn eerste conclusie is dat ik weer vaker in het Duits wil gaan lezen, want het blijft toch een hele rijke literaire taal. En het is ook gewoon geinig hoe lang je als niet actieve gebruiker van een taal het geschreven woord kan volgen.
Ik heb het boek dit keer zeer uitvoerig tot me genomen en er alle tijd voor genomen om terug te bladeren, extra internetbronnen te raadplegen, etc. Dat verdient deze bizarre geschiedenis in de Duitse geschiedenis ook echt, want er speelt zoveel tegelijk. Enerzijds heeft het verhaal een heel hoog Dukes of Hazard karakter, met sullige gezagsdragers die fout op fout stapelen en aanwijzing na aanwijzing missen, maar anderzijds is het natuurlijk bittere ernst. Hoe raakt een sympathiek anti-Vietnamcollectief zo ontspoord dat men brand sticht, berooft en ontvoert? En uiteindelijk zelfs vermoordt en vliegtuigen kaapt om de gevangen van de eerste generatie RAF (Baader, Ensslin, Raspe) vrij te krijgen? Aust beschrijft dit hele proces tot in detail en roept nog de nodige vragen op. Want het is en blijft vreemd dat de gevangenen beschikten over een uitgebreid zelf aangelegd radiocommunicatiesysteem in hun cellen en over wapens waarmee zij zich uiteindelijk van het leven konden beroven. Het feit dat er nog allerlei informatie geldt als staatsgeheim, bijvoorbeeld of de gevangenen nu wel of niet zijn afgeluisterd tijdens hun overleggen met hun advocaten en in hun cellen, is lange tijd voer voor complottheorieën geweest. Maar het levert ook prachtige morele dilemma’s op. Het lijkt bijvoorbeeld bewezen dat de Duitse overheid haar boekje te buiten is gegaan met het afluisteren, maar is het belang van de rechtsstaat (hier heel concreet: info waarmee de ontvoerde voorzitter van de Werkgeversvereniging Schleyer mee gered kon worden) onder omstandigheden niet groter dan dat van een verdachte? Bijzonder blijft ook dat ik ondanks de vreselijke daden die door de Baader Meinhof Gruppe zijn gepleegd en de zeer onprettige karakters die de hoofdrolspelers Ulrike Meinhof, Andreas Baader en Gudrun Ensslin hadden, toch een bepaalde sympathie houden voor de achtergrond en visie van deze groep die de wapens opnam tegen de staat. Wellicht schuilt er toch iets recalcitrants en anti-autoritairs in mij (hoewel diep verscholen)?
Ik begrijp dat niet iedereen trek heeft om in het Duits te lezen. Ik weet eerlijk gezegd niet of er een vertaling beschikbaar is, maar anders raad ik je hoe dan ook aan om dit standaardwerk over de RAF tot je te nemen. Het is toch een heel bijzondere geschiedenis die ook wel symbool staat voor een periode van activisme die plaatsvond van de jeugd van mijn ouders tot vlak na mijn geboorte.