Johan Cruijff en Willem van Oranje kennen we natuurlijk allemaal. En een enkeling weet ook nog wel wie Floris V was. Maar er zijn nog veel meer mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in onze lange geschiedenis. In dit boek lees je spannende, grappige, vrolijke, maar soms ook droevige verhalen over zevenendertig grote Nederlanders en de tijd waarin zij leefden.
De teksten zijn geschreven door gerenommeerde jeugdboekenschrijvers, verenigd in 'De Schrijvers van de Ronde Tafel'. Het boek is geschikt voor lezers van 9 tot 99 jaar.
Dit boek geeft in korte maar complete biografieën belangrijke informatie over Grote Nederlanders vanaf de tijd van de Jagers en Boeren (3000-400 voor Christus) tot de tijd van Televisie en computer (1950 tot nu). Het boek is onderverdeeld in hoofdstukjes per tijdperk met elk ongeveer drie verhalen over bekende Nederlanders uit de genoemde tijd. De verhaaltjes zijn over het algemeen heel vermakelijk, interessant en misschien wel essentieel voor elke Nederlander om te weten; het gaat hier om algemene kennis die misschien toch niet zo algemeen is als mag worden aangenomen. Want wie had er gehoord van Hieronymus van Alphen, de eerste echte kinderboekenschrijver, of Herman Boerhaave, die niemand minder dan Voltaire over de vloer kreeg (bijna dan). Ook meer voor de hand liggende bekende Nederlanders als Willem van Oranje, Hugo de Groot, Antoni van Leeuwenhoek, Benedictus Spinoza, Rembrandt van Rijn, Eduard Douwes Dekker, Vincent van Gogh, Aletta Jacobs, Anne Frank en koningin Wilhelmina komen voorbij.
Het boek is geschreven door wel twintig verschillende schrijvers, die zich De Schrijvers van de Ronde Tafel noemen. Onder hen zijn grootheden als Arend van Dam, Theo Hoogstraaten, Lydia Rood, Simone van der Vlugt, Ida Vos en Jacques Vriens. Het is leuk om korte werkjes te lezen van verschillende mensen, en dit zorgt bovendien voor de nodige afwisseling. Ik heb echter één kanttekening: Johan Cruijff, een grote Nederlander? Kom nou! Ik weet niet wat hij voor Nederland en/of de wereld heeft gedaan, maar wat het ook moge zijn, het wordt niet goed beschreven in het hoofdstuk over hem. Het hoofdstuk, dat vooral bestaat uit beschrijvingen van Cruijff's wedstrijden en maar weinig vertelt over zijn persoonlijkheid, bevat bovendien het dieptepunt uit dit boek in de zin: "Wie Johan Cruijff nooit heeft zien spelen, heeft eigenlijk niet geleefd". Liever had ik in het rijtje met Willem Drees en Annie M.G. Schmidt iemand anders dan Johan Cruijff gezien. Dit ene hoofdstuk doet verder niet af aan de kwaliteit van dit boek: makkelijk leesbaar, compact en overzichtelijk en essentieel voor eenieder die wat basisinformatie over de vaderlandse geschiedenis wil weten. Alleen jammer van de lelijke tekeningen.