Mooie roman van jonge schrijver over de hamvraag van veel jonge mensen: wel of geen kind op de wereld zetten met de wereld in de staat waarin die zich momenteel bevindt. Zijn vierde roman. In een prachtige stijl.
“Er was een zondvloed op komst en wij hadden nieuw leven het water op geduwd, als Mozes in het verkeerde Bijbelverhaal.”
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Wie leest nog dit soort prachtige literatuur. Sprankelende taal zonder dat het teveel is aangezet, poëtisch bij vlagen en toch gericht, helder. Geen woord teveel, alles klopt. In dit boek vind ik het Nederlands opeens weer prachtig, terwijl het me in het dagelijkse leven vaak voorkomt als de horlepiep op klompen. Zantingh beschrijft zelf deze groep mensen: “(…) een breed gezelschap van hoogopgeleide Utrechters, milieuactivisten, krakers, afgezanten van de antikernwapenbeweging en tweedegolffeministen (…).” Zouden dit de lezers van moderne literatuur zijn? In ieder geval niet alleen deze groep mensen, want ik schat in dat er ook ouderen bij zouden moeten, hoogopgeleide ouderen, dat wel.
Taal
Oproep aan Peter Zantingh: blijf schrijven alsjeblieft, zodat wij blijven lezen en leren hoe het Nederlands ook kan. Dat niet de taal van de André Hazessen van deze wereld het ‘echte’ Nederlands is, populair populisme ten spijt, maar déze taal… : “De strijdbaarheid was uit zijn verouderende lichaam gelekt en had plaatsgemaakt voor een melancholie die hem steeds meer leek te gijzelen.” Verouderend, niet verouderd; gelekt; plaatsgemaakt, het een had dus het ander vervangen, of was stilletjes vertrokken, onder de indruk van het intimiderende ander; een melancholie, zonder bijvoeglijk naamwoord om het in te kleuren; gijzelen; leek, de schrijver is er niet zeker van, zo ziet het er in ieder geval uit… Elk woord in deze zin is gewikt, gewogen en heeft zijn plek.
“(…) o, de euforie zo onverdund te hebben toegelaten, ik die alleen in herhaling kon leven, ik die het geluk gewoonlijk alleen herkende als het verpakt was als herinnering.”
“Ik vroeg me af wat onvruchtbaarheid zou betekenen. Verlies - dat toch in de eerste plaats. Misschien niet direct van een toekomst, dan toch van een keuze. Maar ook betekende het, als ik dieper afdaalde: bevrijding.”
Minder kinderen
Robin en Tess staan voor de levensveranderende keuze: wel of geen kinderen. Alletwee zijn ze milieuactivist. Lang denken we dat ze het gaan doen, met al die opgefokte roze bril-romantiek over zwanger worden, opa en oma worden bij de ouders van het zwangere stel, de zogenaamd speciale blik in de ogen van de vrouw die net weet dat ze moeder gaat worden etc etc gadver, ik kan er misselijk van worden. En als het kind er eenmaal is, er achter komen dat de roze wolk helemaal niet bestaat, maar wel: slapeloze nachten, moederschapsdepressie of hoe heet dat, tepelkloven, eindeloze huil- en krijsbuien, ziekte, ongelukken etc etc en altijd altijd die verantwoordelijkheid… kortom je oude vrije leven is niet meer, je staat in dienst van je kind - hoe leuk is dat? Die kinderen kunnen daar allemaal niets aan doen, die hebben er niet om gevraagd en zíjn gewoon, hun biologie volgend. Het zijn de volwassenen… Een vriendin zegt vaak dat als iedereen eens zou kunnen kijken in een slachthuis, niemand meer vlees zou eten. Op dezelfde manier denk ik dat als je ouderschap vooraf zou kunnen overzien, er fors minder kinderen geboren zouden worden. Cynisch: hij protesteert tegen uitbreiding van de snelweg door Amelisweerd, voor het behoud van bomen dus; zij publiceert prentenboeken die gemaakt zijn van bomen: “Ik probeerde bomen te redden, zij maakte er boeken van.” Verkoopt zij ook haar milieuidealen voor haar droom van een roze wolk?
Onthouden
Zantingh schrijft over de geboorte het kind. Dat levert het bekende gezever op over de bevalling en de eerste dagen met de baby thuis. De kraamverzorgster, de visite, de cadeaus, het eten dat mama weer mag eten nu de baby is geboren, de eerste reflexen van de baby, het leren borstvoeding geven, in bad doen, luiers verschonen, maxi cosi, tummy tub, hydrofieldoek, babyfoon, etc etc. Het meest ontroerende moment in deze episode is met de vader van Robin. Die vader heeft beginnende dementie en weet het. Als zijn vrouw en hij voor het eerst op kraamvisite komen, vraagt hij wat extra tijd bij de baby omdat hij het daarna vast weer vergeet. “Hij zei: ‘Maar ik zou dit graag onthouden.’”
… er niet is.
De jonge vader kan de nieuwe moeder niet bijbenen. Zij is in één klap interesse in al het andere dan moederschap kwijt. “Soms probeerde ik het nog met een foto van vroeger, een weet-je-nog, maar Tess keek er naar alsof het anderen overkomen was.” “Ik wilde met Tess mee veranderen, maar ik kon het niet. Niet zo snel.” En nee, dit is niet alleen maar de normale gang van zaken en biologie, want er zijn genoeg verhalen waarin de moeder niet aan het moederschap kan wennen of het zelfs niet aankan, zie Rachel Cusk. “Mijn hart was niet vol. Het groeide, ja, heel langzaam, maar het woog niet op tegen de verlammende schuldenlast.” Hij heeft het gevoel een onherstelbare fout te hebben gemaakt, dat hij wil “ontkomen (…) aan de schuld die ik op me had genomen. Ik zei: ‘En dat betekent dat ik wil dat hij er niet is.’”
Spijt
Het verhaal ontvouwt zich in flarden tijdens de treinreis van Robin naar Tess in Zuid-Duitsland. Zij is daar om haar net uitgekomen prentenboek te promoten. Hij heeft auteursexemplaren ontvangen, er één open gemaakt en iets in de prenten gezien dat hem verontruste - maar wat? Lang denken we dat ze het kind echt hebben gekregen, maar dat blijkt niet zo te zijn. En nu hangt haar kinderwens als een donkere wolk boven hun relatie. Dát is wat hij in de prenten zag, dat ze spijt heeft. Op de omslag van de uitgave die ik lees staat ‘tijds’ van ‘Tussentijds’ ondersteboven gedrukt, waardoor het bij snel lezen leest als ‘spijt’… Het stel leeft in een constante keuze tussen hém of een kind. Zantingh laat de toekomst open, maar als lezer voel ik dat Robin zal verliezen.