Jump to ratings and reviews
Rate this book

Uit verveling

Rate this book
Verveling - wie kent dit ogenschijnlijk triviale verschijnsel niet: de verregende woensdagmiddagen en de eindeloze zondagen uit onze jeugd? Maar de verveling kan ook een grimmiger karakter aannemen of zelfs uitlopen op een afgrondelijke leegte waarin de wereld zijn betekenis geheel verliest.

In Uit verveling verdedigt Awee Prins de tegendraadse stelling dat de diepe verveling de verborgen grondstemming is van onze tijd. Dat lijkt tegen vele intuïties in te gaan. Nog nooit hebben we het zo druk gehad. Of proberen wij met onze rusteloze bedrijvigheid de diepe verveling voortdurend te verdrijven?

437 pages, Paperback

First published February 17, 2007

7 people are currently reading
87 people want to read

About the author

Awee Prins

3 books1 follower

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
8 (21%)
4 stars
20 (52%)
3 stars
8 (21%)
2 stars
2 (5%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 5 of 5 reviews
Profile Image for Joeri.
211 reviews19 followers
July 22, 2019
In Uit Verveling doet Prins een studie naar hoe verveling doorheen verschillende tijdperken, maar vooral in contemporaine tijden aan ons verschijnt. Dit doet hij door een knappe literaire weergave van het fenomeen in de 19e eeuw, een kritische reflectie op de wetenschappelijke duidingen ervan en tenslotte via Sloterdijks kritiek en die van anderen op onze huidige consumentistische haastsamenleving.

Verveling volgens Awee is een soort radeloze toestand waarin wij niet meer weten wat we met onszelf of het leven aan moeten. Kenmerkend aan de verveling is dat wij die niet kiezen, hij overvalt ons, “als een ongenode gast”. Wanneer wij ons vervelen, hebben we moeite vaart in ons leven te krijgen. Verveling ontstaat volgens Awee wanneer we meer willen beleven dan er te beleven valt. In die zin heeft het iets utopisch: we denken altijd dat het beter kan. “Is dit alles wat er is?”, vragen wij ons voortdurend af. Zelfs wanneer mensen het goed hebben, stelt Awee vast, gaan zij zich desalniettemin vervelen. Dus of het nu goed of slecht gaat met mensen, we hebben voortdurend afleiding nodig om ons niet constant te vervelen. Dat geldt ook voor mensen die veel welvaart hebben, wat we volgens hem terugzien in onze consumptiecultuur. Consumentisten zijn immers steeds op zoek naar nieuwe ervaringen, nieuwe spulletjes, nieuwe hobby’s en interesses, om zich maar niet te hoeven vervelen. Zelfs voor de rijken is er dus geen ontkomen aan. Dit leidt ook een tomeloze verstrooiing op, een doorgeslagen gedachteloosheid.

Een andere filosoof, Blaise Pascal, zei hierover: “We streven naar een rustig leven door te strijden tegen het een of andere dat dit in de weg staat, en als we het uit de weg geruimd hebben wordt de rust ondraaglijk door de verveling die zij veroorzaakt."

Dat wij ons vervelen zien we volgens Awee ook terug in onze hopeloze zoektocht naar spiritualiteit. Kennelijk denken wij dat het leven geen zin heeft en dat wij die daarom maar aan het leven moeten gaan geven. Om aan de verveling te ontsnappen zoeken we dus kortom steeds naar verschillende vormen van tijdverdrijf, of het nu materialisme, vermaak of spiritualiteit is. De wereld ontglipt ons en we proberen dat voortdurend te bestrijden met allerlei bezigheden. We zitten daarom vast in wat Awee het ‘hiernogmaals’ noemt, wat intense gevoelens van zinloosheid en dus ook verveling met zich meebrengt.

Gelukkig is er een weg uit deze toestand. Die vinden wij wanneer we niet langer proberen aan de verveling te ontsnappen, maar door de verveling juist te ‘doorleven’. Vanuit die doorleefde ervaring kunnen we leren de verveling te dulden en te omarmen. Dit vergt geduld, maar van daaruit openen zich naar verloop van tijd mogelijkheden die er eerst niet waren. We leren dan iets op te brengen wat Awee inter-esse noemt, het werkelijk verwijlen bij de dingen, of het aandachtig tussen de dingen zijn. Dit vraagt oprechte concentratie en acceptatie. Dit heeft een verstillend effect, waardoor we alert worden. Vanuit die houding kunnen we het alledaagse leren waarderen, maar ook onze broosheid aanvaarden; ineens beseffen we hoe kwetsbaar alles eigenlijk is. Dit maakt ons bedachtzamer, aandachtiger en kan leiden tot een nieuwe toewijding.

Via Heidegger kritiseert Prins onze technische pogingen om oplossingen te vinden voor de verveling en andere problemen en roept met hem op tot een gelatenheid: verwijlen bij de dingen door ze te laten voor wat ze zijn. In hoeverre dit een geloofwaardige en vruchtbare houding is wanneer we ons midden een extinctiegolf bevinden op een opwarmende planeet, waar we ons ook nog eens geconfronteerd weten met de gevaren van kunstmatige intelligentie en wat dies meer, is nog maar zeer de vraag. De oproep van Prins klinkt echter wel zeer sympathiek en urgent en hij laat op kritische wijze zien hoe onhoudbaar onze gehaaste, consumentistische poging aan de verveling te ontsnappen is.

Wanneer hij later (jaren na het verschijnen van dit boek) oproept tot een besef van broosheid - wat zou moeten leiden tot niet alleen werkelijkheidszin, mogelijkheids zin, maar ook onmogelijkheidszin - hetgeen een nieuwe vorm van solidariteit, van hartelijkheid mogelijk maakt, komt hij des te sympathieker over, wat maakt dat ik nog altijd reikhalzend uitkijk naar zijn nieuwe boek en de hartelijke boodschap die hij ons levert over de fragiliteit van ons bestaan.
Profile Image for Farah.
18 reviews2 followers
October 10, 2023
Voorstel: lees Heidegger en leer Duits. Zo niet, wordt dit een nogal vervelend boek
9 reviews2 followers
May 29, 2020
Actueel in tijden van corona? Niet echt. Maar wél heel leuk om te lezen.

Toen de corona crisis uitbrak en op korte termijn een groot deel van mijn werkzaamheden deden vergagen, zag ik mijn kans schoon. Ik waande mij weer de filosofie student die ik ooit was en las uit verveling Uit Verveling, van de nog levende auteur Awee Prins, uitgekomen in 2007 bij uitgeverij Klement.
Prins heeft uitzonderlijk lang gedaan over deze toegankelijke versie van zijn proefschrift, maar dat komt ook omdat hij het overgrote deel van zijn academische carriere onderwijsdirecteur was bij de opleiding Wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ik kreeg het boek in 2017 als afstudeercadeau van mijn studiebuddy Jelke. Toepasselijk, natuurlijk, maar sinds dat moment heb ik ‘geen tijd’ gehad om het boek te lezen. Tot een week of zes geleden.
Want zodra ik door kreeg hoe erg de corona maatregelen ons dagelijks degelijks leven zou ‘stilzetten’, kwam er een bepaald gevoel bij mij op. Namelijk: uit de onzekerheid over de toekomst onstond een vrij specifieke angst die ik al een hele tijd niet gevoeld had. Juist omdat de wereld op korte en lange termijn zo gaat veranderen werd ik bang voor… verveling.

Gelukkig had ik dus dit boek nog liggen. En ineens ‘tijd’ om het te lezen. En wat een opluchting is het.
Want hoe kunnen we dit nu begrijpen, dit gevoel van verveling dat ons allen vaak, en juist nu, wel eens overvalt? In een wellicht wat filosofische formulering zou verveling begrepen kunnen worden als, en ik citeer van pagina 27 “een ontkennend antwoord te zijn op de vraag over wat het leven is vóór de dood.” Uit Verveling is Prins’ proefschrift én hij is filosoof dus door heel het boek merkt je dat hij er lang en diepgrondig over na heeft gedacht. Het doel van het boek is, aldus Prins, “een impressie te geven van een onvoldoende opgemerkt en wellicht zelfs onderdrukt fenomeen in de geschiedenis van de westerse cultuur” (45). Dat ‘wellicht zelfs onderdrukt fenomeen’ is wat mij betreft ietwat voorzichtig uitgedrukt, zeker als je het betrekt op onze verhouding tot media in de pak-hem-beet, afgelopen eeuw.

In het eerste hoofdstuk geeft Prins vrij uitgebreide en wellicht wel uitputtende opsomming van het verschijnsel verveling in de westerse literatuur en de benaderingen in wetenschapsgebieden als pyschologie en antropologie. Hieruit blijkt niet alleen dat de verveling zoals wij die nu kennen, hoe kan het ook anders, is ontstaan in de moderne tijd. Uiteraard is die verveling niet zomaar iedereen toebedeed. “Volgens Kant bedreigt de verveling overigens uitsluitend de gecultiveerde mens, omdat deze een besef heeft van de voortschrijdende tijd en daarom ook de horror vacui van de lege, lange tijd kan ervaren” (140). De Nederlandse pyscholoog Carp duidde omstreeks 1980 de verveling als iets wat werd verdreven met de “pseudo waarden van de ‘disco-en helden cultuur” waar “ook jonge vrouwen vatbaar voor blijken te zijn” (pagina 130).

En dit verdrijven van de lege en lange tijd, dat is wat nu natuurlijk zich openbaart in deze crisis. Uitzichtloosheid in voorlopig lege agenda’s, het stilzetten van grote delen van de hele fucking wereld economie functioneert als de antithese of misschien zelfs negatie op de dingen waar wij ons in het dagelijks leven om bekommeren.

Prins is een hermeneut en het zal dan als het goed is ook niet verbazen dat hij aan de hand van Heidegger en diens fenomenologie uiteindelijk het fenomeen verveling in de westerse samenleving door doordenkt. Het voert te ver om Heidegger’s Daseinsanalytiek in deze book review uiteen te zetten, Prins zelf doet dat heel verdienstelijk in zo’n 200 pagina’s - ongeveer de helft van het boek dus. Je zou haast zeggen dat je ook dít boek kunt lezen, voordat je aan Derrida begint. Belangrijk voor nu om te begrijpen, ook in de context van het hoofdonderwerp van deze podcast, is dat Prins de nadruk legt op de rol van het begrip ’stemming’ bij Heidegger. “De stemming is het ‘medium’ waarin ons bestaan zich voltrekt, het is de mogelijkheidsvoorwaarde van elke zelfervaring en van elke ervaring van de wereld” (162).

En die stemming, dat voel je natuurlijk al vanaf het begin van het boek aankomen, is volgens Prins in het postmoderne tijdperk niet meer de Angst, zoals Heidegger uiteenzet in Sein und Zeit, maar de verveling. Voor iedereen intuïtief wel te begrijpen is hoe we in ons bestaan de verveling zo veel mogelijk proberen te ontsnappen: “Het saaie boek wordt ingewisseld voor een ‘interessanter’ ogend exemplaar, het oeverloze geklets in een discussieprogramma moet wijken voor de ‘film van de dag’. Steker, wij laten de verveling in ons bestaan liefs niet eens opkomen.” aldus Prins op pagina 196. De sensatie en stemmingsmakerij die hoogtij viert in de media is zelfs door de eeuwige Marshall McLuhan geduid, blijkt als Prins hem citeert op pagina 276 “Het effect van de elektronische technologie was aanvankelijk angst. Nu lijkt het verveling op te leveren.”

De postmoderne en seculiere westerse mens is nergens meer bang voor, maar alleen maar verveeld. Christenen zijn verveeld vanuit een gevoel van schuld, maar vanaf de twintigste eeuw ontstaat er een wat Prins noemt “een verveelde verveling”. Middels Nietzsche stelt Prins dat “het nihilisme is geen onaangename gast meer die aan de poorten van de westerse beschaving rammelt [en dat wij] verveeld [zijn] geraakt met de ‘Grote verhalen’, met al die achtereenvolgens ineengestorte kaartenhuizen. De verveling is de grondstemming van het postmoderne tijdperk.

De vraag is nu: wat voor soelaas biedt ons deze analyse? En: gaat die nog wel op “ten tijde van corona”? Ik wil zeker niet de Grote Fout van Wijnberg begaan, en het actuele op het filosofische betrekken, laat staan ‘toepassen’. Wat ik wel wil doen is de luisteraar meegeven wat ik heb opgemaakt uit dit boek. Namelijk dat de verveling die we ervaren een veel diepgewortelder fenomeen is dan hetgeen waar ik - juist nu - bang voor was geworden. En misschien wel de belangrijkste les, eentje die ik van tevoren niet zag aankomen, namlelijk een lesje over privilege. Zo schrijft Prins op pagina 31 “de verveling is in zeker zin het ‘ongeluk van het geluk’. Zij treft alleen degene die het goed gaat.”
Displaying 1 - 5 of 5 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.