Lang voor er sprake was van een verenigd Europa vormden de avant-gardekunstenaars een Europees netwerk van verwantschappen en amicaal plagiaat. An Paenhuysen brengt de Belgische avant-garde in kaart, die tot in kleine provinciesteden de wereld wilde veranderen. Avant-gardekunstenaars rekenden af met de burgerlijke cultuur en bouwden aan de toekomst. De Eerste Wereldoorlog had de oude zekerheden verpulverd. Het koortsachtige ritme van de modernisering bracht industrialisering, verstedelijking, democratisering en het ontstaan van een massacultuur met zich. Die avant-garde was veel meer dan een artistiek project. Met haar kunst wilde zij een nieuwe wereld en een nieuwe mens vormgeven. Een tegencultuur met een eigen beweegruimte, levensstijl en lichaamstaal. In de schaduw van Berlijn en Parijs ontwikkelde zich ook in de Belgische periferie een avant-garde. An Paenhuysen beschrijft op meeslepende wijze de eigensoortige moderniteit van de Belgische avant-garde. Zij toont hoe de decentralisatie van de Belgische avant-garde in ballingschap, in de randstad, op het platteland, in de tuinwijken, in de provinciesteden en zelfs in het `Bruges-la-Morte tot mengvormen leidde, aangepast aan de lokale omstandigheden. De canon overgenomen uit Berlijn en Parijs kreeg een eigen betekenis in de periferie. Een fascinerende geschiedenis van de Belgische avantgardekunst, van Paul van Ostaijen tot René Magritte. An Paenhuysen werkt als historica en curator in Berlijn.
Het boek bestaat uit drie hoofdstukken. - Belgische avant-gardisten in Berlijn - Belgische avant-gardisten in Parijs - Belgische avant-gardisten in België Ik wilde eerst alleen het eerste hoofdstuk lezen maar heb het helemaal uitgelezen. Over België weet ik niets dus het was heel moeilijk de context te begrijpen, zoals de rol van Vlaams nationalisme in beide wereldoorlogen. Een thema dat ik interessant vond was de tegenstelling centrum/periferie. Zowel België als periferie als de tegenstelling binnen het land.