Schrijven over schilderijen, vindt Bernard Dewulf, is altijd onjuist en hopeloos. Schilderijen en tekeningen zijn doofstomme objecten. Dewulf wil dicht bij die stille voorwerpen komen, op verschillende manieren, als telkens herhaalde toenaderingspogingen, zowel in essays, beschouwingen en gesprekken als in reisverhalen. In Naderingen beschrijft Bernard Dewulf op zeer persoonlijke, maar altijd heldere wijze het werk van kunstenaars als Pierre Bonnard, Edouard Vuillard, Francis Picabia, Léon Spilliaert, James Ensor, Constant Permeke, Edward Hopper, Jean Fautrier, Nicolas de Staël, Roger Raveel, Raoul De Keyser, Marlene Dumas, Thierry De Cordier, Robert Devriendt, Ronny Delrue, Jan Van Oost, Jan Van Imschoot en Koen van den Broek. Het boek besluit met een essay over het grootste schilderij van alle: de zee.
Bernard Dewulf was een Vlaams dichter, columnist, journalist en kunstkenner.
In 1995 won hij de Vlaamse Debuutprijs met de dichtbundel Waar de egel gaat, en in 2010 werd hij de laureaat van de Libris Literatuurprijs voor Kleine Dagen, een kroniek over zijn gezin.
Bernard Dewulf beschrijft schilderijen met een poëtische taal die bijzonder mooi is en juist aanvoelt, zonder dat je begrijpt waarom. Je voelt gewoon dat het juist zit. Zijn taal is even mooi en wonderbaarlijk als de schilderijen die hij evoceert. De stukjes die gingen over schilders die ik ken vond ik heel geslaagd, degene die ik nog niet kende waren moeilijker invoelbaar. Dewulf heeft me wel getriggerd, ik heb zijn «Toewijdingen» ook al klaarliggen.
Tweede keer gelezen. Vooral stuk over Raveel is erg de moeite. Stuk over De Cordier zijn te lang en omdat DC mij niet zo bekend is, spreekt het minder aan. Bonnard en Vuillard via deze weg wel leren kennen.
This entire review has been hidden because of spoilers.