Verlies en verandering kenmerken het leven, maar soms is het iets te veel. Ese Jelles, lerares Duits, besluit van de ene dag op de andere haar baan op te zeggen en op de fiets te stappen, weg van huis, met een hoofd vol malende gedachten. Behalve de dood van haar geliefde Martie zijn de onstuitbare en zinloze onderwijsvernieuwingen op haar school een aanleiding voor deze plotselinge stap. Naarmate haar reis vordert wordt steeds duidelijker wat er speelt. Terwijl Ese doortrapt, over fietspaden door Duitsland, Polen en Oekraïne - richting het huis van haar grote held Anton Tsjechov op de Krim - stapelt ze herinnering op herinnering en inzicht op inzicht. Bij alles is ze doordrongen van zorgen om de wereld, het besef ouder te worden en de ongemakken die daarbij horen. In haar typerende stijl toont Minke Douwesz gaandeweg hoe het besluit tot deze reis genomen werd. En waar het toe leidt.
Minke Douwesz (1962) is werkzaam als psychiater. In 2003 debuteerde zij met de omvangrijke roman Strikt, die binnen een jaar vier drukken beleefde. Haar tweede roman Weg verscheen in 2009.
Er is vast van alles op dit boek aan te merken en niet iedereen zal deze Voskuilachtige grondigheid waarderen, maar ik geef het toch 5 sterren: het verhaal greep me, en ik vind het vooral zó ontzettend knap hoe Douwesz een echt persoon in al haar complexiteit en context tot leven weet te brengen. Met als verdere thema’s onderwijsvernieuwing, klimaatzorgen, vrouwzijn, homoseksualiteit, verandering en daarmee omgaan, omgang met andere mensen, boeken, rouw.
Hoewel ze nog maar twee boeken op haar naam had staan voor ze deze roman schreef, durf ik wel te zeggen dat ik dol ben op de romans van Minke Douwesz. Haar snelheid van schrijven en publiceren is bijzonder laag, maar ze stelt nooit teleur, ook nu niet. Dat het verhaal zich voor een deel afspeelt in mijn eigen woonomgeving, ik gok omdat Douwesz en ik stadsgenoten zijn, maakt het extra aardig.
De verschillende verhaallijnen in het boek (het leven met en het overlijden van Martie, het leven op school, en de lange fietstocht door Oost-Europa naar De Krim) zijn m.i. niet allemaal even interessant. Wat de fietstocht betreft had ik gehoopt op meer en interessantere ontmoetingen, maar de mensen die ze ontmoet blijven gezichts- en karakterloos, vluchtige gesprekken die nauwelijks indruk maken. De manier waarop de hoofdrolspeelster, Ese, al fietsend haar gedachten laat gaan over het klimaat, de democratie, de rechtstaat en de plek van de mens op deze wereld, is herkenbaar en voelt als de gesprekken die ikzelf ook veel voer. De urgentie spat er vanaf.
Interessanter vond ik persoonlijk de verhalen van Ese privé, met Martie, met haar zus, de omgang met haar ouders, vooral omdat die relaties wel de diepgang krijgen die het interessant maken. Door mijn werk rondom het onderwijs vermaakte ik me ook prima met haar verhalen over de op stapel staande onderwijsvernieuwing op haar school, waar ze zich niet goed bij voelt en tegen verzet. Ik herken de obstinaatheid, het gevoel dat je er anders over denkt dan de collega's, maar dat je ze niet verteld krijgt wat het is dat je zorgen baart.
Als eindredacteur wil ik nog gezegd hebben dat ik me geregeld gestoord heb aan de slechte interpunctie in het boek, met name het kommagebruik. Als je taalgevoelig bent, leest dat bij vlagen heel lastig.
Ik weet niet of dit Douwesz' laatste roman zal zijn, maar als dat zo is, heeft ze een prachtig en ook onderschat oeuvre geschapen!
Ik vond dit een prachtig boek, zo levensecht geschreven dat je de hoofdpersoon (Ese) heel dichtbij je voelt. Ook deelde de hoofdpersoon (en waarschijnlijk ook de schrijfster zelf) veel dingen met mij, zoals dat ze graag vogels kijkt, elke week de Groene Amsterdammer leest, houdt van de Russische literatuur van Paustovski, Babel en Grossman (boeken die echt in haar lichaam en hoofd leven, zoals bij mij), maar ook van andere schrijvers die ik graag las zoals Gabriele Tergit en Amos Oz. Heel knap heeft Minke Douwesz verschillende verhaallijnen met elkaar verweven: eentje over een middelbare school die langzaam wordt overgenomen door een soort bedrijfscultuur; eentje over de fietstocht die de hoofdpersoon (leraar Duits) maakt naar Jalta, waar het huis van Tsjechov staat; eentje met herinneringen aan haar leven samen met de vrouw van haar leven, en tot slot nog herinneringen aan haar mooie contact met vrienden, haar kat, haar huis in de natuur en haar zus Dora. Des te bedroevender vond ik het dat het boek, vooral aan het begin, helemaal vol redactiefouten staat, zowel stilistisch als tekstueel. Ik kreeg bijna het gevoel dat het geredigeerd was door een stagiair en vond het in elk geval Van Oorschot-onwaardig. In de Groene las ik dat Minke Douwesz maar één dag per week schrijft, omdat ze een baan als psychiater ernaast heeft. Achteraf was ze blij dat het boek toch een harmonieus geheel was geworden. Het effect van dit fragmentarische schrijven is echter geweest dat er bepaalde dingen die reeds geïntroduceerd zijn, gewoon doodleuk weer opnieuw geïntroduceerd worden. Deze herhalingen zijn zeer storend en had een redactie er zeer makkelijk uit kunnen halen, net als alle stilistische fouten. Verder een prachtig boek, met een mooie cadans, en ik lees graag meer van deze schrijfster.
Echt prachtig! Ik heb het 'gelezen' als luisterboek en de verteller was ook echt perfect. Misschien komt het ook doordat ik in Japan ben, maar het is zo herkenbaar. Het hoofdpersonage zou ik in de toekomst kunnen zijn. De problemen waar ze over nadenkt zijn zo relevant en herkenbaar. En het verhaal wordt fantastisch verteld, heel gedetailleerd en precies. Het verhaal is vrij simpel, maar groots tegelijk. Kippenvel aan het einde.
'De financieel directeur keek bedenkelijk: 'Hoe wordt al dat extra onderwijs bekostigd?' Léon veerde terug op vier poten. 'Digitalisering,' zei hij vol overtuiging. Hoe meer de leerlingen aan E-ducation kunnen doen, zelf op de computer, hoe minder de docent voor de klas hoeft te staan. In de gewonnen tijd kan hij een extra opdracht met een groepje excellent uitwerken of een huiswerkgroep begeleiden.' [...] Ese vroeg waar de voor het digitale onderwijs benodigde lesstof betrokken kon worden. 'Daar komen jullie in beeld,' zei Léon enthousiast. 'Die extra lespakketten mogen door jullie ontwikkeld worden.'
Dit boek bevat elementen de de trouwe lezer herkent: het gaat over een milieubewuste, lesbische vrouw met een paar dierbare vriendinnen. Huishoudelijke details, perikelen op het werk en filosofische gedachten worden uitgebreid beschreven. Ik houd van deze stijl. Wat ik altijd leuk vind is dat Minke Douwesz precies vertelt wat haar hoofdpersonen lezen en luisteren, met titels en beschrijvingen erbij. De fietstocht naar Oekraïne is vooral een kapstok om een mooi beeld te schetsen van een levensechte vrouw.
Wonderbaarlijk hoe Douwesz een mensenleven zo levendig en nauwkeurig kan beschrijven; ik kan haast niet geloven dat de hoofdpersoon niet bestaat. Ook heel bijzonder hoe de fietstocht dient om de tocht des levens van Ese uit de doeken te kunnen doen. Deze roman is heel snel ingehaald door de tijd, maar tegelijkertijd ontzettend actueel. Bij vlagen het hart in m'n keel; soms een beetje verveeld. Maar dat was geloof ik precies de bedoeling.
‘Eenmaal uit huis, op kamers in Amsterdam, zonder het voorbeeld van haar ouders om zich tegen af te zetten, was ze eigenlijk pas gaan ontdekken wat ze zelf belangrijk, fijn, mooi en lekker vond. Grappig genoeg bleven bepaalde dingen van vroeger tot haar sterke voorkeuren behoren, ontdekte ze. Juist omdat je met je ouders verwant en verbonden was.’
”Je reviens ici, pour refaire ma vie.” (E. Daho, Cap Falcon) “Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug.” (Spinvis)
“‘Maar ik ben niet op vakantie.’ ‘Wat dan? Op pelgrimage, of is het een boetedoening? Ik vond je gisteren zo zwartgallig.’ De onbeschaamde rechtstreeksheid van Edels vraag verraste haar. Ze vond het een goede vraag , maar ze had geen antwoord klaar. ‘Ik ben niet latent suïcidaal of zo. Wel somber over de toekomst. Maar ik weet niet goed wat ik eraan doen kan.’”
Dit is een prachtige roman, eentje die rustig vertelt en enorm veel omvat. Een roman over een ongewone gewone vrouw, een intelligente, ontwikkelde en geëngageerde vrouw, eentje die ik wel in mijn vriendenkring zou willen. Dit personage doet je je realiseren dat ieder mens, hoe onopvallend ook, een prachtig verhaal kan zijn. Ze is verre van perfect, maar welk gewoon mens is dat wel? Misschien vindt u haar drammerig, misschien saai, of misschien, zoals ik, intrigerend en aantrekkelijk?
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Vrouw, vijftiger, zegt baan op en vertrekt voor een fietstocht van Brabant naar het huis van Chekhov in Jalta op de Krim, via Berlijn, Kiev en Cherson, om haar leven te overdenken en het verlies van haar levenspartner te verwerken. Tot zover het plot, de rest van het boek is puur leesplezier over hoe een ‘gewone vrouw’ uniek en bijzonder is in al haar bescheidenheid en onopvallendheid. “(…) het schrijven had zoveel tijd, geduld en zorg gevraagd, de personages in het verhaal waren tot leven gekomen in je hoofd (…)”, precies dit is het gevoel dat je bij het lezen van dit boek krijgt.
Levensvragen Hoofdpersoon Ese is drieenvijftig jaar oud, lerares Duits en heeft genoeg van de druk vanuit de leiding van haar school en de grotere organisatie waar haar school onderdeel van uitmaakt. Ze is ooit lerares geworden vanwege de vrijheid: ze staat alleen voor de klas, zolang er geen problemen zijn, bemoeit niemand zich met je. Totdat een jonge schooldirecteur aan het veranderen slaat om meer leerlingen te trekken. Ese zegt haar baan op en vertrekt per fiets naar De Krim om het huis van Chekhov te bezoeken. Onderweg overdenkt ze haar leven en het verlies van haar levenspartner Marti (afko voor Martine). Het boek is het relaas van de kleine en minder kleine gedachten van Ese terwijl ze onderweg en lang alleen is. Thema’s die langskomen zijn religie, gezondheid, gezondheidszorg, homoseksualiteit, vriendschap, werk, liefde, taal en literatuur, de natuur en hoe mensen ermee omgaan, ouder worden en fysieke aftakeling, Europa, kolonialisme en slavernij, vegetarisme / veganisme, vrouw-man-verhoudingen … Ik denk dat de titel verwijst naar ouder worden, naar de overgang van lente en zomer naar de herfst en winter van het leven.
Anders Het fietsen geeft haar de energie terug die ze kwijt was geraakt, maar “onderliggend was ze vervuld van een gevoel van zinloosheid.” Een vriendin vraagt of ze niet gewoon depressief is. Haar huisarts schrijft een antidepressivum voor. Ese trekt zich de staat van de wereld aan. “Uitbuiting en ongelijkheid leken van alle tijden. De economie - ‘de schoorsteen moet roken’ - ging voor. Delven, stoken, produceren. Je zou op de rem willen trappen, je handen op de oren om het geraas van auto’s, machines, vliegtuigen niet te horen (…), het zette geen zoden aan de dijk om alléén te handelen. In het groot moest het anders.”
Opvoeding De Doopsgezinde religie van haar ouders speelt een grote rol in het leven van Ese. Ze zegt over Doopsgezinden: “De crux was echter dat je weliswaar bij moest dragen aan het gemeenschappelijk belang, de samenleving, maar dat je je zelfstandigheid niet moest verliezen. (…) Schoolgang, je fiets schoon houden, naar de kerk en niet brutaal zijn tegen je ouders waren vroeger thuis geboden. Maar lezen, je mening vormen, werd ook hogelijk gestimuleerd. Geen kuddedier, maar luis in de pels moest je worden.” “De moraal van het geloof uit haar jeugd, de lijdzaamheid van het soort ‘keert uw vijand de andere wang toe’, het pacifisme van de Doopsgezinden kon ze moeilijk begrijpen.”
Wat droeg je bij? Ese heeft voor zichzelf een redenatie om haar leven als lesbische lerares te rechtvaardigen. Qua intelligentie had ze meer gekund dan leraar worden, qua opvoeding had ze het maximale uit zichzelf moeten halen en qua seksualiteitsbeleving zoekt ze ook naar rechtvaardiging: “Immers, niet alleen de heersende moraal, maar ook de natuur leek voor te schrijven dat een vrouw met een man moest gaan, en kinderen zou krijgen. (…) Als sommigen niet zelf kinderen kregen, maar wel meehielpen te zorgen voor die van anderen, werd ongebreidelde groei getemperd en droegen ze bij aan de balans. Als lerares, tante en vriendin voelde Ese zich inmiddels een onvervreemdbaar, nuttig onderdeel van de menselijke soort.” Op andere momenten is Ese vertwijfeld: “Wat deed het ertoe je in te zetten? In de niet-aflatende stroom van wisselende klassen en lessen had je met sommige leerlingen nauwelijks contact. Ze dreven voorbij, en jij pakte aan het eind van de werkdag vermoeid je tas om naar huis te gaan. Wat droeg je bij?”
Mid life crisis? Bij vlagen denk je bij het lezen over Ese aan een mid life crisis. “Waarschijnlijk was haar vermogen zich aan te passen aan verandering uitgeput. Martie dood, haar moeder, haar vader. Heupdysplasie, een depressie, niet langer ongesteld en een broekmaat dikker. De verandering van het weer, droogte en hitte, wat voor kleren moest ze aan? En het ergste moest nog komen: de dag dat haar zus er ook niet meer zou zijn.””Met het opzeggen van haar baan droeg ze niet langer bij aan een groter geheel. Ze werd nergens meer verwacht. (…) Te lang had ze zich gericht op wat er verwacht werd. De vraag was wat ze zelf van belang vond om voor te leven. Dan werd het moeilijk. De natuur. Maar die was beter af zonder mensen.” Onderweg moet ze vanalles overwinnen, zelfs de diefstal van haar fiets, maar ze komt ook telkens welwillende mensen tegen die haar helpen of goede raad geven: “Toen kwam de vrouw een kommetje fruit brengen. ‘You are so kind,’ zei Ese aangeschoten. ‘And that is why I still want to go to Jalta. There are good and friendly people everywhere.’” Maar ook: “Hoe meer mensen hadden, hoe minder ze wilden delen, leek het wel.” “Maar misschien was het impulsieve besluit wel louter ingegeven door een verschoven hormoonbalans - een soort mid-lifecrisis - en moest ze als in een soort omgekeerde puberteit haar draai vinden in een nieuwe rol: die van de oudere lerares die de zoveelste vernieuwing niet meer bijbenen kon.”
Europa “Harmut. Hij had geholpen, voor 25 euro en de eeuwigdurende dankbaarheid van een wildvreemde, homoseksuele vrouw van middelbare leeftijd, die hij nooit in zijn leven terug zou zien. Was dit niet blijk van Europees burgerschap, vredelievendheid in weerwil van verschil?” “Europa had geen patent op wreedheid, maar had in zijn koloniale geschiedenis brute roofzucht en gewelddadig conflict naar andere delen van de wereld geëxporteerd. (…) Het enige waarin Europa wat beter leek dan veel andere landen was de vrijheid die vrouwen er hadden. Alledaags seksisme was er zeker, maar ging minder met grove fysieke inperking gepaard. Maar wellicht had ze eurocentrische oogkleppen op?” “Ze kreeg bedenkingen bij het zo ferm door haar verkondigde eco-communisme. (…) De centrale planeconomie was in de Sovjet-Unie en haar satellietlanden geen succes gebleken. En de natuur was niet erg gebaat geweest bij de productiewijzen die er in het arbeiderssocialisme op na weren gehouden. De partijbonzen zorgden heel cynisch dat ze zelf wel over de nodige luxe konden beschikken, vaak afkomstig uit het verfoeide kapitalistische Westen. Waren jonge mensen, opgegroeid in de naoorlogse weelde in bevrijd Europa, in staat om vrijwillig over te gaan op een oncomfortabeler leven, minder keuzevrijheid, minder particulier bezit?”
Verongelukt Op ongeveer 75% van het boek leren we dat Marti (Martine) is verongelukt. Ze werkte als architect/bouwkundige en was in een gebouw in aanbouw op een verdieping in een onbeschermd trapgat gevallen. De politie vraagt of het zelfdoding kan zijn geweest. Ese en Marti hadden en vanzelfsprekende relatie. Ze hebben elkaar als studenten in een discotheek ontmoet en zijn sindsdien samen gebleven. Ook hierover schrijft Douwesz realistisch, met veel detail, ze romantiseert niet, waardoor deze lange stabiele relatie helemaal geloofwaardig is. Na het overlijden van Marti had Ese nog wel eens iets met een andere vrouw geprobeerd, maar besloten dat zijn iemand is die maar één keer in haar leven aan iemand anders blijft plakken. Net als de vorig jaar overleden Franse zangeres Françoise Hardy altijd over zichzelf zei in interviews.
Metafooor De reis de Ese maakt kan ook worden gezien als een metafoor. Voor haar tocht naar Berlijn had ze nog een boek, tussen Berlijn en Kiev alleen nog een gps-route die ze had gevonden op het internet en vanaf Kiev zelfs dat niet meer: “Voortaan moest ze met behulp van een kaart met zo’n grote schaal dat alleen de doorgaande routes erop stonden haar weg vinden, en mits ze bereik had met een navigatie-app op de telefoon.” Ze kan geraakt worden door een schuurtje in het landschap: “De aanblik bood vertrouwen, alsof er ondanks alle chaos en dreiging zorgvuldigheid en orde in de wereld te vinden was.” Ze denkt dat ze voor mensenhater versleten kan worden vanwege de ontwrichtende invloed die mensen hebben op de wereld, maar “mensen waren evengoed ontroerend als mieren, trekvogels, palingen; wat ze al niet voor moeite deden om voor elkaar te zorgen, te begrijpen hoe alles in elkaar zat, van hun gevoelens blijk te geven. Gedichten, schilderijen, filosofie en muziek.”
Chekhov Na haar haast heroïsche fietstocht tot in Cherson, lukt het Ese om met kunst en vliegwerk de grens met de Krim te passeren. Het levert nog angstige momenten op met de Russische militairen aan de grens die onverwacht agressief tegen haar zijn, haar zelfs fysiek aanranden. Jalta valt haar tegen, het blijkt “platgetreden tot een smoezelige plaats met grijze hoogbouw en onaanlokkelijk ogende sanatoria. De boulevard was opgeknapt met het verdachte geld van post-Sovjetzakenlieden, maar het glanzend wit van de gevels kon de goedkope sfeer van drank, gokken en betaalde seks niet verhullen.” In Jalta wordt ze overvallen en gered door niemand minder dan een mevrouw met een klein hondje - een knipoog naar het beroemde verhaal van Chekhov ‘De dame met het hondje’? Eén van de twee overvallers geeft haar nog wel even een harde mep met een stok voordat hij wegrent. Aanvankelijk lijkt het erop alsof ze er met blauwe plekken of gekneusde ribben vanaf komt, maar als ze eindelijk het huis van Chekhov bereikt, inmiddels een museum, krijgt ze geen adem meer en zakt ze in elkaar. De mensen van het museum bellen een dokter, een vrouw, die haar meeneemt naar een ziekenhuis in een buitenwijk, fiets en bezittingen achterlatend. Na onderzoek constateert ze een klaplong. Als ze op verzoek van de dokter haar zus belt krijgt ze een injectie, waarschijnlijk de verdoving (de behandeling van een klaplong is onder verdoving via een drain de lucht uit de borstkas te laten weglopen om de long weer ruimte te geven), waardoor ze bewusteloos raakt. Omineus zijn alle verwijzingen naar de dood van Chekhov aan Tuberculose, een longziekte: “Hoestend, bloed spuwend was hij midden in de nacht in een Duits kuuroord gestikt, vierenveertig jaar oud.” Met het bewusteloos raken van Ese eindigt het verhaal.
Altijd leuk te lezen om te lezen over een lange fietstocht. Maar verder sprak het boek me niet aan. Teveel details, teveel opinies en een te bedacht slot. En het verhaal over het onderwijs vond ik nogal karikaturaal.
Een boek dat je niet loslaat, veel herkenningspunten biedt en eindigt met de slag van een voorhamer. In ‘Het laatste voorjaar’ van Minke Douwesz zegt de 53-jarige lerares Ese in een opwelling haar baan als lerares Duits op om vervolgens dwars door Duitsland, Polen en Oekraïne naar de Krim te fietsen. Doel: het huis van Tsjechov bezoeken. Stug doortrappend in regen, sneeuw en wind is Ese alleen met haar gedachten. Als lezer word je een blik vergund in haar kolkende hoofd. Dat loopt over van rauw verdriet om de dood van haar geliefde Martie, onmachtige woede over de onderwijsvernieuwer die haar werk onmogelijk maakte en zorgen over de toekomst van onze planeet. Mestfraude, ontdooiende permafrost, overbevolking, de weidevogelstand, strak gemaaide gazons; er zijn oneindig veel zaken waarover Ese zich druk maakt. Eco-staliniste, noemt ze zichzelf.
Wat vindt Minke Douwesz zelf van haar boek: “Sommige mensen zullen misschien zeggen: gadverdamme, wat een gedram. Het is anders dan mijn eerdere boeken en gaat veel over politiek. Maar de toestand van de wereld is wat mij nu het meest bezighoudt. Ik had geen ander boek kunnen schrijven. De teneur in de samenleving is dat mensen die rechts en conservatief zijn niet gehoord worden. Ik ben van jongsaf aan een groen persoon en ik vind zelf dat ik al vijftig jaar lang niet gehoord word. Dat was ook een reden om dit boek te schrijven. Heel Nederland staat vol dozen en de bodem zit vol stront, maar toch wordt beweerd dat de linkse elite het de ondernemer in Nederland moeilijk maakt. Daar ben ik heel erg boos over. Dat is ook een drijfveer. Wat een godverdomse onzin! Sommige lezers zullen het boek walgend terzijde werpen, maar hopelijk zijn er toch een paar mensen die tegen heug en meug doorlezen omdat ze willen weten hoe het afloopt.’ Lezen mensen dit boek. Je kan het overigens gratis digitaal ontlenen via Cloud Library, het ontleenportaal van de Vlaamse bibliotheken.
3.5 sterren Het heeft even geduurd, maar het was het volhouden waard. In een interview met de schrijfster las ik dat ze het schrijfproces omschreef als “een soort geobstipeerde stoelgang”; het leesproces was voor mij vergelijkbaar. Het verhaal leent zich er echter goed voor traag gelezen te worden, met veel sprongen van heden naar verleden naar nog verder verleden, overpeinzingen en kritiek aangaande de maatschappij, de tijdsgeest en de mens: het nodigt de lezer uit tot reflectie tussendoor. Veel van de mijmeringen van hoofdpersonage Ese waren mij niet onbekend: van klimaatangst en damesliefde tot het onderwijs dat steeds bedrijfsmatiger wordt (pijnlijk herkenbaar en haast één-op-één te vertalen naar de zorg en alle bijkomende beslommeringen bedacht door consultants). Ook de stukken over de monsterlijke fietstocht spraken mij natuurlijk zeer aan. Zoals Douwesz zelf zegt: “Angry young man is een gewaardeerd genre in de literatuur, maar angry old women, daar zit men minder op te wachten.”. Wat mij betreft was ‘angry old woman’ Ese van harte welkom, maar ze mocht er van mij wel iets meer tempo in brengen.
Het boek is zeker niet voor iedereen, onder andere door de thema's die behandeld worden - die me stuk voor stuk nauw aan het hart liggen, al weet ik weinig van het leraarschap. Minke heeft zonder uitzondering zorgvuldige, nauwgezette hoofdpersonen, die ze ook precies beschrijft, waarin ik me goed kan inleven. Minke stelt nooit teleur, al mag ze wat mij betreft productiever zijn.
3,5 *. Prachtig! Heerlijk, alle gedachten van Ese. Volgens sommige lezers teveel "gedram" maar dat maakt het wat mij betreft juist realistischer. Zou het boek zelf niet per se hebben uitgezocht maar las het omdat het "moest" voor mijn boekenclub. Ben aangenaam verrast en heel blij en zou het aan mensen die van Voskuilige, meanderende boeken houden zelfs aanraden.
Betoverd door haar verhaal, schrijfstijl... Het sterk verhaal van een vrouw op de fiets. Zo probeert ze zichzelf terug te vinden met haar gemis van/verdriet om de gestorven partner, ontevredenheid in haar job en zoektocht naar hoe en wat nu met de chaos die wij als mensheid veroorzaken ... Maar bovenal houd ik van haar prachtige zinnen en eindeloos mooie, perfecte woordkeuze. Elke zin behelst gevoelens, elk gevoel behelst een wereld van beleven... Wat lees ik haar graag!
In deze roman Het laatste voorjaar van Minke Douwesz neemt hoofdpersoon Ese halsoverkop het besluit ontslag te nemen en naar de Krim te fietsen. Het boek omvat een trage beschrijving van de fietstocht vol terugblikken naar Ese’s studententijd in Amsterdam en werk als lerares Duits.
In een poging te ontsnappen aan haar problemen besluit Ese een fietstocht naar de stad Jalta te maken. 333 pagina’s lang wordt de lezer meegenomen in haar reis door de landschappen van Nederland, Duitsland en Polen. Op de fiets denkt ze terug aan thuis en de tijd met haar overleden vriendin Martie. De ontwikkelingen van de tocht, het ontvouwende drama op het werk voorafgaand aan haar vertrek en Ese’s persoonlijke leven worden in drie afzonderlijke verhaallijnen afgewisseld. Hoewel het verhaal veelbelovend klinkt, slaat Douwesz meermaals de plank mis.
Gedurende het boek nadert Ese langzaam maar zeker haar einddoel, maar in het verhaal zit weinig vooruitgang. Ese’s waarnemingen onderweg dienen voornamelijk als bruggetjes naar herinneringen aan vroeger. De constante oprakeling van herinneringen van thuis maken dat het boek veelal in herhaling valt, zonder de diepte in te gaan. Zo krijgt de lezer regelmatig drie-pagina lange herinneringen aan discussies tussen personages voorgeschoteld. Naast een gebrek aan diepgang komt het willekeurig over. Bovendien zorgt de continue stroom aan afdwalende gedachten, uitgedrukt in meer woorden dan nodig, ervoor dat het verhaal stug leest.
Het gebrek aan diepgang geldt ook voor de personages zelf. Douwesz slaagt er niet in de mensen in Ese’s leven goed op papier te zetten. Vooral Ese’s herinneringen aan haar ouders vervelen. Hoofdstuk na hoofdstuk wordt bevestigd wat voor veeleisende man haar vader was, en hoe stil en afstandelijk haar moeder. Ook van andere relaties die worden beschreven worden de bekende eigenschappen herhaald in plaats dat ze de diepte in gaan. Zelfs aan het eind van het boek lezen de interacties tussen Ese en Martie als eerste beeldschetsing.
De delen die daadwerkelijk de reis beschrijven, lezen als een oppervlakkig reisverslag. Douwesz benoemt uitgebreid hoe Ese ergens aankomt, hoeveel mokken thee ze drinkt en welke kledingstukken ze wast. Veel van de avonden lijken op elkaar. Aan droge informatie over wat er gebeurt is geen tekort, terwijl beeldende beschrijvingen van de omgeving ontbreken. Daarnaast stuit de lezer op volledig willekeurige voorvallen, zoals een moeder die zich excuseert voor haar huilende kind, of de man van de gastvrouw die nog wel een tweede bord eten wil. Het doet de lezer zich afvragen wat de toegevoegde waarde van deze passages is.
Veel plekken waar Ese fietst worden gebruikt als voorzetje voor een maatschappijkritiek, wat het kunstmatig doet aanvoelen. Aan de hand van haar omgeving worden de gevolgen van falend Europees landbouwpolitiek in Polen, sjoemelende autobedrijven in Duitsland en het uithollen van de rechtsstaat in Hongarije besproken. Vernieuwend zijn de inzichten meestal niet. Dat het klimaat naar de klote gaat en kapitalisme niet alleen rooskleurig is, weet iedereen. Het is niet de terechte maatschappijkritiek die Douwesz levert die teleurstelt, die moet juist worden besproken. Het is het gebrek aan haar slagen om de kritiek overtuigend en genuanceerd genoeg te brengen om de lezer daadwerkelijk tot nadenken aan te zetten. Het terugkerende geklaag in elk hoofdstuk leest stug en moedigt niet echt aan tot het omslaan van de bladzijde.
Daarnaast lijkt Douwesz onbedoeld een hypocriet personage van Ese gemaakt te hebben. De aarde moet worden gered, maar kaas is te lekker om plantaardig te eten. Ze wil de wereld veranderen, maar geen vernieuwing op werk. Het maakt haar karakter inconsistent, en nog minder uitstaanbaar. Over Leon, de collega verantwoordelijk voor Ese’s zorgen op werk, wordt veel gezeurd. ‘Wat heeft het voor zin om alles wat je vindt hardop uit te spreken?’ vraagt Ese zich af. ‘Leon is aangetrokken om dingen te veranderen, dat botst met orde’ en dat bevalt haar niet. Klagen en progressie eisen mag blijkbaar alleen als Ese het zelf doet.
Het Laatste Voorjaar schept door haar verhaalstructuur hoge verwachtingen over Ese’s besluit om ervantussen te gaan, maar blijkt anticlimactisch. Ze is ‘gewoon’ op de vlucht voor de onaangenaamheid van het alledaagse leven. De herhalende beschrijvingen van Ese die ergens arriveert, klaagt, aan vroeger denkt en de fiets weer opstapt gaan snel vervelen. Douwesz’ maatschappijkritiek ontbreekt aan vernieuwende gedachten en het verhaal ontbreekt aan spanning. De lezer had meer gehad aan een goede reisroman, of een scherp stuk maatschappijkritiek, Douwesz geeft ons geen van beide.
Wat mij het meest stoort aan dit boek zijn de volstrekt triviale gedachten en meninkjes van de hoofdpersoon, Ese. Het verhaal is stuurloos en het slot triviaal en gekunsteld: de hoofdpersoon gaat aan benauwdheid (bijna) ten onder in het sterfhuis van Anton Tsjechov, de door haar hogelijk bewonderde schrijver. Ook de perikelen op de school van Ese zijn weinig realistisch en karikaturaal neergezet.
Helaas geen aanrader wat mij betreft, dit boek, ondanks de goede recensies. Ik heb het vooral uitgelezen omdat ik de afloop wilde weten… Ese fietst dwars door Europa naar het huis van Tsjechov, zo’n 3000 km. Een veelbelovende premisse! Zij heeft op staande voet ontslag genomen als lerares Duits omdat ze zich niet langer kon vinden in de eisen die de school stelde - vooral dat het een ‘excellente school’ moet worden (en de manier waarop) stuit haar tegen de borst. Haar geliefde Martie is enkele jaren daarvoor overleden en Ese heeft een depressie gehad. Bovendien heeft ze een (mislukte) heupoperatie gehad waardoor ze heel slecht loopt. Genoeg om voor op de vlucht te slaan dus. Minke Douwesz beschrijft alles tot in detail. Er zit geen ruimte in voor de lezer om zelf iets te mogen invullen. Douwesz wordt wel vergeleken met Voskuil, maar waar ik echt verslingerd raakte aan zijn Het bureau, ergerde ik me hier vooral aan de gedetailleerde en opgelegde meningen. Humor, lucht, het is ver te zoeken. En dat was bij Voskuil wel anders! Vooral de passages waarin het gaat over de klimaatcrisis of de kloof tussen arm en rijk, of welk ander actueel onderwerp dan ook, het is alsof ik de krant lees, maar dan met een moreel opgestoken vingertje. Ese is star in haar overtuigingen en dat ging me tegenstaan. Haar meningen helpen me niet om dichterbij haar personage te komen, het is steeds ‘over iets’ en niet mét, of ín. Ook het perspectief is vaag. Het is niet duidelijk of Ese al die maatschappelijke misstanden overdenkt. Dat kan ook niet, zulke betogen ‘denk’ je niet tijdens een fietstocht. Maar een neutrale verteller die je meeneemt in het verhaal is er niet. Dat verwart mij als lezer. Kortom, niet voor mij, dit (te) dikke boek.
Aansprekend verhaal over lesbische vijftiger die naar Jalta op de Krim fietst, nadat ze abrupt ontslag heeft genomen van haar baan als lerares Duits. Ze is alle onderwijsvernieuwingen helemaal zat, dat sturen op zinloze KPI’s. Ze krijgt het rooster niet meer rond omdat er steeds meer uren in bijlessen gaan zitten in plaats van in gewone lesuren. Heel beeldend hoe Douwesz de teloorgang van het onderwijs beschrijft. Een paar jaar eerder is Ese’s geliefde Martie overleden; haar heupoperatie heeft ook niet het gewenste resultaat opgeleverd. Nare boel allemaal. Buiten in de natuur is ze wel gelukkig, ze geniet nog het meest van de dieren en leeft bijzonder eco-bewust - ze eet een hele appel, gooit alleen het steeltje weg. Ik vind het een mooi verhaal, je leert de hoofdpersoon echt kennen. Het taalgebruik van Douwesz is niet bijzonder en hier en daar wat oubollig. Geen enkele zin zal me bijblijven, maar Ese wel.
Ik had me erg op een nieuwe Minke Douwesz verheugd, maar het boek viel me helaas flink tegen. Strikt vond ik echt geweldig (5 sterren, ook bij herlezing), Weg was goed (maar met een minder prettig onderwerp), maar dit boek miste van alles. De stijl was minder met soms moeizaam lopende zinnen. Het verhaal miste urgentie en het einde vond ik ronduit zwak. Ik dacht aan twee sterren, maar er zaten goede passages in en ik heb een zwak voor fietstochten, dus uiteindelijk toch drie sterren voor mij.
Ik reisde mee achter op het fietszitje, genoot van de bekende plekken, luisterde naar het onderwijs klimaat verhaal en trapte wat harder mee als het wat te belerend werd…3,5/5 dus alweer.
Minke Douwesz – Het laatste voorjaar. Van Oorschot, Amsterdam. 333 blz. € 23,50.
Minke Douwesz (1962) is werkzaam als psychiater. In 2003 debuteerde zij met de omvangrijke roman Strikt, die binnen een jaar vier drukken beleefde. Haar tweede roman Weg verscheen in 2009 en handelde over de teloorgang van de relatie tussen hoofdpersoon Edith en haar vriendin Norma. Douwesz ontving er in 2012 de Anna Bijns Prijs voor. Het laatste voorjaar is haar derde en meest recente roman. Douwesz’ literaire oeuvre wordt gekenmerkt door haar vrouwelijke hoofdpersonen en thema’s als lesbische liefde, de spanning tussen het verlangen naar verbinding en de wens autonomie te behouden, opgroeien en ouder worden. Minke Douwesz schetst in haar derde roman de gebeurtenissen die Ese Jelles, lerares Duits, 53 jaar oud, van de ene dag op de andere haar baan doen opzeggen en op de fiets laten stappen, weg van huis, met een hoofd vol malende gedachten. Onderwijsvernieuwing en de dood van haar geliefde Martie zijn de duidelijke aanleidingen voor deze plotselinge stap. Maar er speelt meer. Afwisselend op fietspaden door Duitsland en Polen – richting het huis van Ese’s grote held Anton Tsjechov, in Jalta op de Krim Ese doet zo ontzettend haar best: ze eet geen vlees, ze rijdt geen auto, ze zal nooit een goedkoop vliegticket boeken voor een stedentrip. Naar de bakker neemt ze een stoffen tasje mee zodat het brood niet in plastic hoeft verpakt. Afwisselend op fietspaden door Duitsland en Polen – richting het huis van Ese’s grote held Anton Tsjechov, in Jalta op de Krim – en in haar hoofd en haar verleden, toont Douwesz hoe het besluit tot deze reis is ontstaan en gegroeid. Niettegenstaande het enigszins trage tempo, houdt de auteur je wel gelijk bij de les. Je wilt niet alleen weten of Ese het huis van Tsjechov bereikt, maar ook hoe haar achtergelaten leven nu eigenlijk in elkaar zat. Wat is er met Martie gebeurd? Hoe verhoudt Ese zich als lesbische vrouw tegenover de rest van de maatschappij en waarom gaf ze aan het lesgeven zo maar de brui? Douwesz’ derde roman is klimaatroman, onderwijsroman en ontwikkelingsroman ineen. De drie verhaallijnen – de fietstocht, Eses groeiende onvrede met het onderwijs, en haar relatie met Martie – doorsnijden elkaar en worden telkens onderbroken door bespiegelingen over heden en verleden. Ese heeft altijd haar best gedaan haar steentje bij te dragen, van het goede uit te gaan, zich aan te passen. Maar op een gegeven moment houdt dat op, en wil en kan ze dat niet meer. Heel gedreven maar ook met veel empathie voor haar personage bouwt Minke Douwesz het bijzondere verhaal van Ese op die al fietsend door haar zo geliefde natuur het hart van de lezer verovert.