De voorbije dertig jaar evolueerden we van een samenleving waarin het verschil tussen vrijheid en onvrijheid van fundamenteel belang was, naar een samenleving waarin het verschil tussen veilig en onveilig voorop staat.
Het streven naar vrijheid verdeelde ons. Conservatieven en progressieven hebben verschillende opvattingen over wat echte vrijheid inhoudt. Vandaag verdeelt het streven naar veiligheid ons. We worden geenszins verenigd door onze angsten. Sommigen vrezen migratie, anderen kernenergie. Als we het tóch over iets eens geraken, zoals de gevaren van klimaatopwarming, blijken we diep verdeeld over de manier waarop we daarmee moeten omgaan.
Onze verdeeldheid leidt steeds minder tot dialoog. Een kleine minderheid wil de meerderheid het zwijgen opleggen. De democratie en de rechtsstaat zijn daar het slachtoffer van. Zelfs wetenschappelijke tijdschriften en rectoren van onze universiteiten verdedigen niet langer vrij onderzoek en vrijheid van meningsuiting.
Elchardus brengt verslag uit over die ontwikkeling, in columns geschreven naar aanleiding van ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen met grote gevolgen. Feiten dienen onze opvattingen te veranderen. Dat heet verlichting. Doen ze dat niet, dan worden we wereldvreemd.
Dit boek is de neerslag van een vreedzaam, geduldig verzet tegen de inmiddels wereldvreemde, maar dominante minderheid die haar opvattingen aan de feiten wil opleggen, die blind is voor alles wat niet bij haar opvattingen past.
Mark Elchardus (1946) doceerde sociologie aan de Brown University in de Verenigde Staten en de Vrije Universiteit Brussel. Hij was actief in het middenveld en schreef talrijke wetenschappelijke artikels en boeken. Momenteel is hij columnist bij De Morgen.
Er zit wijsheid in Elchardus, alleen wordt die voorafgegaan aan een bundeling van columns uit de morgen waar hij zich zelden als optimist laat zien. Het is in het slot van Vrijheid/Veiligheid dat de optimistische Elchardus eens positief uit de hoek komt. Zijn positief toekomstbeeld zou hij beter wat vaker in de verf zetten, zou zijn activisme voor wat meer gemeenschapsdenken minder laten overkomen als bij momenten zuur geklaag.
Een stem proberen geven aan gemeenschapsdenken zoals Elchardus lijkt te proberen in zijn columns, het blijft een riskante onderneming. Ook Elchardus lijkt soms te nauw of te eenzijdig in zijn focus, maar dat mag geen reden zijn om zijn soms verrassende, soms verbazende kijk op de actualiteit te negeren.
De laatste 30 pagina's die niet in column vorm verschenen bevatten een verrassend nuchtere maatschappijanalyse over achteruitgangsdenken in het westen, die veel minder alarmistisch klinkt dan het achteruitgangsdenken dat van zijn columns zelf druipt. Meer een pleidooi voor een meer warme, pluralistische, verdraagzame en respectvolle samenleving, minder negatief dan reset. Minder een stem van achteruitgangsdenken uit de voorgaande columns dan wel een invalshoek die past bij Sandel's tyranny of merit, of Arendt's massa buiten de politiek, bij Elchardus de 'de mensen van hier' tov de kosmopolieten, in wij en zij vorm. Die tweede groep behoort hij zelf toe, maar valt hij vaak duidelijk aan, dat 1ste begrip blijft een vaag omschreven idee maar lijkt hij een stem te willen geven. Iets waar gemeenschapsdenkers toch vaak in falen, het afbakenen van wat die gemeenschap eigelijk is, En waar deze maar al te vaak graag door anderen restrictiever worden ingevuld dan bedoeld. Hij toont, ook al ben ik het verre van altijd eens met hem, wel degelijk dat hij het kan dat kan. Al relativeert hij hiervoor sommige boodschappen die zijn columns lijken uitdragen.
Probeert hij niet een beetje te hard om een moderne versie van klassenstrijd en het identiteitsdenken met elkaar te verenigen? Hebben we misschien gewoon niet wat meer nood aan het eerste en meer dan genoeg van het laatste? Zorgt dat laatste niet net voor exclusief gemeenschapsdenken en woke? Zegt hij nu dat Roza Luxemburg gelijk had wat betreft de parlementaire weg? Of heeft hij gewoon nood aan een homogene, culturele, elite om tegen te revolteren?