Elisabeth Bergen, in 1905 geboren in Suriname als kleinkind van een geassimileerde Jood en een ‘mulat’ dienstbode, wordt al jong wees. Ze wordt misbruikt, voltooit toch twee opleidingen en gaat naar Amsterdam, waar ze een baan vindt als verpleegster. Ze trouwt in juni 1940, maar wordt al snel weduwe. Tijdens de oorlog werkt ze mee aan het verzet en neemt Joodse onderduikers in huis. Na in juni 1944 te zijn verraden komt ze via kamp Vught en vrouwenkamp Ravensbrück terecht in kamp Dachau, dat ze op wonderbaarlijke wijze overleeft. Haar kampervaringen knakken haar wel, maar breken haar niet. Na de oorlog hertrouwt ze, en decennia later vertelt ze op La Palma haar indrukwekkende levensverhaal aan haar nicht Michal Maike Nobach - Bergen.
In de Tweede Wereldoorlog riskeerde de Surinaams-Joodse Elisabeth Bergen haar leven door onderduikers in haar huis te verbergen en Joodse kinderen als de hare op te nemen om hen zo te beschermen tegen de nazi's. Voor deze acties moest zij een zware tol betalen, o.a. deportatie naar concentratiekamp Dachau. Wat deze vrouw verdiend is een goede biografie die haar daden eer aan doen. Dit boek is dat niet en dat is buitengewoon jammer. In plaats van zich te richten op het dappere levensverhaal van haar tante, richt de auteur zich te vaak op haar eigen, iets wat onbegrepen jeugd. Met alle respect, dat is niet waarom ik dit boek wilde lezen.
Wie een beter eerbetoon aan Elisabeth Bergen wil, verwijs ik graag naar haar aflevering van de tv-serie 'Vergeten Helden'.