Vermakelijke satire en ode aan Brussel, bloemrijk verteld door een grootse schrijver
Het staat er dan toch echt: tussen de overige krantenkoppen een klein berichtje dat op de 21e juli Christus zijn opwachting zal maken in Brussel. Het zet een hele gang van gebeurtenissen in, smakelijk verteld door onze hoofdpersoon.
Al snel staat heel Brussel op zijn kop. Van binnen en buitenland stromen de pelgrims toe. Kreupelen, mankepoten en lepralijders verzamelen zich langs de vermeende route, waar de Here straks zijn intrede in Brussel zal doen. Maar waar komt hij Brussel binnen? Wordt het een man op een ezel, of komt hij per vliegtuig aan op Zaventem en kust hij het asfalt?
Bewoners, politici en de geestelijkheid buitelen over elkaar om het welkomstprogramma in elkaar te knutselen. Welke route gaat hij lopen? Welke hoogwaardigheidsbekleders mogen hem een handje schudden? Wat zal hij gaan eten? Wat voor taal zal hij spreken? Latijn of Aramees? Haastig wordt uit een nabijgelegen asielzoekerscentrum een meisje weggetrokken, die een Syrisch dialect schijnt te spreken dat nog het meest weg heeft van het oud-Aramees.
Op vermakelijke wijze zet Dimitri Verhulst zijn verhaal neer, met de hem zo bekende stilistische stijl. Ondertussen moet de hoofdpersoon ook nog eens zijn kwakkelende relatie redden, het huis van zijn overleden moeder leef zien te ruimen en maakt hij kennis met zijn buurman, die waarachtig een nooit veroordeelde moordenaar schijnt te zijn. Maar hing Jezus niet aan het kruis tussen twee veroordeelde moordenaars?
Het levert een satire en ode op aan Brussel en België van een bloemrijke woordenkunstenaar. Met een groot gevoel voor humor weet hij dit aan de dag te leggen, waarbij de humoristische invalshoek dit boek zo goed maakt, waar het in zijn andere boeken wel eens aan ontbrak. Wat een genot om te lezen, met een knipoog naar de hedendaagse maatschappij.