De titel, de taal, het verhaal, het kader... vormen een krachtig geheel dat de broeierige, mysterieuze, bijna hysterische atmosfeer voelbaar maakt. De virtuoze beschrijving van de ondergang van Van Oudijck (en zijn finale loutering) en zijn familie ten gevolge 'de stille kracht' bezit op zichzelf een stille kracht, die verschillende lagen (historisch, spiritueel, religieus, amoureus, politiek, psychologisch...) in evenwicht houdt in een meeslepende schets van de koloniale cultuur in het Java van eind 19de eeuw.
Couperus doet me soms denken aan Streuvels, beide hadden hun eigen idioom dat de regels van de taal overtrad. Niet toevallig -zo leerde ik net- zaten beide bij uitgeverij L.J. Veen en waren daar de belangrijkste auteurs. Ondere andere dankzij deze uitgever zijn verschillende boeken van beide schrijvers uitgegeven met prachtige boekbanden. Verder gebruikte Couperus vele jaren voor Céline er beroemd om zou worden "..." om de tekst een heel eigen dynamiek te geven.
Voor mij genoeg redenen om fan te zijn van dit boek en zijn schrijver.
Van Oudijck en de stille kracht, p.97:
"Die altijd blijft als het onleesbare boek, in de onbekende, onvertaalbare taal, waarin wel de woorden dezelfde zijn, maar verschillend de tinten dier woorden, en anders regenbogend de schakeringen der twee gedachten: prisma's, waarin de kleuren verschillen, als brekende uit twee zonnen: stralingen uit twee werelden. En nooit is er de harmonie, die begrijpt; nooit bloeit er de liefde, die eender voelt, en altijd is er tussen de kloof, de diepte, de afgrond, het verre, het wijde, waaruit aandonst het mysterie, waarin als in een wolk, de stille kracht eens zal openbliksemen.
Zo voelde Van Oudijck niet de mystiek der zichtbare dingen.
En onvoorbereid en zwak kon het goddelijk rustige leven hem vinden."
Gebruik van "..." , p. 141:
"Honderden belangen van Europeanen en Javanen behartigen wij... De kultuur is hier zo krachtig beoefend als maar kan... De bevolking neemt toe, neemt altijd toe... Vervallen, een kolonie, waar zoveel omgaat...? Dat zijn van die idiote ideeën van Van Helderen. Ideeën van bespiegeling, uit de lucht gegrepen, en die jij nabespiegelt... Ik begrijp niet zoals je Indië ziet, tegenwoordig... Er is een tijd geweest, dat je oog had voor het mooie en interessante hier... Dat schijnt nu helemaal voorbij... Je moest eigenlijk maar naar Holland... "
Gelijkenis met Streuvels, p. 145:
"Maar de illusie van dit ochtendkrieken duurde maar een enkel ogenblik, nauwlijks enkele minuten: de zon, hoger stijgende, ontgloeide uit haar waas van maagdelijkheid, de zon bralde op en stak-uit haar trotse aureool van priemende stralen, goot neer haar brandende goudschijn, godetrots te heersen haar ogenblik van die dag, want de wolken tastten zich al te samen, kwamen grauw aangevaren als strijdhorden van donkere geesten, aanspokende en blauwig diepzwart en dikzwaar loodgrijs, en overwonnen de zon en verpletterden dan de aarde onder blanke stortvallen van regen."