De titel van het boek is veelzeggend, gegeven er vanuit meerdere filosofisch en wetenschappelijke perspectieven wordt gesteld en onderbouwd dat de mens niet in essentie iets ís, maar wordt geconstitueerd en bemiddeld door datgene waarin de mens is ingebed, hoe het vanuit het eerstepersoonsperspectief belichaamd, gemedieerd door technologie en wetenschap een wordend iets is, dat niet enkel door diens denkende vermogen tot stand komt.
Het boek kan gezien worden als een overzichtelijke en gedegen inleiding in de wijsgerige antropologie, de filosofische school die zich bezighoudt met de vraag wat de mens tot mens maakt, of als antwoord op de vraag wat de mens is.
Het boek vertrekt vanuit de fenomenologie dat wil breken met de klassieke opvatting dat de mens een denkend wezen met een lichaam is en dat deze twee als gescheiden moeten worden opgevat (iets dat niet enkel het geval was bij Descartes).
Fenomenologen laten zien dat ons bewustzijn niet alleen het resultaat is van een denkende activiteit, maar iets dat door en in contact met ons lichaam en de verhouding die deze heeft met de omgeving een inbedding tot stand brengt.
Cognitie, in dit geval, is derhalve iets dat in wisselwerking met een omgeving ontstaat, waarbij onze cognitie niet alleen onderdeel is van ons lichaam en denken, maar ook plaatsvindt buiten ons via artefacten (een dagboek, een online profiel, boeken en meer).
Verderop in het boek wordt onderzocht hoe technologie ons mensbeeld beïnvloed, de manier waarop we onszelf ervaren, maar ook hoe wij tot op zekere hoogte niet alleen drager en ontwerper van technologie zijn, maar ook het effect ervan, daar het zo maatgevend is voor onze manier van denken en handelen. Niet alleen dat, maar technologie bepaalt ook mede de metaforen die we gebruiken om betekenis te geven aan onze subjectiviteit en ervaring.
Technologie is bovendien nauw verbonden met allerlei ethische vraagstukken en moderne wetenschappen laten bovendien zien, wanneer het in het boek over grensvervagingen gaat, dat er geen simpel onderscheid te maken is tussen subject en object, dat deze niet tegenover elkaar staan, maar ten diepste verstrengeld zijn en dat dit de grenzen die wij leggen tussen levende wezens en tussen levende en niet levende wezens problematiseert en op het spel zet.
In het derde deel van het boek worden scenario's onderzocht over hoe de mens door technologie zal veranderen, of wellicht zal verdwijnen. Daar de mens kunstmatig van nature is, is het bij dit onderzoek te makkelijk om te stellen dat de mens, indien deze ingrijpend door technologie verandert of wordt opgevolgd, volledig zal zijn verdwenen, in sommige van de scenario's althans.
Het boek sluit af met de hoopvolle boodschap dat naast al deze bepalingen de mens altijd iets onbepaalds heeft dat ongrijpbaar zal blijven voor data en sommige technologische transformaties. Daarin ligt menselijke vrijheid, en ook verantwoordelijkheid.
Het boek is toegankelijk geschreven en derhalve bruikbaar voor mensen zonder filosofische achtergrond en in het onderwijs.