Dit boek is een fantastisch commentaar op het burgerlijke leven in het Oostenrijk van de jaren '70, het deed mij erg denken aan Annie Ernaux, maar dan met meer gevoel. Eigenlijk is het gewoon een betoog van een depressieve vrouw, in een lange stream-of-consciousness.
"Hij bekent nu dat zijn moeder zich erover heeft beklaagd dat ik zo weinig banden heb met de buitenwereld. Ik ga naar de badkamer, Rolf volgt me, en ik heb een band met de tandpasta, met de tandenborstel, met de amandelklei, vochtinbrengende creme, zwavelsteen, een sterke band met mijn nagelborstel, met de okselspray, die op dit moment onbeweeglijk op de plank staat, zoals al mijn andere kleine vrienden in de badkamer, en zoëven hebben ze nog over me gegiecheld."