Mag een universiteit een spreker met extreme standpunten uitnodigen? Mogen enkel zwarte mensen het werk van een zwarte auteur vertalen? Is het verstandig dat een wetenschapper zaken verzwijgt om paniek te vermijden? En mogen we met alles lachen, zelfs als we denken dat de microfoon uitstaat?
Vrijheid van meningsuiting was lang de verlichte vrijheid bij uitstek. Ze liet auteurs toe om oneerbiedig uit te halen, onbevreesd voor God of gebod. Ook al was die vrijheid nooit helemaal onbeperkt.
In recentere tijden heeft de samenleving meer aandacht gekregen voor de schaduwzijden van die ruime expressievrijheid. Moet alles wat gezegd kan worden écht worden verwoord? Moet het recht niet strenger zijn bij de beteugeling van misbruiken van de uitingsvrijheid? Moeten we als samenleving niet kordater optreden tegen verspreiders van fake news en opruiers die feitenvrij polariseren? Kunnen we onfatsoenlijke stemmen niet beter van het forum bannen?
Koen Lemmens gaat op zoek naar het belang en de culturele betekenis van de vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving. Met de vaste overtuiging dat een klimaat waarin je vrij kunt spreken altijd te verkiezen is boven een samenleving die al te gemakkelijk teruggrijpt naar opgelegd zwijgen.
‘Gek,’ merkte de Franse antropoloog Claude Lévy-Strauss in 2002 op nadat hij hoorde dat Michel Houellebecq door vier moslimorganisaties voor het gerecht was gedaagd omdat hij de islam een klotegodsdienst had genoemd die sinds haar ontstaan een gevaar voor de mensheid vormde, ‘Dat schreef ik vijftig jaar geleden ook al, en toen kraaide er geen haantje naar.’ We zijn inderdaad een stuk gevoeliger geworden wat zulke zaken betreft schrijft KU Leuven-hoogleraar publiekrecht Koen Lemmens in zijn nieuwe essaybundel Het wankele recht van spreken, maar of dat een stap vooruit is valt nog maar te bezien. Het centrale thema van de uit elf essays bestaande bundel is de huidige positie van de vrije meningsuiting. Traditioneel wordt die met woord en daad verdedigd omdat men meent dat ze de democratie en de persoonlijke ontwikkeling stimuleert en de botsing van ideeën alleen maar verlichting kan brengen. Maar ze stelt ons natuurlijk ook in staat mensen te beledigen of een onveilig gevoel te bezorgen. Wanneer wordt mijn vrijheid jouw gevangenis, is daarbij de hamvraag. Net zoals in zijn vorige bundel, De dwaling van de beeldenstormer (2021) betoont Lemmens zich in zijn nieuwe boek een gematigde liberaal die zijn standpunten op rationele en overtuigende wijze uiteenzet. Een hoogleraar moet Tom Van Grieken kunnen uitnodigen in zijn lessen wanneer dit een educatief doel dient, meent hij bijvoorbeeld. Dat journalisten over de gezondheid van een politicus schrijven moet kunnen, omdat die een publieke functie uitoefent en de kiezer het recht heeft te weten of hij het einde van zijn volgende termijn zal halen, terwijl ze dat over een actrice niet mogen kunnen omdat dit een inbreuk is op haar privéleven. Kun je met alles en iedereen lachen? Lemmens is geneigd te denken van wel, zolang dat in privékring gebeurt en het slachtoffer er niet bij is. In je huiskamer mag je zeggen wat je wil, schrijft hij, anders eindig je in de DDR. En we moeten opletten met het ingrijpen in teksten van Dante of Roald Dahl, waarschuwt hij nog, want voor je het weet zijn de pastoors terug, zij het in een andere gedaante. Opvallend is dat Lemmens beweert dat het recht uiteindelijk niet alles kan regelen. Daarvoor is het gewoon een te bot instrument. Nee, daar waar het recht stopt, begint de moraal. Je mag bijvoorbeeld wel zeggen dat de islam een klotegodsdienst is - Houellebecq werd uiteindelijk vrijgesproken van aanzetten tot haat - de vraag is of het wel zo constructief is. Niet alles wat je mag doen, moet je ook doen, aldus Lemmens, die besluit dat als puntje bij paaltje komt de vrijheid een kostprijs heeft, maar dat we die tot op zekere hoogte gewoon moeten betalen. Een beter alternatief is er niet.
Onze wereld heeft nood aan meer mensen zoals Koen Lemmens. Tussen al het schreeuwen van de sociale media door, heeft hij een bevlogen en erudiet pleidooi gehouden voor een van de belangrijkste verworvenheden van de liberale democratie.