Jump to ratings and reviews
Rate this book

Opperhalfrond (Door het oog van de cycloon Book 2)

Rate this book
Het Engels heeft James Joyce, het Italiaans Stefano D'Arrigo, het Duits Uwe Johnson. In hun werk wordt de taal opnieuw gemaakt, literatuur opnieuw uitgevonden, de werkelijkheid opnieuw geschapen. Bij hen is de verbeelding aan de macht om een groter verhaal te vertellen, om zinnen te scherpen, om de geest bij te vijlen. En voor Wereldbibliotheek is dat J.Z. Herrenberg.

Opperhalfrond gaat verder waar Nederhalfrond eindigt. De roman is een spiegelpaleis, waarin de auteur de werkelijkheid nu eens op de korrel neemt, dan weer met mededogen over zijn hoofdpersonen schrijft. Die weten ook niet hoe ze hun bestaan richting moeten geven in een wereld die geregeerd wordt door media, die steeds sneller draait, die uiteenvalt en waarin verbanden oplossen.

Ja, dit is een meer dan ambitieus project. Dat ook nog eens in een volstrekt eigen universum van taal, structuur en stijl wordt uitgevoerd. Laat u meeslepen door de ideeënrijkdom, de vormkracht en de bijtende humor op de beats van de bezwerende zinnen, laat u verleiden door het duizelingwekkende aantal personages, en verdwaal in dit literaire spiegelpaleis.

Het vergt veel van de lezer, maar wie er zich aan overgeeft wordt beloond. Per aspera ad astra!

De pers over Nederhalfrond :

'Het zal, het moet, het wordt fantastisch.' **** NRC Handelsblad

'Een wervelwind aan betekenissen, mogelijke sprekers, fragmenten, fonetische sporen, taalspelen en werkelijkheden... overweldigend.' D e Nederlandse Boekengids

'Een verbijsterend leesavontuur door de ongehoorde schittering en onmodieuze originaliteit van zijn taal. En vooral ook door de veelduidige, intrigerende raadselachtig veelvoudige perspectieven op de werkelijkheid.' ***** Hebban

'Een debuut dat gelijk ook een magnum opus is. Gelukkig komt er nog een tweede deel.' De Standaard

'Hij heeft met zijn roman een volstrekt origineel universum geschapen in een taal vol neologismen.' N oordhollands Dagblad

508 pages, Kindle Edition

Published August 8, 2023

3 people are currently reading
26 people want to read

About the author

J.Z. Herrenberg

2 books20 followers
J.Z. Herrenberg (1961) groeit op in het Amsterdam van Provo en flowerpower, zijn vader een Surinamer, zijn moeder Nederlandse. Politiek, muziek, de Tweede Wereldoorlog, de dekolonisatie krijgt hij met de paplepel ingegoten. Twaalf jaar oud weet hij: ik wil schrijver worden. Vanaf dat ogenblik staat alles in het teken van het schrijven.

In 1996 begint hij aan Door het Oog van de Cycloon, dat zich ontwikkelt tot een duizelingwekkend geheel in twee delen. In 2016 voltooit hij het eerste deel, Nederhalfrond. Hij stuurt het manuscript aan critici en auteurs, en sindsdien zingt zijn naam rond in de literaire kringen van Nederland en Vlaanderen. Ondertussen legt hij de laatste hand aan Opperhalfrond, het apocalyptische tweede deel. Door het Oog van de Cycloon is een gelaagd verhaal dat ons onze werkelijkheid voorspiegelt in visionaire, satirische schittering.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (20%)
4 stars
6 (60%)
3 stars
1 (10%)
2 stars
1 (10%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
Profile Image for Laurent De Maertelaer.
816 reviews171 followers
January 5, 2024
☆ ☆ ☆ ☆ ½
Niemand schrijft als Johan Herrenberg, een allesverslindend ‘taalmassawapen’, een eenmans literaire storm met torenhoge ambities die zijn gelijke niet kent in ons in zijn aanzien verblekend en kneuterig taalgebiedje.
Complex en hermetisch maar eindeloos intrigerend tweede deel van zijn trilogie ‘Door het oog van de cycloon’. Momenteel is JZH aan het slotdeel ‘Wereldrond’ aan het schrijven, gepland voor 2026. Kan niet wachten!
Profile Image for Sini.
601 reviews167 followers
August 30, 2023
In 2018 verscheen “Nederhalfrond”, het door veel recensenten genegeerde maar naar mijn smaak grandioze romandebuut van J.Z. Herrenberg. Nu, vijf jaar later, kunnen we eindelijk genieten van het spectaculaire vervolg “Opperhalfrond”. En daarmee is het nog niet afgelopen, want in 2026 hoopt de auteur deze trilogie – “Door het oog van de Cycloon”, een cyclus die aanvankelijk als tweeluik was bedoeld- af te sluiten met “Wereldrond”. Ik merkte al snel dat ik hele delen van “Nederhalfrond” – met name “Boek Nul”- eerst moest herlezen om ten volle van “Opperhalfrond” te kunnen genieten. Ook vermoed ik dat "Wereldrond" extra vorm en inhoud zal gaan geven aan de thematiek van "Nederhalfrond" en "Opperhalfrond". Daarom overwoog ik om tot 2026 te wachten, en dan de hele trilogie in één keer te bingen. Maar het proza van “Opperhalfrond” was voor mij te apart en te intrigerend om zo lang te laten liggen.

Weliswaar vraagt het veel van de lezer, want vorm en stijl van “Opperhalfrond” (en “Nederhalfrond”) zijn hoogst grillig en experimenteel. Maar dat levert een fascinerend leesavontuur op, dat ons- in elk geval mij- voortdurend boeit en verrast. In “Nederhalfrond” stond een inspirerend appel: “Verenigt u onder de daken van talloze dagen en ziet uzelf nieuw door het Oog van onze Cycloon!”. Waar dan later een raadselachtig prachtige toevoeging op volgt: “Taal is een magisch heelal van deuren”. Precies dat “magisch heelal van deuren” wordt in “Nederhalfrond” én “Opperhalfrond” wagenwijd opengezet. Daardoor nodigen beide onnavolgbare taalbouwsels ons uit om ons voor te stellen hoe onvoorstelbaar nieuw en anders de dingen er uitzien vanuit het intens turbulente perspectief van een cycloon- oog. Een oog dat zich niet afsluit voor de chaotische veelvormigheid en veranderlijkheid van de wereld en van ons ik, maar dat alle oogrokken daarvoor wijd open spert. Een oog bovendien dat geopend wordt door de bruisende originaliteit en de onnavolgbaar complexe energie van Herrenbergs stijl en vorm.

Op de flaptekst wordt Herrenberg niet voor niets met James Joyce en Uwe Johnson vergeleken: experimentele schrijvers die de taal en de literatuur fundamenteel wilden vernieuwen, onze verbeelding wilden transformeren, onze blik op de werkelijkheid en daarmee zelfs de werkelijkheid zelf fundamenteel wilden veranderen. Zo ook Herrenberg, met een totaaltheater van voortdurend fonkelend ongewone en vaak ongrijpbaar originele zinnen, vaak nog verrijkt en energieker gemaakt met uitroepen als “hop!” of “tik- tak” of met vet en cursief gedrukte letters, met allerlei ongewone metaforen en woordspelingen of neologismen, en met tientallen zeer uiteenlopende citaten – uiteraard zonder bronvermelding- uit de meest uiteenlopende bronnen.

Bovendien is de verhaalwereld een spiegelpaleis van minstens vier parallelle werkelijkheden, die elk op zich ook nog eens volkomen pluriform zijn door de snelle en vele perspectiefwisselingen. Tientallen personages poppen namelijk zomaar op en verdwijnen weer, om soms zomaar ineens weer terug te keren maar soms ook niet. De ene verteller wisselt de andere af, of schakelt zelf als een bezetene tussen ik-perspectief en hij- perspectief. In sommige passages zijn er zelfs geen vertellers, maar alleen dialogen zonder enige toelichting of inleiding, waaruit je als lezer wel fascinerende fragmenten kunt destilleren, of onvolledige glimpen van wat er in die dialogen precies op het spel staat en wat er onder de oppervlakte speelt, maar geen complete en betekenisvolle verhaalwereld. Scènes (dialogen, monologen, taferelen vanuit meerdere camerastandpunten) wisselen elkaar bovendien pijlsnel af. En we vallen er als lezer altijd middenin, zonder enige uitleg of toelichting, waardoor we ons vaak op de tast door de scènes moeten bewegen en moeten accepteren dat we voorlopig niet begrijpen wat er aan de hand is. En dit soms zelfs nooit zullen begrijpen. Ook is “Opperhalfrond” in verschillende raadselachtige stijlen geschreven, en wisselen die stijlen elkaar voortdurend af. Zodat het boek voortdurend heen en weer beweegt tussen veel verschillende registers: van Bijbels- mythisch tot een totale parodie daarop, van tragisch naar burlesk- satirisch, van verstild poëtisch naar bijna stripachtig- komisch, van manische innerlijke monoloog naar verstilde beschouwing naar barokke dialoog, enzovoort enzoverder.

Dat alles levert een enorm pluriform en complex boek op. Maar daar houd ik dus wel van. En ik hou ook van Herrenbergs onorthodoxe insteek: “Nederhalfrond” en “Opperhalfrond” zijn op hoogst originele wijze dystopisch, en tegelijk staat m.n. “Opperhalfrond” vol met onnavolgbaar originele mythische passages waarin het Christusverhaal wordt getransformeerd in iets totaal nieuws en dubbelzinnigs. Zodat beide boeken het karakter krijgen van een uitermate polyfone en eigenzinnige herschepping van de taal en de wereld. Want je zult weinig andere boeken vinden waarin God de Vader en zijn Tweede Zoon zo uitgebreid aan het woord komen, wat dan kan uitmonden in opvallend grotesk- tragische passages als: "HEELALKLOOTKANKER! Het begrip had Hem als een panter besprongen. O, de horrorkermis van Zijn overrijke kop! Door welke ideeënattracties werd Hij wel niet heen gegeseld!? 'Heil- Heil- Heilig!' Stegen, straten, wegen, singels, dreven, lanen, ze waren Hem de hele dag een loodzwaar kruis in het horizontale, voetengetorst. En nu nagelde Kosmoshofs trottoir Hem hulpeloos aan zich vast toen Hij door dat steenharde woord de Waarheid- de onvolmaakte Mens zaait zich universeel uit- als voor het eerst weer tragisch besefte". De Zoon Gods die maar ronddwaalt en ronddwaalt, in ellenlange vergeefse tochten op verwonde voeten, tochten die aanvoelen als een "horizontale" en "voetengetorste" kruisgang... Waarbij die Zoon de tragiek van de onvolmaakte mens pas weer beseft door die horizontale en voetengetorste martelgang en door de zeer onorthodoxe krachttermen die zich aan Hem opdringen .... Dat alles is wel heel erg ongewoon. En in opvallend onorthodoxe stijl opgeschreven. Maar precies dat is voor mij juist zo aanstekelijk.

Even ongewoon is het spiegelpaleis van werkelijkheden dat Herrenberg ons voorzet. In “Nederhalfrond” hebben we al kennis kunnen maken met een intrigerende viervoudig gesplitste werkelijkheid, die in “Opperhalfrond” verdere vorm en inhoud krijgt. In “Boek A” en “Boek B” van “Nederhalfrond” wordt ons de “Lentteparty” voorgeschoteld, een aanstekelijk soort totaaltheater dat plaatsvindt in het “John Lennon marktcollege” in de fictieve plaats Hoefbeek. Ook maakten we kennis met een dystopische parallelversie van Nederland, waar we heel geleidelijk aan, zeer tussen de regels door, enigszins de contouren van beginnen te begrijpen. Maar in “Boek Nul”, dat – opmerkelijk genoeg- tussen Boek A en Boek B in staat, wordt daar een duizelingwekkende draai aan gegeven: daarin maken we kennis met John Derlage, een schrijver die van alles heeft geschreven, onder meer de tekst….. “De Lennteparty!”. Duizeling: die hele “Lennteparty” is de pennenvrucht van John Derlage, net als het “Marktcollege John Lennon” en de fictieve plaats “Hoefbeek”. En later beleven we nog een tweede duizeling: ook John Derlage en zijn fictieve verzinsels zijn fictieve verzinsels, van ene Enno van der Zee. In dat spiegelpaleis van verzinsels (van Derlage en Van der Zee) speelt bovendien ene “Jezetha van Zanareth tot Delft via Hoefbeek” een grote rol: een tragikomisch messiaanse figuur, die met J.Z. Herrenberg niet alleen de initialen deelt maar ook de roeping om met zijn schrijverschap de wereld te veranderen. Drie fictieve werkelijkheidslagen worden dus op tamelijk hallucinante wijze vermengd. Ten eerste: de door Derlage verzonnen werkelijkheid over “de Lennteparty” en het fictieve, zelfs mythische, maar ook dystopische Hoefbeek. Ten tweede: de werkelijkheid van Derlage van wie deze eerstgenoemde verzonnen werkelijkheid afkomstig is en die, deels in de gedaante van “Jezetha”, zich als een Verlosser tracht te manifesteren, de Tweede Zoon van God die ons van de door Derlage geëvoceerde dystopische wereld moet verlossen. En ten derde Enno van der Zee, de ‘ware’ (?!?) auteur van de “Lennteparty” en van de Derlage- stof, die - onder het heteroniem N.O. Verzett- in 2001 gedebuteerd is met “De Lennteparty!” en die dat verhaal en de Derlage- stof nu inbedt in een nieuw project: de cyclus “Door het Oog van de Cycloon”….. En al die drie dubbelzinnige en in elkaar grijpende verhaalwerkelijkheden lijken ook nog eens, op indirecte en raadselachtige wijze, te verwijzen naar het Nederland waarin we nu leven. Dus naar onze dagelijkse werkelijkheid, die wij weliswaar niet als dystopisch ervaren (ik doe dat – terecht of ten onrechte- tenminste niet), maar die wel bepaalde latente dystopische trekjes heeft en zomaar in een dystopie zou kunnen omslaan.

Wat zijn dan de kenmerken van die dystopie? Herrenberg geeft geen uitgebreide analytische verklaring van hoe deze dystopische versies van Nederland zouden kunnen ontstaan. Wel ontvouwt hij deze door hem verzonnen dystopieën beetje bij beetje, tussen de regels door, via de uitspraken van allerlei uiteenlopende personages die vaak nauwelijks op die abnormale wereld reflecteren. Zodat die bizarre dystopische wereld steeds verontrustend normaal lijkt, verontrustend vanzelfsprekend. En zodat je, als lezer, ongerust begint te geloven dat een dergelijke repressieve wereld ook in Nederland maar zo zou kunnen ontstaan, sluipenderwijs en ongemerkt, en dat ook WIJ deze abnormale werkelijkheid volkomen normaal zouden vinden. In “Opperhalfrond” wordt bovendien heel aannemelijk gemaakt dat onze taal maar zo de “kwispelteef van de Macht” kan worden, en dat al te gemakzuchtig gehanteerde abstracties maar zo tot kunnen leiden tot devaluatie van het ik en de wereld. Jezetha roept niet voor niets uit , als hij terecht staat in een tragikomisch proces dat door veel mensen via sociale media 'live' wordt gevolgd: “Wanneer – door onnauwkeurigheid, ouderwetsheid, ontluistering- een begrip, een formule machteloos is geworden, wanneer het verschil tussen reëel en nominaal een bres van ergernis, onvrede, bevrijding, ontgoocheling heeft geslagen in de slotmuur van de symbolische wereldorde, dan richten de Heersende Hanteerders dat woord, die naam, dat begrip, die formule weer op door hun VERANDERING in een neofunderende zingevingsaanval op alle gevoel, gedachte, geheugen en zien”. Precies die “neofunderende zingevingsaanval” zien we terugkeren in het taalgebruik van diverse personages. Bij de repressieve “Buronen” bijvoorbeeld, die belast zijn met “Sociale Regeneratie” van mensen die te weinig bijdragen aan het principe van de “Totale Markt”, en die termen hanteren als “slotafwikkeling” en “objectmanagement” voor het repressief bewaken, gewelddadig heropvoeden en soms zelfs ombrengen van “objecten”. Allemaal termen die volgens Jezetha (Derlage, Van der Zee) leiden tot de “geabstraheerde mens”, tot een wereld waarin alles van waarde zijn individualiteit en zijn grillige betekenisrijkdom totaal verloren heeft. En waarin ook repressie, institutioneel racisme en institutioneel seksisme sluipenderwijs steeds meer binnendringen in het alledaagse leven.

“Opperhalfrond” bevat veel passages waarin deze “neofunderende zingevingsaanval op alle gevoel, gedachte, geheugen en zien” voelbaar wordt, en waarin de personages dus alleen nog maar kunnen denken en voelen via de al te abstracte, versluierende en repressieve conventies van de wereld waarin zij leven. Die passages vond ik heel intrigerend, al waren ze voor mij soms net wat te uitgesponnen. Maar nog intrigender, en vooral ook inspirerender en mooier, vond ik de passages waarin wordt geprobeerd om nieuwe talige perspectieven te ontwerpen die aan de zo versluierende conventies ontsnappen. Onder het programmatische motto: “[W]ie heden in het Reële wil arriveren, die vertrekke naar het Imaginaire”. Of in het licht van het eerder genoemde appel in “Nederhalfrond”: “Ziet uzelf nieuw door het Oog van onze Cycloon!”, en “Taal is een magisch heelal van deuren”. Niet voor niets bevat “Opperhalfrond” passages als: “Nee, het moest lichter en rozer in Zijn bezwaarde hoofd, alsof het HOP! was opengegooid naar een vogelgedragen Morgen!” Of: “Hij sloot de ogen, en, koelbloedig, dacht./ Hij kon niet draaien, maar DACHT draaiing./ Hij had geen ruimte, maar DACHT ruimte./ Hij kreeg geen licht, maar DACHT licht./ En een zin keerde verlossend terug: / Een andere, hypnotisch stralende hemel ligt onthuld, waarin, verzaligd kind, een machtige vogel dartele banen wiekt om door zijn contrasterende dynamiek vaderlijk de zee van zomerblauwe ruimte te verwekken die hem baarde. […] Hij hing Zichzelf onschendbaar in Zijn eigen woorden”.

Vooral in de laatste twee geciteerde passages wordt gespeeld met het motief van De Verlosser: Jezetha van Zanareth die, als Tweede Zoon van God, zich inzet voor een herschepping van de wereld door transformaties van onze taal en ons denken. En voor een nieuwe menswording van God, die dan gestalte moet krijgen in een nieuwe Dood en Wedergeboorte. Dat leidt niet tot een glorieus nieuw geloof of een verlossende nieuwe werkelijkheid. Eerder tot vertwijfeling, omdat een nieuwe Christus niet meer lijkt te passen in deze van goden verlaten, dystopische, en van “ontologische ongeborgenheid” doorregen tijden: “En weer herinnerde Hij zich deze Tempelverwoestingsdag lijfelijk, dames en heren, voelde Hij Zijn wezensdiepe onbehuisdheid op uw koudhartige en kilhoofdige wereldrond, een droeve zieledakloosheid […]”. Sommige lezers zullen dit soort passages over de Vader en zijn Tweede Zoon bovendien te gezwollen vinden en te ongrijpbaar. Of te megalomaan, zelfs. Maar ze passen wel mooi bij de ambitie en inzet van “Opperhalfrond”: de ambitie om de taal en de literatuur te vernieuwen, en daarmee tot fundamenteel nieuwe perspectieven te komen op onze buitenwereld en onze binnenwereld. In een verhaal waarin zelfs De Schepper opnieuw wordt geschapen, en waarin Zijn Zoon verandert in iemand die eindeloos en vertwijfeld maar vol vuur zoekende is naar een nieuwe verlossende werkelijkheid.

Bovendien, de zoektochten van Vader en Zoon leveren geen nieuw hoger Licht op, maar wel verrassend vernieuwende wegen in stijl en vorm. Zelf voel ik in elk geval bij alle in deze recensie geciteerde zinnen de sterke sensatie van het nieuwe. Ook in “Opperhalfrond” voel ik dus volop de passie achter Herrenbergs appel “Ziet uzelf nieuw door het Oog van onze Cycloon!”. Ook in “Opperhalfrond” is het credo dus “Taal is een magisch heelal van deuren”. En dat voel ik niet alleen bij de mythische passages. Wat bijvoorbeeld te denken van terloopse, maar wel opvallend spectaculaire en ongewone zinnen als “Een fietser vloog door de glanzende straat achter zijn lichtstraal aan”. Of van zinnen als: “Uit zijn grijsgroene ogen keek even het niets”. Of van stemmige passages als: “De loper was een rode zigzaggolf omhoog, bedwongen door messing roedes. Aan de muur hingen unieke foto’s van geknevelde heerschappen: ministers die voorbij waren gegaan”. Of ook: “Lilian tuurde naar buiten door een schaduwvrouw in een mantelpakje. De regen biggelde over haar omlaag”. Bovendien noemde ik eerder al de enorme pluriformiteit en complexiteit van dit boek, die ik eveneens zie als uitnodiging om te lezen door het oog van de cycloon. Net als de wijze waarop de dystopie gestalte krijgt: niet, zoals in een ‘normaler’ boek, in één fictieve werkelijkheid, maar in drie in elkaar vervlochten werkelijkheden die op raadselachtige wijze verwijzen naar de onze. En alle drie werkelijkheden worden alleen tussen de regels door geëvoceerd, niet kant en klaar analytisch uitgelegd zoals in ‘normalere’ dystopische romans.

Met “Opperhalfrond” heeft Herrenberg dus een mooi en intrigerend vervolg gegeven aan “Nederhalfrond”. En ik ben heel benieuwd hoe hij zijn cyclus “Door het oog van de cycloon” zal afronden met “Wereldrond”. Welke motieven uit de eerdere twee delen zal hij verder uitwerken, en op welke manier? Welke nieuwe thema’s, motieven en personages zal hij introduceren? Hoe zal hij mij, na die eerste twee verrassende delen, opnieuw gaan verrassen? Ik ben benieuwd!
Profile Image for Peter Boot.
300 reviews3 followers
December 6, 2023
Halverwege het boek ben ik aantekeningen gaan maken van namen, plaatsen en data en begon ik een beetje te begrijpen wat er zich hier allemaal afspeelt. Misschien had ik eerst Nederhalfrond moeten herlezen om beter te begrijpen wat er voorafging. Het is boek is een fantasmagorie van karakters, stijlen en verhalen. Het is beeldend geschreven, vaak geweldig geformuleerd, het zit vol met verwijzingen naar Nederlandse en buitenlandse literatuur. Het boek is vaak grappig en verrassend.
Het is ook moeilijk te lezen. Enerzijds door de manier van vertellen (de manier waarop verhalen door elkaar zijn gesneden, door de uitzinnige manier van beschrijven, door de wisseling van vertellers) maar ook door zeer obscure passages, bijvoorbeeld de epiloog 'Bellettrie en het beest' (titel weer goed gevonden, maar wat hier nu gebeurt en wat het betekent?).
Het boek speelt zich af in het Nederland van 2007 en 2008. De macht in Nederland lijkt grotendeels in handen van het Buro, en daarbinnen weer van de Sektor-NL. Dit zijn een soort diensten die het land totalitair inrichten en gehoorzaam onderdeel willen maken van Europa of misschien zelf van een wereldregering. Wappies zouden zeggen: agenten van het World Economic Forum. Het belangrijkste verhaal is dat van John Otto Derlage, een half Surinaamse schrijver die denkt dat hij Gods tweede zoon is. Derlage wordt veroordeeld tot een soort heropvoeding in Delft. Maar hij laat zich niet heropvoeden, hij ontsnapt en zwerft door een buitenwijk waar hij wordt gevolgd door 'buronen'. Als hij niet zelf te gronde gaat, is hun taak om hem daarbij te helpen. Wat er uiteindelijk gebeurt blijft voor mij schimmig, ik neem maar aan omdat het grotendeels door de blik van de krankzinnige Derlage wordt gezien.
Het feit dat het boek ook is geschreven door een half-Surinaamse auteur (in het boek heet de schrijver Enno, die verklaart dat Herrenberg een heteroniem van hem is) suggereert dat Derlage ook een soort afsplitsing van de schrijver zou kunnen zijn.
Je vraagt je af of het boek als waarschuwing bedoeld is, zoals 1984 en Brave New World dat waren: is de suggestie dat Nederland als we niet oppassen afglijdt in de richting van een totalitaire staat, waarin iedereen die afwijkt wordt geneutraliseerd? Als dat zo is, vind ik niet dat de dreiging heel overtuigend wordt geschetst. Een vrij groot deel van de tekst wordt besteed aan gesprekken tussen hogergeplaatste of lagergeplaatste buronen en sektor-NL-lers en die vind ik eerlijk gezegd vaak nogal saai.
Het meest leesbare deel van het boek is geplaatst aan het begin, misschien met opzet; het vertelt van een verjaardagsfeest van twee zeer verschillende broers. Verschillende aspecten van de Nederlandse staatsinrichting van het moment worden aangestipt. Het hoofdstuk introduceert een aantal familieleden en andere personages, plus de nodige conflicten, waarvan ik hoopte dat ze in de rest van het boek zouden worden uitgewerkt. Maar de meeste zien we niet meer terug.
In de epiloog verklaart de 'ik' wat zijn grootste opdrachtgevers zijn. Ik interpreteer dat als een verklaring van wat het boek beweegt. Genoemd worden 'permanente onmin met de comedie van het leven', 'verzet tegen de robuuste schijnnatuurlijkheid van elke status quo', 'het onuitdoofbare visioen van een andere wereld' (een betere wereld, neem ik aan), en 'afgrondelijke lol in maken en breken met het materiaal taal'. Maar eigenlijk zie ik in het boek alleen de laatste ambitie gerealiseerd. Verzet zien we in de confrontatie van Derlage met het systeem van de macht, maar dat systeem komt niet erg geloofwaardig over, en een godsdienstwaanzinnige is geen inspirerend voorbeeld.
Ondanks al deze bedenkingen ben ik wel van plan het laatste deel van de serie te gaan lezen, want een unieke ervaring is het zeker.
Displaying 1 - 3 of 3 reviews