Jaspers is een bijzonder rijk denker. Vooral een methodoloog in eerste zin. Als jonge arts/psychiater is hij overgestapt naar psychologie en wijsbegeerte, en is het strikte onderscheid tussen wetenschap en filosofie een blijvend motief door zijn oeuvre. Deze tweesplitsing zien we in een van zijn hoofdwerken "Vernunft und Existenz." Hoe berhoudt wetenschappelijke kennis zich tegenover geleefde existentiële kennis? Zoals met Nietzsche gesteld in deze mooie introductie; "Één heeft altijd ongelijk, met twee begint de waarheid." Jaspers verkent dit weergaloos.
Waar rede zijn begrenzingen kent is het aan de filosofie om zich te buigen over het "Hieraan voorbij". Een fascinatie voor grenssituaties van de mens maken hem tot existentiefilosoof; dood, leven, schuld, waanzin,... het zijn thema's als leidraad. Jaspers schrijft niet over de filosofiegeschiedenis ex cathedra. Hij doet aan 'toegeigening', het zich eigen maken van de geschiedenis in functie van het leven, een praktische filosofie.
Mooie introductie van een schrijver die geen school maakte, maar velen inspireerde. Hierbij het gevleugelde; "Volg niet mij, maar volg jezelf!' als stelregel van Jaspers.