laat ik eerst vertellen hoe ik dit boek uit heb gezocht: de vakantie was begonnen en ik zocht naar een manier om mijn tijd door te brengen. toen ik die gevonden had, kwam ik er echter nog achter dat er ook nog wat gelezen moest worden. ik ging, gewapend met een pasje en eer boek dat mijn moeder al uit had, naar DOK Delft centrum. het enige probleem was dat ik niet meer wist wat er bij het befaamde "boekenhoekje" was aangeraden en ook had ik niets uitgeprint van de bookshelf v4. de enige boeken die ik kon verzinnen waren Zomerhitte van Wolkers en de ontdekking van de hemel van Mulisch. zomerhitte was uitgeleend en ik vond de ontdekking van de hemel toch wat te dik. ik stond dus bij de M van Mulisch en ik pakte, uit gewoonte, een van de dunste boeken uit de kast. dit was "de elementen". ik las de achterkant om er te weten of het iets was, maar dit bleek een review te zijn van K.L. Poll van het NRC Handelsblad. toen besloot ik de eerste bladzij te beginnen. dit vond ik meteen zo grappig dat ik de tweede ook las en daarna het boek leende.
zo.
nu het echte werk
ik vond het dus meteen erg grappig geschreven. dit komt doordat het niet in een afgezaagd hij- of ik-perspectief staat, maar in een heel ander perspectief. de eerste zinnen zijn namelijk:
Neem het vogende.
Stel, je hebt het hele jaar hard gewerkt en nu ben je met vakantie op Kreta.
toen ik dit las, dacht ik eerst dat ik nog in de proloog zat te lezen, maar dit gaat het hele boek zo door. nu zul je denken: dit leest vast niet lekker, je denkt de hele tijd:"nee, dat ben ik helemaal niet". het leuke is dat ik nu ook denk dat het niet te lezen moet zijn, al heb ik het net gelezen. het tegendeel is waar. het boek is, vooral op het einde, razend spannend en het loopt verrassend af. verder komen er veel dingen uit het begin van het boek op het einde terug. ik geef wat voorbeelden: op bladzijde 23 gebruikt de hoofdpersoon (ik dus eigenlijk) het smelten en harden van lood als een metafoor voor het leven. in Duitsland heb "ik" ooit oud en nieuw gevierd. dit deed "ik" door een loden pijp te smelten en het gesmolten metaal in het water te laten stollen. in het stolsel kon je een danseres of een inktvis herkennen. aan het eind komt dit terug in vallend water, dat de vorm heeft van een danseres, maar soms ook die van een inktvis.
verder loop "ik" door het hele boek te zeuren dat mijn vrouw haar peuk uit moet doen. later start zij een bosbrand met haar peuk, met alle gevolgen van dien. het is alleen een beetje raar dat Mulisch in een relatief kort boekje enorm veel feitjes weet te proppen door middel van mijn briljante zoon. voor een deel kon ik dit begrijpen doordat het in het verhaal daar ook over ging, maar toch leken veel feiten vrij random. dit kan natuurlijk aan mij liggen, dat ik gewoon de context niet snap, het kan ook aan Mulisch liggen, dat hij gewoon teveel weet en dit graag laat merken. maar goed, aan wie het ook ligt, ik vond het niet erg storend, omdat ik wel hou van random facts. al met al dus een erg leuk boek om te lezen en een goede keuze, want: Als je hier goed doorheen komt, staat alles voor je open (qua boeken dan!)- John van Lit.
deze review is vrij lang en er zit een hoop onnodige informatie bij. dit komt door een gevaarlijke combinatie van te veel tijd en te weinig leven. maar het valt alles mee, gezien ik nog 16663 characters remaining heb.
Tieme Witte