Ως τώρα ο Χάρι Μούλις ήταν γνωστός στο ελληνικό κοινό μόνο για τα μυθιστορήματά του. Το έργο του όμως περιλαμβάνει και θεατρικά έργα, ποιητικές συλλογές, δοκίμια και μελέτες καθώς και διηγήματα. O τόμος που κρατάτε στα χέρια σας περιλαμβάνει μια επιλογή από αντιπροσωπευτικά διηγήματα που ο Μούλις έγραψε την περίοδο από το 1948 ως το 1990. Τα περισσότερα από αυτά χαρακτηρίζονται από μια περισσότερο ή λιγότερο σουρεαλιστική ατμόσφαιρα, όπως "O προστατευόμενος" ("De pupil"), όπου ο συγγραφέας σε ηλικία 18 χρονών συναντά στην πλαγιά του Βεζούβιου όλους τους χαρακτήρες από τα μελλοντικά βιβλία του, ή το "Τι συνέβη στο λοχία Μασούρο" ("Wat gebeurde er met Sergeant Massuro"), όπου ένας άνθρωπος μεταμορφώνεται μυστηριωδώς σε πέτρα. O πόλεμος, ένα προσφιλές θέμα του Μούλις, είναι και εδώ παρών στο διήγημα "O πλουμιστός άνθρωπος" ("De versierde mens"), ενώ το τέλος του "Περιοδεύον" ("Keuring") θυμίζει το τελευταίο μέρος της ταινίας "Σαλό ή 120 μέρες στα Σόδομα" του Παζολίνι, παρότι το διήγημα έχει γραφτεί πολύ πριν από την ταινία. "Το σύνορο" ("De grens") εκθέτει με σατιρικό τρόπο την «τρέλα» της γραφειοκρατίας. Η ανθολογία περιέχει ακόμη τα διηγήματα "Oude lucht" και "Voorval". Μια «αναγκαστική» στάση για όσους αγαπούν το έργο του σπουδαίου Oλλανδού συγγραφέα.
Harry Kurt Victor Mulisch along with W.F. Hermans and Gerard Reve, is considered one of the "Great Three" of Dutch postwar literature. He has written novels, plays, essays, poems, and philosophical reflections. Mulisch was born in Haarlem and lived in Amsterdam since 1958, following the death of his father in 1957. Mulisch's father was from Austria-Hungary and emigrated to the Netherlands after the First World War. During the German occupation in World War II he worked for a German bank, which also dealt with confiscated Jewish assets. His mother, Alice Schwarz, was Jewish. Mulisch and his mother escaped transportation to a concentration camp thanks to Mulisch's father's collaboration with the Nazis. Due to the curious nature of his parents' positions, Mulisch has claimed that he is the Second World War.
A frequent theme in his work is the Second World War. His father had worked for the Germans during the war and went to prison for three years afterwards. As the war spanned most of Mulisch's formative phase, it had a defining influence on his life and work. In 1963, he wrote a non-fiction work about the Eichmann case: The case 40/61. Major works set against the backdrop of the Second World War are De Aanslag, Het stenen bruidsbed, and Siegfried. Additionally, Mulisch often incorporates ancient legends or myths in his writings, drawing on Greek mythology (e.g. in De Elementen), Jewish mysticism (in De ontdekking van de Hemel and De Procedure), well-known urban legends and politics (Mulisch is politically left-wing, notably defending Fidel Castro since the Cuban revolution). Mulisch is widely read and (according to his critics) often flaunts his philosophical and even scientific knowledge. Mulisch gained international recognition with the movie De Aanslag (The Assault), (1986) which was based on his eponymous book. It received an Oscar and a Golden Globe for best foreign movie and has been translated in more than twenty languages. His novel De ontdekking van de Hemel (1992) was filmed in 2001 as The Discovery of Heaven by Jeroen Krabbé, starring Stephen Fry. Amongst many awards he has received for individual works and his total body of work, the most important is the Prijs der Nederlandse Letteren (Prize of Dutch Literature, an official lifetime achievement award) in 1995.
Een amusant en onderhoudend verhaal aan de ene kant. Zoals Mulisch het zelf zegt: “de geboorte van het besef, dat ik alles wat ik in mijn leven zou schrijven weliswaar nog moest schrijven, maar dat het tegelijk al aanwezig was op één of andere manier” (pg 125). Aan de andere kant ironisch en over de top eigengereid waarin de protagonist zich op één lijn stelt met de God, met wie Henoch wandelde, zo gaat madame Sasserath naast de ik-figuur op in het Niets.
This is an enjoyable read but you should not be surprised when the realistic beginning changes to a fantasy-tinged ending! The Dutch is not too hard to read but the sentences are long - maybe not the book to begin with if you are still struggling!
Als eerste kennismaking met Mulisch - en bij uitbreiding zelfs met de Nederlandstalige literatuur - was "De Pupil" er destijds eentje die kon tellen. Niet voor niets is het één van de boeken geworden die in mijn hoofd zijn blijven kleven - of beter: vastgespeld zijn met een veiligheidsspeld - . Zelden heb ik me zo verwant gevoeld met een auteur, zelden heb ik zoveel herkend in zijn verhaal. Om te beginnen delen het hoofdpersonage (Mulisch zelf?) en ik al een zelfde passie: Italië. Met een Italiaans citaat als aanhef, kan er al niet veel meer mislopen... Dat net Rome de plaats is waar zijn schrijverstalent ontluikt, het spreekt haast voor zich: is Rome niet het centrum van de wereld, het summum, het "nec plus ultra"? Maar ook de innerlijke drang tot schrijven, de mislukte pogingen daartoe, de wanhoop en de twijfels ("wilde ik niet het onmogelijke?"): wat zijn ze herkenbaar! Zelfs de liefde-haat relatie met literatuur hebben we gemeen: "De bestaande literatuur zei me niets, ik was een schrijver, geen literator", waarbij we allebei desondanks beseffen: "Lezen moest ik! Alles lezen!". En als de pupil "niet normaal was in een wereld die niet normaal was", dan hoop ik dat evenmin te zijn, zodat we dus allebei "normaal (zijn), en de zogenaamd normalen (...)getikt " Doorheen het hele boek voel ik een jaloerse bewondering voor zijn prachtige vergelijkingen, zijn vliegende vaart, zijn heerlijke humor, zijn subtiele woordspelingen... Er zijn er die Mulisch verwijten dat hij arrogant was, maar in volgende paragraaf herken ik vooral de ironische zelfspot van een man, wiens zelfvertrouwen in vraag gesteld wordt door een mateloze drang naar perfectie: "ik, een buitengewoon opmerkelijke jongeman van achttien, even opgewekt als getourmenteerd, met een volstrekt onafhankelijke geest en een universele belangstelling, uitzonderlijk begaafd, met een mateloze ambitie, gecombineerd met een tomeloze werklust, daarbij ongetwijfeld creatief, met een aangeboren mensenkennis en een verbluffend originele fantasie, ook zeer geestig en ad rem, bovendien vrijwel volmaakt gebouwd en altijd smaakvol gekleed, welgemanierd, goed van de tongriem gesneden en bij dat alles van een hartveroverende bescheidenheid, ik beeldde natuurlijk nauwkeurig de ideale zoon uit." Ik kan alleen maar dromen op een dag mijn eigen Mme. Sasserath tegen het lijf te lopen en hopen dat ik dan niet, zoals een veiligheidsspeld, "een weerstand ontmoet, die ik zelf ben."
Dit verhaal speelt in 1945, kort na de Tweede Wereldoorlog. Een jongen van achttien gaat vanuit Nederland liften naar Italië. Hij krijgt in Rome een baantje als pompbediende totdat er een luxe wagen langs komt die een wonder teweegbrengt. De jongen komt terecht bij een schatrijke oude weduwe, van Belgische komaf die in een luxe villa vlakbij de Vesuvius woont, op het eiland Capri, omringd door personeel en dure kunst. In de jongen met schrijfambities herkennen we het zelfverklaarde genie Harry Mulisch, die in 1927 werd geboren en in 1945 dus 18 was. Als bijna zestigjarige komt hij op dezelfde plek terug. De oude weduwe was getrouwd met de uitvinder van de veiligheidsspeld, die hem zijn fortuin bracht. Zij schenkt het dorp waar ze woont een kabelbaan die de vorm heeft van een veiligheidsspeld. Zij noemt de achttienjarige jongen haar pupil en deze krijgt van haar een bevoorrechte positie. Hij krijgt de liefdesbrieven van haar man uit de negentiende eeuw te lezen en hij weet haar van haar slapeloosheid af te helpen. Op de dag van de officiële opening van de kabelbaan zit hij naast haar in de stoeltjeslift en dan gebeurt er een drama. Ze verdwijnt en is spoorloos. Is hij verdacht? De vrouw noch haar lijk wordt gevonden. Het personeel keert zich tegen hem, maar hij blijft soeverein zichzelf. De jongen van 18 heeft op dat moment nog niets gepubliceerd, maar hij weet dan dat hij schrijver zal zijn. Het moet alleen nog maar worden opgeschreven, maar het zit er als het ware al in. Je zou kunnen zeggen dat Mulisch hiermee de mythe van zijn schrijverschap heeft willen vastleggen en tegelijkertijd ook wel enige zelfspot hanteert, waardoor zijn ironie verteerbaar blijft. Ik weet niet of hij in 1945 inderdaad in Italië bij de Vesuvius is geweest. Hij was er in ieder geval wel in de zomer van 1985, getuige de foto op de achterflap van het boek. Het boek leest vlotweg, is ook vlot geschreven. De verhaallijn is goed te volgen. Ik zou het een quasi-autobiografie noemen. Het is niet zo realistisch dat je toevallig bij de rijkste vrouw ter wereld woont, zoals nu bijvoorbeeld bij Jeff Bezos of een andere internetmiljardair. Maar Mulisch weet toch aannemelijk te maken dat het zo zou hebben kunnen zijn. En op het eind van het verhaal breekt hij de coulissen af waarin je even hebt geloofd. De laatste zin: ‘ terwijl ik nog even het gelach van de archeologen hoorde, viel ik in een diepe slaap.’ De schrijver Harry Mulisch was geboren.
A quote from this book will do: "Ofschoon ik een grondige hekel had aan zelfingenomenheid, ontveins ik mij niet, dat ik vaak zeer onder de indruk was als ik aan mijzelf dacht. Iemand als ik kwam niet alle dagen voor, om het zacht uit te drukken. Als ik aan andere mensen dacht, moest ik wel eens lachen."
Lief cadeautje ❤️ Nu, het blijft Mulisch en ik ben een Reve & Hermans girl (in die volgorde) 4life. Vaag einde en ik heb echt geen zin om een analyse te googelen. Ik heb er vrede mee dat ik het niet begrijp
“Ik zei dat de Vlamingen Nederlands spraken, maar op de melodie van het Frans”
“Toen hij jong was, was hij ook al oud. Het was voor hem geen kunst om te sterven.”
“Ik had het gevoel dat ik, als ik wat dan ook puur om het geld deed, mijn talent onherstelbaar zou aantasten.”
Ik zat er meteen helemaal in. In het begin realistisch geschreven, en uiteindelijk werd ik heel nieuwsgierig. Want het werd opeens een beetje mysterieus, spannend misschien zelfs.
Het is niet moeilijk om in de achttienjarige ik-persoon Harry Mulisch zelf te herkennen. Bijvoorbeeld door typisch Mulischiaanse uitspraken als: ‘Ofschoon ik een grondige hekel had aan zelfingenomenheid, ontveins ik mij niet, dat ik vaak zeer onder de indruk was als ik aan mijzelf dacht. Iemand als ik kwam niet alle dagen voor’ en dan verderop: ‘..ik, een buitengewoon opmerkelijke jongeman van achttien, even opgewekt als getourmenteerd, met een volstrekt onafhankelijke geest en een universele belangstelling, uitzonderlijk begaafd, met een mateloze ambitie, gecombineerd met een tomeloze werklust, daarbij ongetwijfeld creatief, met een aangeboren mensenkennis en een verbluffend originele fantasie, ook zeer geestig en ad rem, bovendien vrijwel volmaakt gebouwd en altijd smaakvol gekleed, welgemanierd, goed van de tongriem gesneden en bij dat van een hartveroverende bescheidenheid…’ !!!
Het verhaal vertelt over hoe hij, kort na de Tweede Wereldoorlog, werkt als pompbediende ergens in Italië en wordt opgepikt door een rijke Vlaamse dame, Mme Sasserath. Zij is de steenrijke weduwe van de uitvinder van de veiligheidsspeld!!! Door Mulisch omschreven als: ‘Dat ene stuk staaldraad, dat in het midden een dolle slinger om zichzelf maakte, waardoor de uiteinden bij zichzelf vandaan wilden, weg, uit elkaar, maar daarin gehinderd werden door een sluw geconstrueerd kapje, dat aan het ene uiteinde vastzat en dat het andere uiteinde tegenhield, dat daardoor steviger aan zichzelf gevangen zat naar mate het heviger weg wilde van zichzelf, op die plek een weerstand ontmoette, die het zelf was….’ !!! Geweldig toch!
Enfin, de madame schenkt, uit dankbaarheid voor de genoten gastvrijheid, aan Italië een stoeltjeslift (in de vorm van een veiligheidsspeld) naar de krater van de Vesuvius. De eerste tocht daarmee, maakt zij in gezelschap van haar pupil. Het vreemde is dat terwijl zij de eerste passagiers van de lift zijn, er ook al mensen terugkeren van de top? Hoe kan dat en wat zijn het voor mensen, ze komen de ‘ik’ heel bekend voor.
Maar eigenlijk, gaat deze novelle over het ontstaan van Mulisch’ schrijverschap. Tijdens het verblijf in de villa op Capri, denkt de ‘ik’ hier veel over na en schrijft ook allerlei verhalen: ‘rare verhalen, bizarre fantasmata met geen enkel literair leven er in’ Hij vraagt zich af of het ooit gaat lukken: ‘Wilde ik niet het onmogelijke?’ Tijdens de tocht naar het vasteland voor de opening van de lift ontstaat het besef dat hij het anders moet doen ‘Terug, voorwaarts naar de eenvoud en tastbaarheid! Ik moest mijn ogen de kost geven, en mijn oren, al mijn zintuigen; en als ik de waarheid van de wereld was, althans mijn waarheid van de wereld, dan kwam de rest weliswaar niet vanzelf, maar dan waren toch de voorwaarden geschapen waaronder de rest kon verschijnen. Ook wordt het raadsel opgelost van de terugkerende mensen in de stoeltjeslift. Maar dat mogen jullie zelf lezen in dit mooie, kleine boekje.
En o ja, dat vergat ik nog. In een van de laatste bladzijdes schrijft Mulisch: 'ik zou niet sterven eer ik ook het laatste woord had geschreven - misschien eens op het nippertje niet sterven, maar niet sterven'...
Hoofdpersoon Ik denk dat de hoofdpersoon de jonge Mulisch is. Vandaar zijn grenzeloze arrogantie, die ik hilarisch vond.
Begin/einde Het begin van De pupil was al een klapper. Mulisch was een pompbediende die een filosofische rede hield over de pomp bedienen tegen Mme. Sasserath, Fantastisch!
Het einde , dat hij allemaal mensen uit karretjes naar beneden ziet gaan, is geniaal. Zij blijken de personages in zijn werken te zijn. Dat was de beloning van Mme. Sasserath. Dat vond ik heel slim gevonden. Het stukje Oedipous aan het einde, waarbij de hoofdpersoon opeens alles wilde gaan lezen, maakte me erg blij. Ik heb immers ook iets met mythen.
Algemene opmerkingen Als Mulisch niet afdwaalt in filosofische hersenspinsels (dat doet hij soms) en bij het verhaal blijft, leest hij als een zacht briesje. Zijn woorden en vergelijkingen vind ik zo goed. Bijvoorbeeld: ik knalde eruit als een kurk van een champagne. Mme. Sasserath, liet een kabelbaan bouwen omdat die de vorm heeft van een veiligheidsspeld. Dat vind ik weer zo slim gevonden van Mulisch.
Kortom, De pupil vond ik top.
This entire review has been hidden because of spoilers.
A good book in very nice Dutch, but its plot was a little lacking. Glossed right over the most interesting part of the story, though maybe that was intentional...I dunno. I'll read more Harry Mulisch, but I won't classify this book as a MUST-READ or anything.
Het verhaal speelt zich af in Italië, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Harry, die in het verhaal aan bod komt vanuit het ik-perspectief, is een 18-jarige Nederlandse jongen die naar Italië is gelift en werkt als pompbediende bij een tankstation. In de zomer komt er een luxe auto voorrijden met daarin een oude Belgische dame, Mme. Sasserath, die de weduwe van de steenrijk geworden uitvinder van de veiligheidsspeld blijkt te zijn. Als zij erachter komt dat Harry over schrijverstalenten beschikt, nodigt zij hem uit om mee te gaan naar haar villa op Capri, om daar zijn talent verder te ontplooien.
Eenmaal op Capri wordt Harry overweldigd door de rijkdom in de villa van Mme. Sasserath. Als hij zich eenmaal tot schrijven weet aan te zetten, schrijft hij hele vellen vol, maar hij maakt niets af en wordt bang dat hij eigenlijk niet kan schrijven. Toch weet hij Mme. Sasserath een dienst te bewijzen. Zij lijdt namelijk aan slapeloosheid doordat ze niet kan dromen. Als Harry haar een eerder door haarzelf opgeschreven droom laat oplezen, valt ze direct in slaap.
Kort daarna opent Mme. Sasserath een stoeltjeslift in de vorm van een veiligsheidsspeld op de Vesuvius. Zij en Harry stappen als eerste in. Tot zijn verbazing ziet Harry daarna tegenliggers, die al aan de afdaling zijn begonnen - terwijl hij zeker weet dat hij en Mme. Sasserath als eerste zijn ingestapt. Hij denkt de mensen te herkennen, maar weet niet waarvan. Na een tijdje merkt hij dat Mme. Sasserath niet meer naast hem zit. Eenmaal beneden beginnen de mensen hem voor moordenaar uit te maken, omdat zij denken dat hij Mme. Sasserath vermoord zou hebben. Hij weet de beschuldigingen te weerleggen maar keert de volgende dag terug naar Nederland.
De hoofdpersoon van het boek heet Harry en is 18 jaar. Harry komt uit Nederland. Op het moment dat hij op jonge leeftijd naar Italië gaat om te werken is het in Nederland oorlog. Harry is illegaal vanuit Nederland via België en Frankrijk gelift. Harry leert zichzelf Italiaans en gaat in Italië werken als pompbediende bij een pompstation. Het is een hete zomerdag in augustus als hij Mme. Sasserath ontmoet. Zij en haar chauffeur kwamen aangereden in een Rolls Roys bij het pompstation. Mme. Sasserath was geheel in het wit gekleed, het enige sieraad dat zij droeg was een met briljanten bezette veiligheidsspeld. In het begin praat Harry Italiaans met haar, maar als hij merkt dat Mme. Sasserath Belgisch met haar chauffeur praat, gaat hij in het Nederlands over. Harry houdt een nogal filosofische redevoering over zijn vak als pompbediende. Hij begint een conversatie met Mme. Sasserath. Als Harry uiteindelijk bekent ook een beetje te kunnen schrijven nodigt Mme. Sasserath hem uit met haar mee te gaan naar haar villa op het eiland Capri. Mme. Sasserath is vreselijk rijk, zij is zo rijk geworden door de uitvinding van haar man de veiligheidsspeld. Hij mag bij haar in het huis wonen om zich volledig te kunnen concentreren op zijn schrijverschap. Hij wil graag schrijver worden, maar hij kan geen inspiratie opdoen. Het gaat niet zo goed met Harry als schrijver. Hij ploetert vele vellen vol, maar niets komt af. Hij denkt dat hij het gewoon niet kan. Hij gaat wanhopen of hij ooit iets zal kunnen schrijven dat net zo groots is als de Vesuvius. Op een gegeven moment bewijst hij Mme. Sasserath een grote dienst. Mme. Sasserath kan niet meer slapen, zij lijdt aan slapeloosheid omdat zij niet meer dromen kan. Hij vraagt aan haar of zij ooit een droom heeft opgeschreven. Mme. Sasseraht bekent aan Harry dat zij ooit 1 keer een droom heeft opgeschreven en heeft bewaard. Op het moment dat zij de geschreven droom leest valt zij in slaap. Mme. Sasserath bekent Harry dat de oude droom in een nieuwe droom was overgegaan. Hierop beloofde zij Harry te belonen. Zij zegt niet wat voor beloning dat is. Een week daarna opent Mme. Sasserath een stoeltjeslift in de vorm van een veiligheidsspeld op de vulkaan De Vesuvius. Zij biedt deze kabelbaan aan als geschenk aan Italië. Mme. Sasserath en Harry gaan als eersten met de kabelbaan omhoog. Tijdens het stijgen legt ze haar hoofd op de schouder van Harry en vertelt dat ze blij is dat ze deze kabelbaan als monument voor haar overleden man Alphons heeft kunnen voltooien. Harry ziet plotseling uit de mist een aantal stoeltjesliften met elk 2 personen erin terugkomen. Dat is heel vreemd, want hij weet zeker dat alleen hij en Mme. Sasserath waren ingestapt. Wanneer de tegemoetkomende stoeltjes hem passeren ziet hij tot zijn verbazing dat hij de personen ergens van herkent. Ze komen hem bekend voor, maar hij weet niet waar hij hen ooit is tegengekomen. Hij weet wie het zijn, maar eigenlijk toch ook weer niet. Na een poos wanneer de personen weer voorbij zijn bemerkt hij ineens dat Mme. Sasserath er niet meer is, de plaats naast hem in het stoeltje is leeg. Als hij weer beneden komt schelden de mensen hem uit voor moordenaar, ze vinden dat hij alleen maar op geld uit is. Dan houdt hij een toespraak, waarin hij alles uitlegt. Hij legt uit dat ze hem niet kunnen arresteren, omdat er geen lijk is en als hij het gedaan zou hebben hij allang was gevlucht. Uiteindelijk vindt men dat hij niet schuldig is. Hij besluit terug te gaan naar Holland. Zijn laatste nacht brengt hij door met professor Felice. Later, veel later overdenkt hij wat hij tijdens de stoeltjesrit heeft meegemaakt. Hij beseft dat al die personen die hij kende en toch ook weer niet kende de personen in zijn boeken moesten voorstellen. Al met al een happy-end.
In deze korte roman creëert Mulisch een mythe rondom het ontstaan van hemzelf als schrijver. Met een setting rond en op de Vesuvius, interessante personages en natuurlijk de vele verwijzingen naar mythes en magie is dit boekje weer genieten.
I'm not sure what to think of this book. I finished it really quickly, partly due to interest, partly due to its shortness. The story in itself is interesting: A young man impresses a rich, old lady and she takes him with her to her villa until everything changes and he has to leave. Of course, I wanted to find out what incident exactly forced him to leave, especially because the young man only seems to further solidify his position as the woman's favorite. When it happened... I didn't see it coming. Sometimes people don't see things coming, because they don't fit into the story. I wasn't impressed and was profoundly confused. Why write a story that is settled in realism to suddenly introduce fantasy? Obviously, I expected this would be an indicator of a mental illness, but actually, the author just changes his genre. Interesting.
People say this book is funny and I honestly don't understand why. Are we supposed to laugh at the main character for being the vainest, most beautiful, most talented, and most humble person ever? But there never comes a pay-off, he never is faced with perhaps being not as great as he thinks he is, he always impresses (according to himself) and never gets himself into trouble for more than a few pages. For 120 pages, we are just confronted with the most self-absorbed person ever, charming everyone but one "villain" (who, unsurprisingly, I like). The main character never learns, never rolls his eyes at his past self ... I don't understand. I don't know why this story was told. The "lyrical I" told an autobiographical story about his time with the madam 40 years ago and then he is done. Why did he find it important to tell the story? There is one tiny part about the madam showing him his literary future but I don't find it impressive enough to consider a pay-off for reading the story of such an insufferable character.
Een novelle waarvan ik eerst dacht: "Ik weet niet wat dit worden moet". Maar het blijkt een zeer goed leesbaar verhaal te zijn over een jongeman die in 1945 Nederland verlaat, omdat 'niemand hem begrijpt', maar vooral omdat hij het koud heeft na de laatste oorlogswinter. Hij gaat de zon opzoeken in Italië. Dat lukt hem en dankzij zijn goede babbel neemt een zeer oude, zeer rijke dame hem onder haar hoede als een soort gezelschapsjongen, haar pupil. De jongeman is zeer ingenomen met zichzelf en wil schrijver worden. Hij leidt een leventje als een luis op een zeer hoofd in het huis van de dame op Capri. Het verhaal neemt een wending als de kabelbaan naar de Vesuvius in gebruik genomen zal worden. Met veel plezier gelezen.
'De geboorte van het besef, dat ik alles wat ik in mijn leven zou schrijven weliswaar nog moest schrijven, maar dat het tegelijk al aanwezig was op een of andere manier' De pupil is een interessant mooi samenhangend werk, waar Mullisch er weer op los filosofeert.
De welbekende narcistische trekjes van Harry Mulish kwamen iets te veel naar voren bij de hoofdpersoon. Of de ironie lag er iets te dik bovenop.. Ook het plot was mwoah. Het decor was wel heerlijk en af en toe fantastisch scherpe observaties.
Weer een poging om iets te lezen van de grote drie. Op een scene na niet mijn kopje thee. Die scene begrijp ik echter nog steeds niet. Zal wel aan mij liggen...