In 1981 verscheen Opperlandse taal- en letterkunde, een inventarisatie van de speelse mogelijkheden van de Nederlandse taal losgekoppeld van haar inhoud, in de vorm van een traditioneel taal- en letterkundig handboek. De nieuwe uitgave onder de titel Opperlans! Taal- & letterkunde is niet een aangevulde editie ten opzichte van die uit 1981, het is een eigenstandig nieuw boek, ook al wordt op de voorkant een andere indruk gewekt. Hiermee overtreft Battus (pseudoniem van taalkundige Hugo Brandt Corstius) zichzelf: het boek is ruim drie keer zo omvangrijk en het behandelt ook vreemdtalige taalgrappen. Er is ook meer aandacht voor de Opperlanse geschiedenis en de computer speelt nu ook een rol. Battus geeft ruimte aan bijzondere typografie inclusief meetkundige figuren, opsommingen en statistieken, waarin tevens de wiskundige, die hij ook was, zich laat gelden.
De taalgraver, taalkunstenaar, onderzoeker, statisticus, de talig-speelse Hugo Brandt Corstius, in dit geval schrijvend onder pseudoniem Battus, presenteert een 676 pagina’s tellend vervolg op zijn Opperlandse taalboek uit 1981. Ja, alleen al het pagina-aantal is een aardigheid. Hij heeft zijn boek gepagineerd met alle combinaties van twee letters in alfabetisch-lexicografische volgorde; dat levert 26 x 26 = 676 pagina’s. Hij is virtuoos, nu overigens, anders dan in zijn ‘Opperlandse taal- & letterkunde’ uit 1981, geholpen door computer en internet. Hij heeft niet alleen veel palindromen verzameld, die hij symmys noemt, hij heeft over alle mogelijke eigenaardigheden en bijzonderheden van onze taal op letter-, woord- en zinniveau wel iets verrassends te berde te brengen. En bijna alles heeft een dubbele bodem. Zo zit in zijn uitleg van verschijnselen vaak al de toepassing van het verschijnsel dat hij uitlegt. In de spil van het spel met taal zit de as van speelsheid, waarmee centrifugaal, soms monovocaal, op wervelende wijze, soms op de wijze van de wiskunde, de taal benaderd en uitgestrooid raakt. Het is afwisselend - of een combinatie van - komisch, ingenieus, doordacht. Battus protesteert wel eens besmuikt over een spellingwijziging. Zo schrijft hij bijvoorbeeld dat een kraai tegenwoordig neieren legt. Dat ik ogenschijnlijk ruim een decennium nodig heb gehad om het geheel van deze virtuozetaalbijbel te doorvorsen, ach, dat komt omdat ik als een dwaalgast flierefluitend doorheen het boek spreeuwde (mij erdoor bewoog als in de barokke dans van een zwerm spreeuwen), fragmenten tot mij nam, terugfladderde naar een andere taalflonkering en zo voort naar ’t volgend talig schijnsel. JM
Heel leuk taalkundig boek om door te bladeren. Ik ben geen neerlandicus of wat dan ook, maar ik heb wel genoten van bepaalde delen van het boek.
De informatieve stukjes over het ontstaan van Scrabble en Nederlandse auteurs als fruit vond ik bijvoorbeeld interessant om te weten. De anagramgedichten vond ik FANTASTISCH. Het stukje over de Utrechtse NRC-verslaggever met een hekel aan U(trecht), leuk gedaan.
Rekenmachinetaal, meetmodellen, heel veel gedichten. De een wat mooier of diepzinniger dan de andere. Taalgrapjes, tekeningen, literatuur, fictie en non-fictie.
Latijnse proza bevat blijkbaar geen stokletters. Weer wat geleerd!
3* omdat ik grote delen dit boek leuk vond om te lezen, maar zou niet zelf een exemplaar hoeven. Lange woordenlijsten of tabellen die woorden ontleden vind ik zelf dan nét weer iets minder interessant. Neemt niet weg dat het leuk is om dit boek te bekijken.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Heerlijke taalspelletjes, raadsels, dubbelwoorden, letterwissels, kortom alles wat leuk is aan taal, dankzij het onuitputtelijk talent van Battus, alias Hugo Brandt Corstius.