Het valt niet mee om Senegalees te zijn, of hoer. Seynabou is beide. Ze behaagt opschepperige toeristen, laat zich regelmatig huwelijksaanzoeken in het gezicht lallen en heeft een leven dat is voorbestemd om roemloos voorbij te gaan. Tot een klant tijdens één zo'n betaalde liefdesnacht onder tamelijk verdachte omstandigheden het leven laat - en die klant ook nog eens een wereldvermaard wielrenner blijkt te zijn. In Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten keert Seynabou terug naar de nacht waarin haar lot aanvankelijk de goede kant op leek te kunnen kantelen. Terug, en voor het laatst, naar de kamer waarin de dood haar lakens vond.
Na zijn debuut in 1999 schreef Dimitri Verhulst 13 boeken, romans, verhalen, novellen, poëzie en toneel. Zijn werk verschijnt in meer dan 20 talen over de hele wereld en hij wordt gezien als een van de grote schrijvers uit de Lage Landen. De klassieker De helaasheid der dingen werd bekroond met de Gouden Uil Publieksprijs, met Godverdomse dagen op een bol won hij de Libris Literatuurprijs. Zijn laatste, De laatkomer, verkocht binnen een half jaar meer dan 75 000 exemplaren, wordt verfilmd en over de hele wereld vertaald.
• 2007 - Publieksprijs Gouden Uil voor De helaasheid der dingen • 2007 - Humo's Gouden Bladwijzer voor De helaasheid der dingen • 2008 - De Inktaap voor De helaasheid der dingen, literaire jongerenprijs Vlaanderen, Nederland en Suriname • 2009 - Beste Boek 2008 Humo's Pop Poll voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol • 2009 - De Libris Literatuur Prijs voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol
Een goeike, licht gebaseerd op de echte wereld en begot met een normaal einde. Minder grofgebekt als sommige andere boeken ondanks het hoofdpersonage haar beroep. Sympathieke vrouw wel!
´Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten´; de titel is een hele mond vol, maar wel één die aanzet tot nieuwsgierigheid. De inhoud verraste me nogal, ik had toch iets heel anders verwacht bij deze titel.
de 'iemand' uit de titel is een Senegalese 'Gazelle' (prostituee), die beschrijft hoe ze een dag en halve nacht doorbracht met een succesvol wielrenner, die na deze nacht dood gevonden is in het hotel waar ze hem achter liet.
De gebeurtenissen zijn deels gebaseerd op de wielrenner Frank Vandenbroucke die onverwachts en jong zijn einde vond in Senegal. Ik wist bij voorbaat zelf echter niets van Vandenbroucke en heb dat wat betreft het lezen van dit werk niet als een gemis ervaren.
Het verhaal is zoals altijd vlot geschreven, leest fijn weg (en heel snel, 90 korte pagina's) en zit aardig in elkaar. Ik kon de hoofdpersoon echter niet goed voor me krijgen, omdat de vertelstijl in alles Verhulst ademt. Ik hoorde hém als verteller in mijn hoofd en niet een Senegals meisje. Dit zorgde voor een zekere afstand tot het verhaal zelf en hiermee tot een gemis wat betreft het ernstig nemen van zaken en de inleving van de lezer in het personage.
Zeker geen slecht boek, maar verre van Verhulst zijn beste werk.
Ik zeg het: waar hij kwam werd de loop der dingen veranderd, mensen werden vrolijker, vergezeld als zij zich voelden door iemand die de zon in z’n broekzak droeg.
Review : In dit verhaal reconstrueert Dimitri Verhulst de laatste nacht van Vlaamse wielerlegende Jens De Gendt, alias Frank Vandenbroucke, in Senegal. Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten is een hommage aan Vandenbroucke én het hoertje dat hem die laatste nacht op sleeptouw nam.
Het eerste deel van deze novelle is een liefdesverhaal waarin de Senegalese prostituee -zelf houdt ze meer van het woord gazelle- bekent dat het eigenlijk liefde op het eerste gezicht was tussen haar en de wielrenner. De gazelle heeft precies wel flink gestudeerd want ze gebruikt niet het direct het taaljargon van iemand van de straat, maar dit terzijde. De Gendt straalt charisma uit, en dat en zijn magische oogopslag, brengen de gazelle in een sfeer die het werkkader overstijgt. Als hij met haar naar een groezelig peeskamertje trekt, blijkt zijn humeur plots omgeslagen. Hij raakt in coma zonder lijfelijke prestaties en stikt in eigen braaksel terwijl zijn gazelle sigaretten rokend loopt te ijsberen aan het zwembad. Tot haar verrassing wordt de wielrenner ’s anderendaags dood aangetroffen en verdwijnt de gazelle voorlopig achter de tralies. Plaats van de monoloog is de sterfkamer die zij na haar vrijlating opzocht.
Echt geloofwaardig is het allemaal niet maar het leest lekker weg en Verhulst put zijn gave om taal en verhaal van hoog niveau te brengen tot het uiterste uit. Schrijver Dimitri Verhulst houdt oprecht van wielrennen, van de volkse beleving van droom, triomf en de nederlaag. Wielerkoersen maken integraal deel uit van zijn verbeelding en van de helaasheid der dingen. Verleden jaar schreef hij in opdracht van een Nederlandse winkelketen de Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten en in die zin vind ik zijn opdracht geslaagd. Dat hij voor diezelfde opdracht ook nog een nominatie voor de Gouden Boekenuil krijgt verbaasde me toch wel. Indien dit boek de winnaar wordt zullen er in literair Vlaanderen wel heel wat wenkbrouwen gefronst worden want het is zeker niet de beste van Verhulst.
Verhulst neemt ons op sleeptouw doorheen een nacht die van het ene uiterste naar het andere evolueert.
De jonge Seynabou is een Senegalese gazelle (eufemisme voor prostituee), die op een avond in gesprek geraakt met Thomas De Gendt, een Vlaamse wielerbelofte die zij van haar noch pluim kent. Haar andere klanten doen zich steevast belangrijker voor dan ze zijn, dus waarom zou hij anders zijn? Toch geraakt ze geïntimideerd door deze jonge man, die, naarmate de avond vordert, haar het hof begint te maken en zelfs met haar wil trouwen. Wanneer ze terugkeren naar zijn hotel, mag Seynabou er niet binnen. Op haar vraag zullen ze naar een andere plaats gaan. Thomas gaat akkoord, maar moet eerst nog even iets ophalen in zijn kamer.
Wanneer de wielrenner weer buiten komt, herkent ze de charmante en lieve man van enkele uren eerder totaal niet meer. Enkele uren later zal ze wensen, dat ze niet op hem was blijven wachten...
Klein boekje geïnspireerd op ware gebeurtenissen. Het gaat over een beroemde wielrenner die in Senegal naar de hoeren gaat en onverwachts sterft. Het verhaal lijkt eerst over de vrouw te gaan, maar het vertelt meer over de wielrenner en de wijze waarop Belgische toeristen omgaan met Senegal als vakantieland. Dat is ergens te begrijpen (want, makkelijker en prostituees hebben geen stem) anderzijds is dat een gemiste kans. Een Senegalees perspectief blijft onderbelicht, we zien de wereld van Hoofdpersonage Seynabou door de Vlaamse taal en ogen. In de beste stukken zie je het Senegalese land even voor je. Zoals altijd blijkt Verhulst een stilist die zinnen uit rotsblokken houwt, maar hij heeft betere verhalen afgeleverd.
Heerlijk om weer eens een Verhulst te lezen. Afgelopen week liep ik in een mooie boekhandel in Antwerpen en daar werd het bestaan van een van mijn favoriete schrijvers weer voor me bevestigd. Welgeteld twee boeken van Dimitri die ik nog niet gelezen had. Dit dunne boekje typeer ik als een typische gewetensvolle Verhulst, een treffend geschreven verhaal (geinspireerd op het verhaal van koersheld VDB) maar met een niet naar moraal smakende moraal. Genieten van zinnen als: "Wie de liefde speelt die hij niet krijgen kan, vindt het makkelijker te vallen in de rol van de mens die hij niet worden mocht".
Heel mooi kortverhaal over hoe een bekende fietser om het leven kwam. Het boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.
Opbouw van het boek zit goed waardoor men steeds nieuwsgieriger wordt naar de doodsoorzaak.
Verhulst speelt zoals altijd met de woorden waardoor het verhaal vlot leest. Het boek begint en eindigt met een beschrijving van de ruimte waarin alles plaatsvond, allesomvattend.
Een leuk tussendoortje, dat mijn aandacht wat extra kon vasthouden, omdat het over de ten onder gegane wielrenner Frank Vandenbroucke ging. Dat de monoloog uit de mond van een Senegalese sekswerker komt was toch wel erg ongeloofwaardig, in dit enorm Verhulstige Vlaams, maar goed, dat is zijn keuze, en het leest altijd wel lekker weg. Een dunne 3 sterren.
Een leuk boek voor wie weinig tijd heeft of niet graag dikke boeken leest. De perfecte afleiding voor een langdurige busrit, maar langer dan twee of drie ritten zal dit boekje niet meegaan.
De setting In een Senegalees hotelletje van lichte zeden wordt een coureur dood aangetroffen. Hij heeft zijn laatste uren en nacht doorgebracht met een Senegalees hoertje.
De plot De hoer Seynabou voert een innerlijke monoloog over de laatste uren die ze doorbracht met de wielrenner, toen hij nog leefde en daarna. Ze vertelt ook over het verloop van het gerechtelijk onderzoek dat volgde. Was het een natuurlijke dood? Zelfmoord? Of had zij de man vermoord? Ze wordt beschuldigd van moord en diefstal.
De coureur De coureur die in het verhaal Jens De Gendt heet, staat voor een concrete Belgische wielrenner: Frank Vandenbroucke. Die was succesvol van 1995 tot 1999. Toen werd hij verdacht in een dopingzaak. Vanaf dan ging het bergaf met hem. Vandenbroucke (bekend als VDB) kreeg depressies, alcohol- en drugsproblemen, deed zelfmoordpogingen. In 2008 overleed hij onverwacht in Senegal.
Andere namen De naam Jens De Gendt is een samentrekking van Jens Voigt en Thomas De Gendt. Zijn zijn twee verdienstelijke beroepsfietsers. Zo verwijst de naam van het hoofdpersonage al meteen naar de wereld van het wielrennen. De prostituee heet Seynabou in het verhaal. Hotel ‘la Maison Bleue’ waar VDB overleed, wordt ‘la Maison Grise’. En de vriend met wie VDB in Senegal was, Fabio Polazzi, wordt Sergio Ten Dam.
Fictie en werkelijkheid Nergens in het boek vermeldt Dimitri Verhulst de naam van Vandenbroucke, ook niet in een voor- of nawoord. Het enige wat we weten, is dat hij zich goed gedocumenteerd heeft over de zaak Vandenbroucke. Maar deze roman is toch vooral het verhaal van de Senegalese prostituee, en het impact dat het gebeuren op haar leven heeft gehad. Dit verhaal behoort, ondanks goede documentatie, tot de wereld van de fictie.
De stijl In zijn interpretatie herkennen we meteen de echte Dimitri Verhulst: realistisch en ontzettend warmhartig tegelijk. Zo noemt Seynabou zichzelf liever een gazelle dan een hoer. ‘Als gazelle stop ik dezelfde dingen in mijn mond als een hoer, ik laat dezelfde zure, door maagklachten aangevreten ademtochten mijn gezicht in puffen. Maar ik voel me dertig kilogrammen lichter onder de noemer gazelle.’
Verhulst blijft de schrijver die met een onnavolgbaar inlevingsvermogen kan schrijven over de verschoppelingen der aarde. Bij hem is Seynabou waarlijk geen sukkeltje. Hij geeft haar eigenwaarde, emoties, verlangens, en situeert haar in de maatschappij waarin ze moet zien te overleven. Een moeilijke maatschappij, maar het is wel haar land, en het blijft haar boeien. En als het even kan, wil ze er ook gelukkig zijn.
Seynabou heeft in haar monoloog ook een goed gedoseerd gevoel voor humor. Verhulst heeft zelf een groot verwerkingsproces doorgemaakt. Hij kan gebeurtenissen, en zelfs het leven op zich, in een perspectief plaatsen waar de lezer geen wanhopige nachtmerries van hoeft te krijgen, en toch met de zware werkelijkheid geconfronteerd wordt.
Het boek is niet lang en leest makkelijk. Elk woord staat op de juiste plaats. Het resultaat is een kunstwerk dat vlot leest, met een prachtig taalgebruik en een diversiteit aan emoties en humor.
De belevingswereld van één persoon Net als in ‘Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ gaat het ook hier over de belevingswereld van één persoon. In beide boeken leven we ons helemaal in de wereld van een vrouw in. In beide boeken is er een soort eenzaamheid, die echter niet aanvoelt als ‘alleen zijn’, maar als een verwonderde ontdekkingstocht door het leven. Het is een eenzaamheid die openheid is. De hoer Seynabou kan ondanks alles het leven nemen en blijven verkennen zoals het is. Als het haar allemaal al te machtig wordt, bijt ze wel iemand een oor af. Maar verder gaat het niet. Ze lijkt niet eens te weten wat wrok is. Ondanks alles wat ze meemaakt, behoudt ze de onschuld waarmee ze in het leven staat. Een onschuld die onvermijdelijk op de lezer overgaat. Het kan niet anders of Dimitri Verhulst weet wat liefde is – niet de liefde voor één persoon, maar de liefde, de passie van het bestaan zelf.
Conclusie Positief: een echte aanrader. Negatief: niets
“Maar tot hij wat spullen in het Ermitage oppikte was aan Jens niet te zien geweest dat hij een glas gedronken had. Van vier glazen raakt natuurlijk alleen een hottentot van slag. Punt is gewoon dat Jens onwederroepelijk alcohol in zijn bloed moet hebben gehad. Weinig, maar niettegenstaande toch alcohol. Waardoor mijn weergave van de feiten het autopsierapport tegensprak. Hoeveel nauwer konden mijn schoentjes nog worden?”
De nauwe schoentjes die Dimitri Verhulst beschrijft, horen toe aan Seynabou Diop. In Senegal is ze een tippelaarster, hoertje, of gazelle, om haar eigen verbloemende term te bezigen, van dertien in een dozijn. België kent haar als de straatmadelief die de tegenval kende de verkeerde persoon op het al even verkeerde moment te ontmoeten: wielerhalfgod Jens De Gendt, op 16 oktober 2009. Of, als we Verhulst’s literaire verbuiging van het ware leven tijdelijk achterwege laten: de twaalfde van diezelfde maand en Frank Vandenbroucke, het enfant terrible dat God niet was.
Jens De Gendt. Met in het achterhoofd Jens Voigt en Thomas De Gendt, twee verdienstelijke beroepsfietsers zonder meer, is de naam wielerzwanger. In fictie en realiteit kwam de mens in een schamel hotelkrot om het leven, gedurende het fatale ogenblik al dan niet met een gezelschapsdame in zijn buurt. In Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten stapt de schrijver in haar personage. Met besliste pen zet hij een interpretatie neer van de finale momenten van de laatste wielerlegende die België gekend heeft, vanuit het standpunt van de enige die het hele verhaal kent en nog kan navertellen.
Dunner dan mijn pink is het boek, uitgelezen heb je het in enkele uurtjes. Al mag ik dat niet enkel aan de lengte toeschrijven: de taal die Dimitri Verhulst hanteert is schoon maar niet vermoeiend, verfijnd zonder onnodige franjes, creatief maar begrijpelijk. Belgisch ook, een soort knap Vlaams zonder angst voor passende invloeden uit andere talen. De stijl en het verhaal sleuren je, koppig, onverbiddelijk doorheen de bladzijdes naar het op voorhand gekende einde toe.
Dit jongste geesteskind van Verhulst beveel ik eenieder aan bij wie zulk een aanbeveling nut heeft. Het is tot mijn schaamte, besef ik nu, het eerste dat ik las en geeft goesting de rest van zijn oeuvre in te duiken. Uiteraard te beginnen met de klassieker De Helaasheid der Dingen. Ik wens voor u hetzelfde.