Een dijk is een grens, een overgang tussen water en land, zout en zoet, buiten en binnen, dreiging en veiligheid, hemel en aarde. Een dijk is een lichaam waarop je ligt te dromen. Op een dijk ben je groot en klein tegelijk. Aan alle kanten overzie je het landschap, maar ben je ook een stipje onder de wijde hemel. De provincie Groningen is op de zee veroverd. De wierden en dijken zijn gebouwd op oeverwallen en kwelderwallen langs de rivieren en slenken. Sommige dijken liggen er al duizend jaar, sommige dorpen meer dan tweeduizend jaar. Aafke Steenhuis, die vrijwel haar hele leven op dijken heeft gewoond, schrijft over oude slaperdijken in de Groningse Ommelanden. Ze vertelt over de monniken die de dijken bouwden en praat met boeren en landarbeiders die er nu wonen, cafébazen, vissers, sluiswachters, schilders, borgvrouwen en dichters, en brengt een van de oudste en mooiste landschappen van Europa in beeld.
Korte verhalen over haar tochten door de provincie, met sfeervolle beschrijvingen van het landschap, en interessante feiten over de (diepe) geschiedenis ervan. Doorspekt met verrassende ontmoetingen met de bewoners, soms kleurrijke figuren die ze tot leven brengt. Knap hoe ze die mensen stem geeft en hun doen en laten voelbaar maakt. Nomaden in de vrije natuur, dromers en doeners, met liefde voor het ruige open land. Realistische verhalen die me vaak raakten en na lezing nog dagen bijbleven, ik voelde spijt toen het boek uit was.
Gelezen tijdens een fietstocht langs het Groninger wad. Indringende verhalen en gebeurtenissen, die een goed beeld geven van de symbiose tussen bewoners en het landschap.