Couperus (1863-1923) is considered one of the foremost figures in Dutch literature. This novel was originally published in 1893 and this edition is reprinted from a new English translation which appeared in 1921.
Louis Marie-Anne Couperus (June 10, 1863 – July 16, 1923) was a Dutch novelist and poet of the late 19th and early 20th century. He is usually considered one of the foremost figures in Dutch literature.
Dit is voor mij een onverwachte parel uit de Nederlandse literatuur. De kroonprins van een fictief land heeft twijfels over zijn toekomstige rol als keizer. Ook kijkt hij moeilijk aan tegen zijn gearrangeerde huwelijk Maar heeft hij wel keuzes? Mooi geschreven door Louis Couperus.
Werkelijk het ergste werk wat ik tot nu toe voor mijn studie heb moeten lezen, en dan heb je toch echt een redelijke titel aan je broek hangen. Waarschijnlijk kan alleen Eline Vere dit boek van de troon stoten, maar daar zullen we waarschijnlijk/hopelijk nooit achter komen. Ik werd knettergek van de rare tijdsprongen en ellenlange zinnen. Die twee sterren zijn voor de sporadisch interessante passages en de dankbaarheid dat Couperus nooit meer een pen ter hand kan nemen.
'Nu maar, kerel, we zullen het nog wel eens over doen.' 'Neen, je doet iets nooit over. Wat gedaan is, is gedaan. Niets komt terug, geen ogenblik. Het is later altijd wat anders...'
Want ik voel het, dat ik mijzelve niet behoor. En ik voel, dat het dit is, wat ons staande moet houden in het leven: dit gevoel, dat wij niet aan onszelve behoren, maar aan anderen.
En ik wil ten minste die illuzie behouden, dat ik eerlijk wàs! Dat ik U wilde troosten! Dat, al was het ook zonde, ik U getroost heb. Dat ik U in ware waarheid heb liefgehad. Dat ik U nog lief heb. Dat ik U niet meer lief zal hebben - omdat ik dat niet mag - als Uw minnares, maar dat ik het doen zal als Uw onderdane.
Het taalgebruik van Couperus was even wennen voor mij, maar als je daar doorheen bent, is het boek vlot te lezen. De verhaallijnen zijn eenvoudig, doch wel boeiend. Wat mij er aan boeide, was de blik die je gegund wordt in het denken van die tijd over staatskunde, maar ook over persoonlijke relaties en, natuurlijk, de Nederlandse taal van die tijd (1893).