Marga Minco (pseudoniem van Sara Minco) debuteerde in 1957 met Het bittere kruid, bekroond met de Vijverbergprijs (nu F. Bordewijkprijs). Ook haar latere werk, De andere kant (1959), Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (1986), Nagelaten dagen (1997) en de bundel verzamelde verhalen Achter de muur (2010), had veelal de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan als onderwerp. Voor haar oeuvre ontving Minco de Annie Romeinprijs (1999), de Constantijn Huygensprijs (2005) en de P. C. Hooftprijs (2019). Haar boeken zijn in vele talen vertaald.
Voorwoord Marga Minco in deze bundel (pagina 7): "Men vraagt mij nogal eens waarom ik blijf schrijven over de oorlog en zijn gevolgen. Ik moet dan denken aan wat de Amerikaanse schrijver William Faulkner eens in een interview heeft gezegd, toen men hem naar de bronnen van zijn schrijverschap vroeg. 'De schrijver', aldus Faulkner, 'heeft drie bronnen: de ene heet waarneming, de andere ervaring - waarin ook het leven begrepen is - en dan is er nog de fantasie, en alleen God weer waar die vandaan komt. U kunt het vergelijken met drie reservoirs waar die aangesloten zijn op één kraan. Je draait de kraan open, maar je weet niet precies hoeveel er uit ieder reservoir komt'. Wat mijzelf betreft: ik heb het gevoel dat ik het meest put uit het tweede reservoir, dan van de ervaring - waarin voor mij vooral de oorlog begrepen is. Ik schrijf bij voorkeur over dingen die ik zelf heb ondervonden of in mijn omgeving heb meegemaakt, heb gezien kan ik ook zeggen en daarmee is tevens het reservoir van de waarneming genoemd. Maar de fantasie zou ik niet graag uitsluiten, zij komt mede uit de kraan; per slot zijn de werken van een schrijver producten van de verbeelding."
Drie verhalen over de oorlog. Eenvoudig opgeschreven, maar zeer dicht op je huid. Haar herinneringen aan de oorlog, en de nasleep, maakten indruk op mij.