De beste omschrijving van hoe een huis en een gezin onlosmakelijk met elkaar verbonden kunnen zijn. Als het een weg is en het andere enkel nog een lege façade is: wat blijft er dan over? Het hoofdpersonage probeert zich als jonge vrouw alsnog een weg te banen in die nieuwe wereld, maar het vergaat haar maar moeizaam beter dan haar tegenpool en latere vriendin Yuna. Zij geeft wel openlijk toe dat ze worstelt met het trauma van de oorlog waarbij ze als joodse in naoorlogs Amsterdam tegelijkertijd een gezin, een thuis en een gevoel van veiligheid of acceptatie verloor.
Het hoofdpersonage praat niet echt over haarzelfde gemis, maar zoekt vooral naar acceptatie, begrip, genegenheid, kortom, een thuis bij haar partner Mark. Alleen is die relatie willekeurig en voornamelijk afgestemd op overleven waardoor die weinig geborgenheid creëert. Ook haar daaropvolgende affaires met mannen kunnen haar dat gevoel niet geven. Ze dwaalt rond op zoek naar haar verloren identiteit, maar vindt enkel schrale troost bij de kat van een van haar zelfingenomen bedpartners. Naast deze genadeloos eerlijke, bijna feitelijke, maar toch persoonlijke vertelling zette de unieke structuur van dit verhaal die op de achterflap werd omschreven me ook aan tot lezen.
In drie meesterlijk uitgekozen dagen vat Minco het leven na de oorlog van een joodse vrouw samen. Eerst het bitterzoete, broodnodige gevoel van een toekomst die open ligt met de zeurende, gewetensvolle stem van Yuna op de achtergrond die het hoofdpersonage herinnert aan wat ze probeert te ontwijken: een trauma van die omvang lost zichzelf niet op en draag je in je mentale en fysieke ruimtes mee.
Dan een dag die je het personage zo toewenst: een zomerdag in het warme Zuid-Frankrijk waar de oorlog verweg voelt net zoals de kilte van de Nederlandse winter. Ze ziet er onder ogen dat haar relatie met Mark haar geen geluk brengt en begint er een affaire, maar als Mark samen met haar verleden naar Frankrijk reist, beslist hij dat het nog steeds het proberen waard is en reist ze met hem samen naar Amsterdam. Ze ruilt haar nihilisme in voor zijn overtuiging dat het goedkomt, maar kan haar traumarespons niet ontwijken en voelt geen enkele vorm van geluk bij het vooruitzicht om samen met hem in een appartement, een flat, te gaan wonen.
Tot slot, op de laatste dag wanneer Yuna sterft, wil ze niet weten wat Yuna’s laatste gedachtes waren. Ze heeft weer een verlies te verwerken en Yuna en haar eigen herinneringen aan vorige geliefden vloeien in elkaar over. Als laatste merkt ze iets op aan Yuna’s flat dat ze voorheen nooit zag. Een zwart luik met een hijsbalk boven. Is dit een teken dat het verleden of een verloren geliefde toch verrast en voor een stuk onkenbaar blijft? Of fungeert Yuna’s huis als metafoor voor haar psyche of rol in het leven van het hoofdpersonage? Het was in ieder geval een open einde dat ik wel kon smaken.