Hoe kan het dat een handvol mensen meer bezit dan de helft van de wereldbevolking en waarom wordt die obscene concentratie van rijkdom niet weggehoond? Vragen die ertoe doen. Zeker in tijden van grote en kleine cultuuroorlogjes rond de roerselen van de nationale identiteit is kritisch onderzoek naar de pijlers van de ongelijkheid een must. Extreme ongelijkheid gaat immers over meer dan waanzinnige bankrekeningen. Het is een machine die haar territorium voortdurend uitbreidt, samenlevingen omwoelt, de verzorgingsstaat ontrafelt en uiteindelijk ook de democratie uitholt. In 'De ongelijkheidsmachine' onderzoekt Paul Goossens de permanente botsing en de onmogelijke pacificatie tussen voorstanders van een meer egalitaire samenleving en elites die hun privileges willen behouden. Europa stond daarbij steevast aan de zijde van de 1%, zo ook haar religieuze leiders en vele van haar gelauwerde denkers. Vandaag komt het erop aan de code van de financiële industrie te kraken, dan pas kan de ongelijkheidsmachine gestopt worden. ‘Het is kiezen’, aldus Goossens, ‘tussen de koopkracht van de bevolking of de privileges van de nieuwe feodale heersers, de geldaristocratie.’ Zoveel is zeker, de bankiers zullen 'De ongelijkheidsmachine' niet op gejuich onthalen.
Met illustraties van GAL
Paul Goossens, een gediplomeerd econoom, is stichtend hoofdredacteur van 'De Morgen'. In het begin van de jaren 1990, na zijn vertrek, verlegde hij zijn focus naar de Europese Unie. Eerst bij 'Knack', dan bij het persagentschap Belga. Sinds 2009 is Goossens columnist van 'De Standaard'.
Beste Nederlandstalige nonfictie van de laatste 10 jaar. Wat Peter Mertens met Hoe Durven Ze deed voor de bankencrisis doet Goossens voor de VS, Europa en België 1776-2023. Vooral de bespreking van de gecontesteerde totstandkoming van de EU is subliem; door het minder te lezen als een samenzwering van de hogepriesters van de tendentiële daling van de winstvoet en meer van trek- en duwspel tussen verschillende groepen die allen een oncontroleerbare stier proberen te berijden, krijg je — raar genoeg — een veel politieker beeld. De Europese olietanker valt te keren; ontsnapping moet op z'n Hegels erdoorheen gezocht worden, niet door de ontstijging ervan.
De toon. Er is het cynisme van de wereldleiders en de 1% rijken die hun eigen rijkdom willen bestendigen, of zelfs vergroten, en die baat hebben bij meer ongelijkheid, maar kun je het maken om er zelf ook cynisch over te schrijven? En dan denk ik aan Tom Lanoye die in zijn columns zelfs sarcastisch durft te zijn, maar die met zijn overdrijvingen op de eerste plaats humoristisch is, de nar die de waarheid zegt. Hier was de auteur voor mij te erg overtuigd van zijn grote gelijk waardoor hij te gemakkelijk de zaken kon afserveren. Dat klinkt paradoxaal, omdat er heel veel cijfers in het boek gegeven worden en heel veel historische feiten herverteld, maar wel vanuit een dogmatische zekerheid wat juist en fout is. En zo komen we bij:
De inhoud. De ondertitel is 'een verborgen Europese geschiedenis' en voor een groot deel wil het boek je wakker maken (om het woord 'woke' in zijn etymologische betekenis te gebruiken) voor een andere blik op de geschiedenis, met veel aandacht voor kolonialisme en slavernij als misdaad en voor het opkomen voor eigen rechten als belangrijke hefbomen in het creëren van een meer gelijke maatschappij. Op dat vlak is het boek zeker leerrijk. Het tweede deel focuste dan wel volledig op het twintigste-eeuwse Amerika (en dus maar onrechtstreeks op een Europees verhaal), maar hoe daar vakbonden als verdedigers van de arbeidersrechten met alle middelen uit bedrijven geweerd worden, met alle gevolgen voor de maatschappij als gevolg, kan als afschrikmiddel wel werken. Het derde, laatste deel focuste dan wel weer op het naoorlogse Europa, maar vertelde dan iets te weinig die verborgen geschiedenis. Je krijgt er de halfslachtige pogingen van Europese leiders om een sociale component aan EGKS, EEG, EG en EU toe te voegen, maar hier mist het verhaal de focus op de ongelijkheidsmachine uit de titel. De kritische toon wordt hier ook het minst gerechtvaardigd door een visie.
Paul Goossens heeft niettemin een titanenwerk gedaan met dit boek. Ik was mijn geloof in vakbonden wat verloren, maar dit boek heeft me van het objectieve belang ervan weer overtuigd. En ook kan het boek helpen om sommige economenjargon te doorprikken als alleen maar goed voor de rijken. Of om eenvoudig de vraag te stellen: jaja, het zal de welvaart doen stijgen, maar van wie?
Ondertitel: "Een verborgen Europese geschiedenis." Een interessant boek, goed gestructureerd, maar een veel te groot deel gaat over Amerika. Bovendien had het allemaal wel wat korter gekund.
De auteur heeft het een paar keer over het bevallen van een boek. Hoe moet je dit dan noemen? De literatuurlijst bedraagt 19 bladzijden! Heel interessant en verhelderend.
Een bijzondere mix van geschiedenis (recent en wat langer geleden) over oorzaken, gevolgen en het structureel politieke beleid dat een strijd of zelfs maar de idee voor meer gelijkheid als een onhoudbare economische perceptie toelicht. De complexiteit van dat alles ten spijt heeft Paul Goossens zijn kennis, ervaring en journalistieke vaardigheid meesterlijk weten aan te wenden. Een belangrijke bijdrage aan een even noodzakelijk debat.
In de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog ontstond in Europa de welvaartsstaat. Dit systeem zorgde binnen de natiestaten voor een meer gelijke verdeling van de inkomsten tussen arm en rijk.
In de jaren '70 begon de afbraak van dit systeem. Stuk voor stuk werden de veiligheidssystemen ontmanteld.
Hoewel de Europese Unie zichzelf graag voorstelt als een sociaal systeem, was dit van in het begin vooral een economisch systeem: een eengemaakte markt, met één munt. Hiermee gaven de natiestaten hun financieel beleid uit handen, terwijl kapitaal makkelijk over de landsgrenzen heen beweegt.
Terwijl de centrale banken hameren op de bestrijding van inflatie, wordt hiermee steeds meer vermogen geconcentreerd in handen van een financiële elite. De gewone mens en de staten zijn ondertussen verslaafd geraakt aan goedkoopkrediet.
Het begin van een oplossing is volgens Goossens (als ik hem goed heb begrepen tenminste) een sociaal zekerheidssysteem op niveau van de EU.
Note: Sadly this book is only available in Dutch. Chances are slim it will be translated as there is quite a bit of Belgium-specific stuff.
In this book, Paul Goossens gives an overview of how inequality between people has evolved over time. He shows how it has had a trend of decreasing, except for the last 30 years, where this trend has reversed. He tries to figure out why that happened.
Much of the book is about the world in general, but in the last third of book the focus is on Europe and Belgium.
While the book is clearly politically colored, I think it is a very insightful read that will get every one thinking, even the most rabid proponents of the free market. I have never been very interested in history, but this book changed that. And that in itself makes it a 5 star book.
Although it is a thick book, it is a very worthwhile read for any European.
Goossens is a well-known journalist and commentator on 20th century and - more recently - European politics in Belgium. He's been a key figure in the May 68 protests and known for his incisive leftist critique.
This book is essentially a massively bloated iteration of his columns in which he lambasts neoliberal politics. This is not an exageration: he has actually merged three books into one: one on colonialism and its importance for today's politics, one on inequality in the US and the role of trade unions, and one on (the lack of) social policy in the EU.
It would have been a better idea to focus on these ideas a bit more in depth in separate volumes, as Goossens often describes in broad brushstrokes what has happened in the course of a few centuries or decades. While I personally agree with most of his analysis, he paints this with plenty of witty and lavish metaphors up to the point it distracts from what he is trying to say or prove.
This works very well in a column, but a bit less so in a book where I expect more objective explanations and arguments. Many Dutch speaking readers picking up the book will be somewhat aware of the history explained in the third chapter on the EU. It provides a decent overview of the failing monetary (and austerity) policies, but no groundbreaking new insight.
For me and many others, the chapter on the US and trade unions there probably provides the most interesting new insights, whereas the first chapter progresses rather slowly and suffers from a fair bit of repetition.
I would recommend the book for casual readers for its expansive overview and easy reading. For those already well-versed in the topic it is less essential reading, but still worth flipping through all in all.
Ongetwijfeld is ongelijkheid een van de meest prangende, en moeilijk te doorgronden problemen waar onze maatschappij mee te kampen heeft. Ongrijpbaar in zekere zin. Het boek van Paul Goossens biedt zeker een verrijkend inzicht in de problematiek, zij het ietwat gebrekkig.
Bij aanvang neemt de auteur een wijde bocht doorheen de geschiedenis van de oudheid tot de slavenhandel waarvan de naweeën zich tot onze hedendaagse tijd uitstrekken -op zich een interessante vaststelling. Dat hij lang bij de V.S. stopt lijkt me een eerlijke zet, gezien deze decennialang als moreel kompas mocht gelden voor de Westerse beschaving. Dat het neoliberalisme een grote schuld draagt in de groeiende ongelijkheid is me geen nieuwe gedachte, al raak ik maar niet verzadigd over dit onderwerp. Zijn lange hoofdstuk over de historiek van de vakbond in de V.S. vind ik persoonlijk een hoogtepunt, waar zijn afsluitende analyse van de toestand in Europa een beetje magertjes tegenover staat.
Het boek bulkt van inzichten en de argumenten zijn zeker voldragen. Hier en daar staat het activisme van Goossens een neutrale analyse een beetje in de weg, maar dat heeft zo zijn charmes.
Mijn voornaamste punt van kritiek betreft het feit dat Goossens weliswaar de kloof tussen arm en rijk diepgaand analyseert, maar daarbij nooit ingaat op wat er gebeurt in de uitersten zelf. Mogelijks ligt een deel van de oorzaak, en wie weet de oplossing, bij de dynamiek in deze groepen, bijvoorbeeld in de meritocratische gedachtengoed van de toplaag, die kundig door Michael Sandel onderuit wordt gehaald. Het had deze omslachtige analyse nog langer gemaakt, maar ook vollediger.
Review van De ongelijkheidsmachine door Paul Goossens
In De ongelijkheidsmachine biedt Paul Goossens een scherpe analyse van de structurele ongelijkheden die de moderne samenleving doordringen. Het boek onderzoekt hoe de mechanismen van ongelijkheid in onze economie, politiek en cultuur functioneren, en hoe deze ongelijkheden in stand worden gehouden door institutionele en systemische krachten. Goossens, die als journalist en auteur bekend staat om zijn kritische benadering van sociale vraagstukken, levert met dit werk een waardevolle bijdrage aan het debat over sociale rechtvaardigheid en economische hervormingen.
Het boek is opgebouwd als een soort ontmanteling van de "ongelijkheidmachine", een metafoor die Goossens gebruikt om de complexe netwerken van economische, politieke en sociale structuren te beschrijven die ongelijkheid creëren en reproduceren. Hij legt uit hoe rijkdom en macht zich concentreren in de handen van een kleine elite, terwijl de bredere bevolking vaak achterblijft. Goossens doet dit op een manier die zowel academisch onderbouwd als toegankelijk is voor een breed publiek, wat het boek geschikt maakt voor zowel geïnteresseerde leken als professionals in het veld van sociale wetenschappen.
Een van de sterkste punten van De ongelijkheidsmachine is de manier waarop Goossens de rol van globalisering, technologische vooruitgang en neoliberale beleidsmaatregelen in het versterken van ongelijkheid belicht. Hij maakt duidelijk hoe deze factoren samenkomen om de kloof tussen rijk en arm te vergroten.
Goossens heeft ook oog voor de menselijke kant van ongelijkheid. Hij illustreert zijn betoog met concrete voorbeelden van mensen die dagelijks de gevolgen van sociale en economische uitsluiting ervaren. Dit maakt het boek niet alleen een theoretische uiteenzetting, maar ook een indringende vertelling van de realiteit van ongelijkheid in het dagelijks leven.
Hoewel De ongelijkheidsmachine een gedegen en goed onderzochte analyse biedt, kan het voor sommige lezers een zware en soms sombere leeservaring zijn. De omvang en complexiteit van de besproken thema’s kunnen overweldigend zijn, en sommige van de uiteenzettingen zijn theoretisch. Toch is het een boek dat uitnodigt tot reflectie en discussie over de rol van ongelijkheid in de moderne wereld.
Kortom, De ongelijkheidsmachine is een belangrijke en verhelderende bijdrage aan het debat over ongelijkheid. Paul Goossens slaagt erin om op een toegankelijke manier de mechanismen van ongelijkheid bloot te leggen en biedt daarmee een waardevol hulpmiddel voor iedereen die geïnteresseerd is in de sociale en economische vraagstukken van onze tijd.
Ik zal nooit meer denken: “Daar zijn ze weer, die vakbonden met hun stakingen en afgezaagd riedeltje van lonen omhoog, handen af van de index, menswaardig minimumloon gevraagd, gelijk loon voor gelijk werk…”. Want we hebben ze broodnodig om de ongelijkheid tussen rijk en arm niet te laten exploderen zoals in Amerika. Goossens drukt slechts één curve af, maar wat voor één! Ik was die minutenlang verbijsterd aan het bestuderen. Roosevelt maakte in Amerika met zijn New Deal een begin van meer gelijkheid. De vakbonden kregen een plaatsje en je ziet de curvelijnen tussen arm en rijk naar elkaar toegroeien. Wanneer later het vakbondsbestaan weer wordt bemoeilijkt, zie je de kloof ontzettend vlug weer veel groter worden. “All men are created equal", zegt men… Veel bijgeleerd en veel nieuwe, zelfs verrassende inzichten gekregen. Geschreven in een mooie en verstaanbare taal, heb slechts een paar schoonheidsfoutjes gevonden. Hoogstaande, verzorgde epo-uitgave. Chapeau!
Zeer interessant, maar lijvig, boek. Je moet er wel serieus je hoofd bijhouden want er wordt veel over en weer gegaan in de geschiedenis en de namenlijst is ellenlang. Maar de moeite waard. Enige minpuntje, de subtitel "een verborgen Europese geschiedenis" dekt niet 100% de lading. De helft van het boek gaat over de VS. Het is bijzonder interessant, maar gaat deels te ver in details om nodig te zijn om die Europese geschiedenis te begrijpen.
Met een overvloed aan data beschrijft de auteur de gevolgen van de neoliberale politiek voor de gewone man. Die overvloed leidt tot een dik boek, dat misschien beter in twee delen was uitgegeven. Het starten bij de Amerikaanse situatie kan ik begrijpen, maar het verzwakt de focus op onze Europese situatie. In ieder geval een ander geluid dan de bekende deuntjes van politici en opiniemakers die in onze huidige maatschappij weinig weerwerk krijgen.
Een absolute aanrader. Elke politicus zou dit moeten gelezen hebben. Als ze dat al deden, heb ik er in elk geval nog niet veel van gemerkt. Ongelijkheid blijft echt wel onuitroeibaar. Het eerste deel heb ik liefst gelezen. Daarna neemt de economie het over van de politiek. En dat leest wat minder vlot. Dat is ook zo in de realiteit. Politici hebben steeds minder greep op de gebeurtenissen, wat ze hun kiezers ook voorschotelen.
De moeite waard om te lezen. Vlot geschreven en ondanks de soms sombere feiten, zelfs hier en daar met een sprankel humor gelardeerd. Bovenal leerrijk en informatief. Een constante blijkt: door de eeuwen heen was bezorgdheid om de minderbedeelden, aandacht voor sociale gelijkheid, armoede, werkloosheid, klimaat, enz het minste van de zorgen voor de heersende politieke, geestelijke en economische elite.
Zeer relevante topic en waarschijnlijk een goed geïnformeerde schrijver. Het boek leest vlot, aangenaam geschreven maar niet to-the-point. Dit is geen boek met veel objectieve informatie maar eerder een subjectief relaas: niet hetgeen waar ik naar zocht.
DNF op pagina 80. Ik was benieuwd naar een andere mening. Helaas is dit boek zo zeldzaam vooringenomen dat het elke bereidheid wegnam om open te staan voor een andere mening. 'Gelijkheid' is goed, 'ongelijkheid' is slecht. En iedereen dit niet vindt is gek, dat is de toon van dit boek. Jammer.