De Waterman kan men het nationale verhaal noemen van de schipper Maarten Rossaarts, die zich aan zijn door godsdienstige onverdraagzaamheid benauwende milieu - waar zelfs zijn op het water zwerven als ‘zondig’ werd beschouwd - wist te ontrekken. Op het blinkende water onder de ruime hemel zocht Rossaart zijn vrijheid, eerst alleen, dan met een vrouw aan zijn zijde en tenslotte, door haar verlaten, weer alleen bij storm en ijsgang tot hij, reeds bijna een legendarische figuur, verdrinkt wanneer hij zij hond wil redden.
Arthur van Schendel (1874-1946), een van Nederlands meest bewonderde ‘moderne klassieke’ schrijvers, schreef in 1933 De Waterman, dat met Het Fregatschip Johanna Maria en Een Hollands Drama het hoogtepunt vormt van zijn ‘Hollandse periode’, terwijl deze roman zonder twijfel behoort tot het belangrijkste van zijn gehele oeuvre.
Life story of Maarten Rossaert, skipper and dike repairer. Nice novel, but not completely convincing; some transitions are not well written out. Historically inspired by real existing 'Zwijndrechtse Nieuwlichters'. Same gravity as in 'the Frigate Ship', Van Schendel's most important work, but much more heavy handed, by the stress on Calvinistic faith.
Mooi. Van Schendel’s beschrijving van het leven, van het water. Met Maarten Rossaart kon het volgens velen alleen maar slecht aflopen, “want de hoovaardige die zijn eigen weg zoekt komt altijd in verdoling”. Als een kluizenaar brengt hij zijn leven op het water door, alleen, maar altijd goeddoend, met gelijkgestemden, met Maria, zijn vrouw met wie hij nooit trouwde, en dan, uiteindelijk, alleen, met Best, de Keeshond voor zijn oude dag. Ze konden niet meer samen zijn. Het water stond tussen hen in. “Hij was ervan, zij niet. Hij kon het haten, hij kon er tegen vechten, maar hij kon er niet van weg”.
Fantastisch boek. Maarten Rossaart is door het verlies van zijn moeder en het benepen calvinisme van zijn omgeving gesloten, stug, emotioneel mismaakt. Hij weigert zich neer te leggen bij de bekrompen leerstelligheid van zijn familie, kerk en stadsgenoten. Onder groot verzet verzet van beider families voegt een katholiek meisje zich bij hem. Als schipper sluit hij zich aan bij een groep die wil leven in gemeenschap van goederen en zonder kerkse dogma's, maar deze groep valt uiteen door de kleingeestigheid en hebzucht. Vanwege verzet tegen de politie moet hij twee jaar naar de gevangenis. Nadat ze hun kind aan het water verliezen wil of kan zijn vrouw niet langer met hem varen. Zijn geld, als hij het heeft, geeft hij weg aan mensen die het armer hebben dan hij: 'Wie op heden zijn teveel aan goed aan anderen gaf deed zijn plicht en als hij morgen zelf arm was moest hij op God betrouwen'. Bij een aantal overstromingen doet hij heldhaftig werk, maar weigert een beloning. Uitermate somber boek, waarin de 'doem van het water, met zijn eeuwige rampen' steeds aanwezig is. Maarten is de 'waterman', hij voelt het water aan, het is zijn brood, maar water blijft steeds een dreigend element. Mist, ijs en overstromingen bepalen de sfeer van het boek. De meeste mensen zijn naargeestige en zelfzuchtige kuddedieren zonder medegevoel, die alleen maar napraten wat de dominees en leden van de kerkenraad en 'de mensen' zeggen. Daartegenover staat dan het karakter van Maarten, bijna een heilige soms, dat is misschien het minpunt aan dit boek. Heel mooi geschreven, op laconieke toon, vaak uiterst beknopt, net zo karig met woorden als zijn protagonist, prachtige natuurbeschrijvingen. En een zeer angstaanjagende scene waarmee het boek opent, een scene die de toon zet voor een sterk boek dat je regelmatig even op je moet laten inwerken. Een boek dat trouwens in sfeer en hoofdpersonage veel gemeen heeft met De grauwe vogels .
Wie het benauwende van het 19e eeuwse gereformeerde milieu aan den lijve wil ervaren leze dit boek. Tegenover het burgerlijke calvinisme staat het ware christendom zoals dat gepraktiseerd wordt door de Zwijndrechtse nieuwlichters, mensen die Jezus willen navolgen in zijn eenvoud van leven en afzien van materiële welvaart. Deze groep heeft werkelijk bestaan, geleid door Stoffel Muller en Maria Leer. In De Waterman verwerkt van Schendel deze geschiedenis en verrijkt daarmee het levensverhaal van Maarten Rossaart die in het water, door het water en vanuit het water zijn leven leidt. Armoede, ontberingen, verlies van zijn kind en verlaten door zijn vrouw, niets brengt hem af van zijn levenspad. Tragisch? Wellicht, maar ook krachtig en vervullend. Vergeleken met de levens die door het gereformeerde zondebesef en schuldigheidssyndroom verwoest worden is het een verademing om de vrijdenker zijn weg te zien gaan. In taal en verteltrant blijft van Schendel heel dicht bij zijn personages, het bijbelse is voortdurend aanwezig en het heeft een grote poëtische kracht.
Schitterend boek, brengt echt goed in beeld hoe beklemmend het protestantisme kon zijn in Holland. De waterman kiest zijn eigen pad en is de ultieme goedzak hij geeft alles aan het goede doel en leeft zelf een armlastig lever uitgestoten door iedereen, maar toch is dit wat hij wilde.
Geweldig om te zien dat boeken als deze nog steeds worden gelezen. Het taalgebruik is niet altijd even makkelijk: ontbrekende komma's, gebruik van naamvallen. Voor een boek uit 1933 toch al vrij archaïsch. De plot doet enigszins denken aan Het Wassende Water van Herman de Man. Maarten Rossaert ontworstelt zich op jonge leeftijd al aan het stug-reformatorische volk van de Bommelerwaard, losbreekt en gaat aan de zwerf. Een psychologische verklaring voor de stijfkoppigheid waarmee Rossaert vasthoudt aan zijn afwijkende geloof, terwijl hij de maatschappij die hem afwijst met volle overtuiging dient in tijden van nood, blijft echter uit, wat de held een heldhaftig en mysterieus aura geeft.
Vond dit een erg mooi boek. De strijd van Maarten mbt het geloof ... en daardoor verstoten door zijn familie met uitzondering van een tante speelt in het hele boek een grote rol. Hij trouwt met Marie.. een meisje met een ander geloof en samen krijgen ze een zoon.
Het water heeft grote aantrekkingskracht op hem.. als kind helpt hij met het verstevigen van de dijken en later vaart hij met een eigen boot. Het is een verhaal over het trieste leven van Maarten die door velen niet begrepen wordt en zich dan ook eenzaam voelt. Zijn vrouw is ook eenzaam.. maar wordt bang voor het water door "iets" wat er op het water is gebeurd.
Daarna leven ze eigenlijk in twee werelden .. hij op het water en zij op de wal.
Het oude taalgebruik stoorde me niet... was daar al snel aan gewend.