Dit boek is geschreven door Anne Provoost en uitgebracht in het jaar 1997. Het valt onder het genre ‘Sprookjes’. Dit is duidelijk terug te zien in de sprookjesfiguren zoals engelen en elfen. Ook komen er veel dieren voor in het boek, waaronder de ‘bietebauw’ die de dood komt inluiden. Ook veel attributen doen sprookjesachtig aan, zoals de magische spiegel, een hoefijzer en rozen.
De titel en de tekst op de achterkant van het boek deden mij denken aan ‘Belle en het Beest’, mijn favoriete sprookje. Dit bleek een juist voorgevoel te zijn, aangezien ik er achter kwam dat Anne Provoost dit boek heeft geschreven naar aanleiding van ‘De schone en het beest’, dat in de 16e eeuw werd geschreven door Gianfresco Straparola. Eigenlijk heeft ze dit oude verhaal nieuw leven ingeblazen, hetzij soms iets verandert naar haar eigen smaak.
Het verhaal speelt zich af in de late Middeleeuwen, net buiten Antwerpen in de bossen. De verhaallijn is dat Rosalinda (te vroeg) geboren wordt; onvolgroeid, klein, licht en met een doorschijnende huid. Haar vader noemt haar ‘het meisje van glas’. Iedereen is er vrijwel zeker van dat ze snel zal overlijden. Daarom wordt ze door haar vader extra verwend en krijgt ze de mooiste cadeaus. Dit tot jaloersheid van haar zussen.
Maar het tegenovergestelde gebeurt: Rosalinde groeit op tot een prachtige 15-jarige vrouw. Ze heeft rode lippen, een sneeuwwitte huid en prachtige handen. Ze is de jongste van de drie zussen, maar tegen de gewoonte in, komen allerlei mannen om haar hand vragen en niet om die van haar oudere zussen. Haar moeder overlijdt en ze blijft alleen met haar zussen en hun verzorgster Lucretia achter, omdat haar vader altijd op zakenreis is. Als hij terug komt van een van zijn reizen, geeft hij Rosalinde een wrattenzwijn. Deze noemt ze Zoran en hij wordt haar beste vriend. Haar tweede liefde op dat moment is de rozenstruik die ze iedere dag zorgvuldig verzorgt. Ze zit ze iedere dag voor de spiegel, waarin ze op magische wijze haar vader kan zien als hij er niet is.
De mannen blijven terugkomen om haar hand te vragen, waar vader woedend om wordt. De oudste dochter moet namelijk eerst trouwen, dan de tweede en pas als laatste de jongste, Rosalinde. Uiteindelijk geeft Ottokar, een jonge handelspartner van vader, het op en trouwt met haar oudste zus Richenel. Ook Tiras, een fluitspeler, geeft het op en trouwt met haar tweede zus, Richenel.
Rosalinde gelooft in elfen, engelen, bosgeesten en andere magische wezens. Als ze ’s nachts wordt opgezocht voor seksuele intimiteit, waar ze van geniet, denkt ze dan ook dat het een bosgeest is, die iedere nacht twee keer komt. Later komt ze er tot haar schrik achter dat ze seks heeft gehad met haar beide zwagers. Ze blijkt zwanger te zijn. De vroedvrouw Lucretia voelt aan haar buik en zegt dat het een tweeling is. Rosalinde moet haar zussen beloven dat ze allebei een baby krijgen, om haar schande goed te maken. Bij de geboorte blijkt dat ze bevallen is van een ‘tweehoofdig monster met 1 hart’. Het deed mij nog het meest aan een Siamese tweeling denken.
Als haar vader tijdens zijn terugreis een witte roos uit de tuin van Thybeert, een kasteelheer die omschreven wordt als ‘het beest’, steelt voor Rosalinde, moet hij voor straf voor altijd zijn dienaar zijn. Rosalinde besluit in zijn plaats te gaan en komt er achter dat hij er afschuwelijk uit ziet. Door de pokken is hij verminkt, en tijdens een duel was zijn hand deels afgehakt, waardoor het op een paardenhoef lijkt. Naarmate de tijd verstrijkt, begint Rosalinde ook andere kanten van hem te zien. Hij kan als een van de weinigen uit die tijd perfect lezen en schrijven. Ze eten iedere avond samen en hij leert haar letters. Ze leert de pijn en het verdriet zien achter zijn masker van wraak. Toch wordt het gemist naar haar vader te groot. Ze vraagt het beest om een spiegel om haar vader te kunnen zien. Als ze ziet dat hij wegkwijnt door verdriet om haar, verlaat ze het kasteel om terug naar huis te gaan.
Na haar bevalling ziet ze in haar eigen spiegel dat het niet goed gaat met het beest. Ze besluit haar vader, baby(‘s), zussen en huis te verlaten om voorgoed bij hem te zijn.
Het open einde roept veel vragen op. Heeft Rosalinde nu haar ware liefde gevonden? Worden haar seksuele verlangens vervult? Is ze nu gelukkig?
Het thema van het boek is boetedoening. In ieder hoofdstuk komt naar voren dat Rosalinde zich schuldig voelt over haar schoonheid en de privileges die ze daardoor krijgt. De afgunst van haar zussen draagt hier sterk aan bij. Ze probeert zich dagelijks terug te trekken om maar niet de aandacht te trekken, en zoekt manieren om haar ‘schuld’ goed te maken. Het is niet zomaar een verhaal, maar heeft een diepe psychologische kern.
Ik vraag me dan ook af of dit boek wel hoort in de jeugdliteratuur. Naar mijn mening is het echt een volwassen sprookje, wat ik overigens in 1 adem heb uitgelezen, zo boeiend vond ik het.
Voor jongeren vind ik het teveel gevraagd. Ook voor de leeftijd van 14 plus, zoals Jan van Coillie in ‘Leesbeesten en boekenfeesten’ heeft opgeschreven.
Aanranding, verbranding, het uitsteken van een oog, vergankelijkheid, schuld, boete, erotiek, wraak, een gruwelijke moord waarbij de organen worden uitgetrokken, afgunst….. Het is nogal heftig en gecompliceerd allemaal. Geen gezellig sprookje, maar echt pittige stof. Ik zou het dan ook niet bij mijn leerlingen aanraden om dit boek te lezen.